Een onstuimig woelende Tristan und Isolde

Opnieuw maakt Lawrence Renes furore als dirigent van een grote Wagner-opera. Een jaar geleden begeleidde Renes (28) bij de Nationale Reisopera met succes Parsifal met het Gelders Orkest, waarvan hij toen net chef-dirigent was geworden. Nu klinkt, opnieuw bij de Reisopera, Tristan und Isolde. Orkest en dirigent blijken in het Wagner-idioom inmiddels zó gegroeid, dat de muzikale interpretatie en de uitvoeringskwaliteit wonderbaarlijk mogen worden genoemd. Ook worden uitstekende zangprestaties geleverd door de Limburgse tenor Hubert Delamboye (Tristan) en de Amerikaanse sopraan Lynne Wickenden (Isolde).

De lastige Parsifal werd veeleer gekenmerkt door een warm en vibratorijk symfonisch klankbeeld, dan door de strakke hoge en zilverig ijle strijkers, die het zicht op hemelse genade verbeelden. Renes en zijn orkest kwamen toen wel tot een opmerkelijk onderhoudende en gevarieerd klinkende begeleiding. Diezelfde kenmerken heeft nu de muzikale realisatie van deze Tristan und Isolde, maar ze worden nu nog veel sterker en slagvaardiger uitgespeeld. Deze begeleiding heeft een vloeiende lyriek en een onstuimig woelende dramatiek, een enorm reliëf en een rijk klinkende diversiteit aan sferen en kleuren. Renes dirigeert met passie en gezag en het Gelders Orkest maakt het allemaal moeiteloos waar.

Een Tristan und Isolde is in ons land een zeldzaamheid, en daarom was het merkwaardig dat zaterdag in Den Haag de zaal niet vol zat bij de vijfeneenhalf uur durende première. De laatste vijftig jaar waren er slechts vijf voorstellingsreeksen van Tristan und Isolde, in de voorgaande zeventig jaar waren er 26. Maar een aantal voorstellingen van Tristan und Isolde gedurende de laatste halve eeuw was roemrucht dankzij kunstenaars van wereldfaam. In 1949 dirigeerde Erich Kleiber en werden de titelrollen gezongen door Max Lorenz en Kisten Flagstadt. In 1959 dirigeerde Ferdinand Leitner, de regie was van Wieland Wagner met Ramon Vinay en Matha Mödl in de titelrollen. In 1974 en 1979 gaf de Nederlandse Opera uitvoeringen van een fraaie produktie van regisseur Götz Friedrich.

De laatste Nederlandse Tristan und Isolde in 1987 in het nieuwe Amsterdamse Muziektheater is nog steeds legendarisch berucht. De minimale regie, decors (witte kokers) en kostuums (omgeslagen lakens) wekten een zó reusachtige publieke woede op, dat regisseur Jürgen Gosch en ontwerper Gero Troike door het massale boegeroep bijna van het podium werden afgeblazen. Verder was het een voortreffelijke voorstelling. Hartmut Haenchen dirigeerde het Concertgebouworkest en er waren uitstekende titelrollen van George Gray en Deborah Polaski. Jard van Nes zong Brangäne. En de kleine rol van een herder werd gezongen door Hubert Delamboye, die nu twaalf jaar later de rol van Tristan zingt. Zo is er toch nog sprake van enige continuïteit in de minieme recente Nederlandse Tristan-historie.

Delamboye is de eerste Nederlandse Tristan-vertolker sinds Jacques Urlus (1867-1935), de smidsknecht die een wereldberoemd tenor werd en zong van Bayreuth tot de Met in New York. Urlus, die de rol 200 keer zong, onder andere bij de Nederlandsche Wagnervereeniging, was de beroemdste Tristan van zijn tijd. Voor Delamboye, die in 1995 in Wiesbaden zijn Tristan-debuut maakte, is het de tweede keer dat hij optreedt in deze grote en veeleisende rol, die voor de première in 1865 zelfs voor onzingbaar werd gehouden, wat bevestigd leek toen Ludwig Schnorr von Carolsfeld, de eerste Tristan, een paar weken later overleed. Delamboye zingt Tristan helder en stevig, met verve en onvermoeibare onverschokkenheid. Zijn stem heeft expressie, op sommige dramatische momenten demonstreert hij met effectiviteit de typisch Wagneriaanse declamatorische stijl.

