Dwalen tussen de virtuele rotsen

Op Ars Electronica in het Oostenrijkse Linz is de belangrijkste digitale kunst van het moment te zien. Een breed publiek komt af op kunstwerken die gebruik maken van scanners en robots.

`Woooooww!!' Als na Jennifer Paige en Cliff Richard ook rapper Coolio op het podium verschijnt en glitterwolken van vuurwerk, knallend op het ritme van de muziek, de dansende laserstralen extra kracht bijzetten, nadert het spektakel aan de Donau zijn hoogtepunt. Ars Electronica is geopend. En dit jaar viert het oudste, beste en beroemdste festival over kunst en technologie dat jaarlijks plaatsvindt in het Oostenrijkse stadje Linz zijn twintigjarig bestaan. Met het Brücknerorkest op een podium in de rivier, omringd door een indrukwekkend leger kranen met geluidsboxen en reuzenbeeldschermen. En met naast de internationale sterren Oostenrijks eigen filmheld Klaus Maria Brandauer die, bijgestaan door de Wiener Sängerknabe, de voorstelling poëtisch aan elkaar declameert.

Kosten noch moeite is gespaard. Want nog los van de verjaardag, is een groots multimediaspektakel traditie bij de opening van het festival. Ganz Linz stroomt er jaarlijks voor uit, evenals voor het gala rond de uitreiking van de festivalprijzen, dat live wordt uitgezonden op tv. Ars Electronica, ooit een aanzet om een ingeslapen industriestad nieuw leven in te pompen, is behalve een toonaangevend kunstfestival een evenement waar de stad trots op is.

De historie van het festival is imposant. Twintig jaar van state of the art tentoonstellingen over het raakvlak tussen kunst en techniek, variërend van robots tot de eerste cd-roms, helikoptermuziek en virtuele werelden, en met spraakmakende symposia over elektronische netwerken (al in 1989) nanotechnologie (1992) en de relatie tussen techniek en militaire doelen (1998). Op de lijsten van deelnemers en prijswinnaars ontbreekt geen enkele belangrijke pionier op het terrein van kunst en digitale techniek. Daarbij slaagt Ars Electronica er al twintig jaar in om door haar thema's, door nauwe samenwerking met de Oostenrijkse televisie en door geen onderscheid te maken tussen `hoge' en `lage' cultuur (dit jaar won het computersysteem Linux van de Fin Linus Thorvalds de Prix Ars Electronica voor Internetprojecten, en de film What dreams may come met Robin Williams de Prix in de categorie `visuele effecten'), ook invloed uit te oefenen buiten de kring avant-garde kunstenaars, wetenschappers en critici die op het festival afkomt.

Dat een bezoek aan Ars Electronica je voor een jaar lang op de hoogte stelt van de combinatie kunst en digitale technieken gaat ook dit jaar op. Behalve installaties rond biotechnologie, het festivalthema van dit jaar, zijn er buitenprojecten op verschillende locaties in de stad. De houten loopbrug voor het Ars Electronica Center bijvoorbeeld, die in verbinding staat met net zo'n brug in Boedapest; betreders in de ene stad laten de planken op en neer gaan in de andere. En dan is er natuurlijk de Prix Ars Electronicatentoonstelling met de projecten van de winnaars en eervol genomineerden. Meer dan eenentwintighonderd kunstenaars dongen ditmaal mee.

Zo bevindt het puikje van de digitale kunst zich voor een maand in het Linzer Museum für Gegenwartskunst. Kunstwerken die gebruik maken van scanners, live-videocamera's en robots en die vaak bediend kunnen worden via Internet. Zoals de in een arena ronddraaiende muziekrobotjes van het Canon Artlab, die geluidspatronen creëren op commando van festivalbezoekers en buitenstaanders. Ook Difference Engine van de Amerikaanse prijswinnaar Lynn Hershman is op verschillende plekken toegankelijk. Haar installatie maakt een foto met serienummer van elke bezoeker en slaat die op, waarna de bezoeker met die foto als representatie kan rondzwerven tussen anderen in een virtuele versie van het centrum voor mediakunst in Karlsruhe. Opvallend veel projecten gaan over contact leggen of over navigeren in virtuele ruimtes met je lichaam, zonder tussenkomst van apparaten. In het CAVE-project van Simon Penny dwaalt de bezoeker rond in een bewegende wereld vol virtuele rotsen, nevels en bollen, zonder dat hij een bedieningsinstrument nodig heeft.

Bang om haar functie te verliezen, hoeft het festival voorlopig niet te zijn. Een groot deel van het publiek is jong en er is voldoende nieuwe instroom van kunstenaars, zeker nu er een nieuwe tentoonstelling is voor `cyberjeugd onder de negentien'. Institutionaliseren wil Ars Electronica niet; het nu twee jaar bestaande museum Ars Electronica Center toont weliswaar veel werken uit het festival, maar staat grotendeels op zichzelf. Wel moet het medialab van het centrum zelf meer projecten ontwikkelen, vindt lab-hoofd Gerfried Stocker, en samenwerking zoeken met bedrijven. Daarnaast moet Ars Electronica vooral doorgaan met wat het altijd al deed: het aan de orde stellen van omstreden nieuwe technologieën.

Dit jaar is dat Life Science over de oprukkende genentechnologie, `de sleuteltechnologie van de volgende eeuw', volgens business-goeroe en inleider Jeremy Rifkin. Waarmee de discussies over voors en tegens, angst en hoop, over ethiek versus financieel gewin en de hoognodige wetgeving zondag al flink op gang kwamen. Wat dat behalve met onze toekomst met kunst te maken heeft, komt in de loop van de week aan de orde.

Ars Electronica, op verschillende locaties in Linz, duurt t/m do 9 sept. Op Internet www.aec.at/lifescience. V2 in Rotterdam heeft dagelijks van 10-18u een live-videoverbinding met de Life Science conferentie op een groot scherm, Eendrachtsstraat 10, tel. (010) 206 72 72, en zendt ook uit via Internet: www.v2.org.