De Hohe Messe van Bach besluit een `Frans' festival

Met een stijlvolle uitvoering van Bachs Hohe Messe kwam zondag in Utrecht een eind aan het achttiende Festival Oude Muziek, dat bij 168 evenementen 52.000 bezoekers trok. Volgend jaar kan men luisteren naar meer Bach, een van de thema's naast het Spanje van de 13de eeuw, de klavierwerken van Haydn en een muzikaal portret van Karel V. Nu overheerste de Franse barok, zoals bij het fijnzinnig ensemble La Symphonie du Marais in een confrontatie tussen de muziekdictator Lully en de minder bekende Desmarets (1661-1741).

Reeds als 25-jarig veelbelovende componist wekte Desmarets de naijver op van Lully, die hem een studiereis naar Italië verbood, Desmarets durfde slechts te publiceren onder pseudoniem. Beide hier uitgevoerde divertissements zijn ongehoord onderdanig. Bloemen, vertrapt door de Zonnekoning, zouden daar trots op mogen zijn, bedacht Jean Racine voor Lully's divertissement Idylle sur la Paix. De componist was uit de gratie vanwege een ongeoorloofde affaire met een Italiaanse page, wat de vrome koning onder druk van de nog vromere Madame de Maintenon had af te keuren. De muziek en de tekst met de belachelijke zinsnede `laten wij jaren inleveren om ze de koning te schenken' vielen zeer in de smaak. Ook Desmarets ondervond de gevolgen van een liefdesaffaire. Nadat hij de dochter van een dignitaris had ontvoerd, werd hij bij verstek ter dood veroordeeld, wat hem na omzwervingen via Brussel en Madrid naar Lotharingen voerde.

Hoewel het idioom hetzelfde is, zijn er toch wezenlijke verschillen tussen de dictator en de avonturier. Lully prefereert de penetrante combinatie van hobo's en fagot. Desmarets houdt het bij flemend zachte fluiten en een viool. Dramatisch wint Lully, maar Desmarets had altijd slechte librettisten: het dichtwerk van Antoine Morel in La Diane de Fontainebleau is om te huilen van onbenulligheid. Melodisch wint Desmarets, maar het is mij veel te zoet.

Met de dramatische impulsen van het libretto voor het veel te slap aangedraaide schouwspel Le Jardin des Délices was het nog minder gesteld. Een oeverloos uitgewerkt, flinterdun verhaaltje over een meisje dat in een Chinees boek bladert, waarna 's avonds als in Tsjaikovsky's ballet De Notenkraker de Chinese figuren tot leven komen. Het beloofde een interessante ontmoeting tussen Westerse en Chinese gestiek. Maar noch de leden van La Péniche Opéra, noch die van het Taiwanese Theater van de Pereboom lieten het verder komen dan een strikt gescheiden spel, om en om van Oost en West. Slordige Franse barokzang en weinig stijlvol hups gedans stonden als verlepte bloemen tegenover de wel degelijk verfijnde, maar veel te uitgesponnen Chinese dansen als bleekpapieren kunstbloemen. Het beste vond ik nog de van Steve Reich afgekeken ratelende klepperfinale. Durf heeft La Péniche Opéra wel.

De muziek van de Duitse Lully-leerlingen Kusser en Muffat kreeg bij Musica Antiqua Köln een wel heel ongelukkige vertolking. Bouwvakkers timmeren er liefdevoller op los. Telemann werd iets minder hakkerig hard uitgevoerd.

Soms wordt een stijl klakkeloos overgenomen zonder dat men er iets aan toevoegt. Joannes Stalpart van der Wiele eigende zich de Italiaanse methode van componeren toe, maar ik hoorde daar verder weinig eigens in. Toch was de contate O waerdigh heerlijck graf! (1628) interessant in zijn poging om een volksliedstijl op te sieren met bloemige melismen, toegewijd uitgevoerd door de sopraan Anne Grimm en La Sfera Armoniosa. De gambiste Paulina van Laarhoven slaagde er zelfs in om de solomadrigalen te laten klinken als quasi-duetten op een fraai concert met bijdragen van het welluidende I Fagiolini.

Tenslotte was er de confrontatie tussen de eerste prachtmis van Machaut en de Hohe Messe, Bachs opus summum op de laatste dag. Het ensemble Gilles Binchois zong Machauts Messe de Nostre Dame in een reactie op de gebruikelijke opvatting die hoog en gemarkeerd is, juist heel lyrisch ingetogen, laag en vloeiend. Ik twijfel. Het is mooi maar iets te zoet, zeker in de hoqueti, die militante hink-stap-sprongen die als distels tussen de bloemen staan en er nu in feite werden uitgetrokken. Met het Koor en Barokorkest van de Nederlandse Bachvereniging onder leiding van Jos van Veldhoven in `das grössten musikalischen Kunstwerk, das die Welt gesehen hat' (C. Albrecht) kwam het festival tot een eind. Vooral stijlvol uitgevoerde delen als Kyrie II en Credo in unum Deum ontroerden, respectievelijk overweldigden. Het zijn delen in de onversierde stile antico, die opbloeiden zonder bloemig te zijn.

Holland Festival Oude Muziek Utrecht. Gehoord: 3, 4, 5/9 Utrecht. Slotconcert 9/9 Radio 4.