Lynne Wickenden, haar krachten goed verdelend, is een jonge, zelfbewuste, soms zelfs cynische en ironische Isolde. Het pianissimo ingezette duet O sink hernieder, Nacht der Liebe was een hoogtepunt. Isoldes Liebestod had meer vervoering en extase kunnen hebben, maar die expressie zou niet erg hebben gepast bij de hier zo onafhankelijke profilering van het personage Isolde. De liefde tussen Tristan en Isolde is immers kunstmatig, opgewekt door een liefdesdrank, al bestond de liefde eerder in het geheim en onuitgesproken. Kerstin Witt heeft als Brangäne wellicht een te hoge stem. De overige rollen met Zelotes Edmund Toliver als Marke en Tomas Möwes als Kurwenal zijn goed tot heel redelijk bezet.

De enscenering is veel minder opzienbarend dan het vocale en instrumentale niveau. Dit werkstuk van regisseur Henning Brockhaus haalt visueel en conceptueel niet zijn uitdagende Parsifal-produktie van vorig jaar. Het relatief eenvoudige liefdesverhaal van Tristan und Isolde heeft voor een duidende regie dan ook veel minder aanknopingspunten dan Parsifal met zijn gecompliceerde en verreikende gebeurtenissen op Goede Vrijdag op de Graalsburcht. Toch is er van alles te ontdekken in deze voorstelling die zich afspeelt tussen de zeilen op het schip waarmee Tristan de bruid Isolde naar haar bruidegom koning Marke brengt. In de drie actes zorgen de zeilen voor een vrijwel volledige afsluiting van de buitenwereld, al zien we wat schaarse historiserende beelden.

Interessanter zijn de verwijzingen naar andere opera's van Wagner. Tristan heeft immers een voor hemzelf even onduidelijke afkomst als Siegmund, Siegfried en Parsifal. Tristans verraad verwondt koning Marke even fataal als de door de heilige speer verwonde Amfortas in Parsifal. Wanneer Isolde in de tweede acte wacht op Tristan, omringt ze de vijver waarin straks hun liefdesspel zal plaatsvinden met een felrode rand. Het lijkt op het Feuerzauber waarmee Brünnhilde in Die Walküre is afgesloten van de rest van de wereld. Ook hier schermt deze rode grens de kunstmatige liefde af van de realiteit. Het rood is alleen te doorbreken door een held als Tristan, zoals alleen Siegfried de Feuerzauber kon trotseren. In de derde acte ligt Tristan ook omringd door rood op een boomstronk, onbenaderbaar voor Kurwenal.

Tristan pleegt hier zelfmoord door in het duel met Melot zijn eigen zwaard weg te werpen en zichzelf in Melots zwaard te storten. Net als Isolde wil hij direct al na de ontdekking van zijn liefde voor Isolde sterven: liefde en dood zijn voor hen één. De doodsdrank die zij denken te drinken is dan wel een liefdesdrank, maar via de voor de wereld verboden liefde komt ook de dood. Isoldes liefdesdood Mild und leise wie er lächelt is daarvan de weerspiegeling en de glorificatie.

Voorstelling: Tristan und Isolde van R. Wagner door de Nationale Reisopera en Het Gelders orkest o.l.v. Lawrence Renes. Decor: Ezio Toffoluti; kostuums: Patricia Toffoluti; regie: Henning Brockhaus. Gezien: 4/9 Lucent Danstheater Den Haag. Herh.: 7/9 Enschede; 11, 14/9 Utrecht; 21, 24/9 Rotterdam; 28/9 Eindhoven; 1/10 Maastricht; 3/10 Leeuwarden (Richard Decker als Tristan).

    • Kasper Jansen