De Francofonie doet haar best politiek volwassen te worden

In het Canadese Moncton waren regeringsleiders van 52 Franstalige landen bijeen. Voor het eerst werd over mensenrechten gesproken, volgens sommigen een teken van politieke volwassenheid

Eén ding hebben de 52 lidstaten van de Francofonie, de internationale organisatie van Franstalige landen, met elkaar gemeen: gebruik van of grote affiniteit met la langue française.

In bijna elk lidstaat van dit bonte gezelschap dat landen in onder meer Afrika, Azië en het Caribisch gebied omvat, wordt Frans gesproken – reden genoeg voor onderlinge gevoelens van fierté et fraternité, trots en broederschap.

Reden genoeg ook om eens in de twee jaar bijeen te komen voor een topconferentie, zoals dit weekeinde in de Canadese plaats Moncton. Staatshoofden en regeringsleiders praten dan over culturele samenwerking en manieren om het Frans te bevorderen in een wereld die wordt gedomineerd door Engels. Sinds 1986 doen ze dat, een initiatief van de voormalige Franse president François Mitterrand. Zo is het de Franstalige wereld van de jaren negentig een doorn in het oog dat op Internet bijna uitsluitend in het Engels wordt gecommuniceerd.

Er is echter nog iets anders wat een meerderheid van de lidstaten van de Francofonie met elkaar gemeen heeft. Iets onverkwikkelijks, iets waar het moederland, Frankrijk, en de gastheer, Canada, eigenlijk liever niet mee geassocieerd worden: een groot aantal van de lidstaten, waaronder enkele van de armste landen van de wereld, neemt het niet zo nauw met de rechten van de mens. Van de 52 landen die dit weekeinde een delegatie naar Moncton afvaardigden, worden volgens Amnesty International in 32 dissidenten vermoord en gemarteld en lastige journalisten opgesloten.

Zo wordt de president van Togo, Gnassingbe Eyadéma, ervan beschuldigd opdracht te hebben gegeven tot de arrestatie van politieke tegenstanders bij verkiezingen vorig jaar. Hun lichamen zouden zijn aangespoeld op het strand, nadat ze geboeid uit vliegtuigen waren geworpen. De premier van Cambodja, Hun Sen, wordt verdacht van betrokkenheid bij moorden op zeker drie politieke tegenstanders voorafgaand aan verkiezingen vorig jaar. En delegatieleden uit Rwanda kregen bijzondere visa met diplomatieke onschendbaarheid, zodat ze in Canada het risico niet liepen te worden gearresteerd wegens medeplichtigheid aan moordpartijen in 1994. In de woorden van een demonstrant in Moncton is de Francofonie ,,een club criminelen die moorden in het Frans''.

De Francofonie, een jonge organisatie die haar draai in de wereld nog niet helemaal heeft gevonden, zit inmiddels nogal met dit imago in haar maag. Tot dusverre werden besprekingen altijd beperkt tot culturele zaken. Rechten van de mens waren taboe. Maar, zo vroeg de Canadese premier Jean Chrétien zich dit weekeinde hardop af, werd het niet eens tijd om de Francofonie te doen opgroeien tot een soort Franstalige versie van het Britse Gemenebest? In die organisatie, waarvan Canada eveneens lid is, kunnen schendingen van de mensenrechten worden bestraft met opschorting van het lidmaatschap, zoals het geval was met Nigeria in 1995.

Chrétien kreeg voorzichtige bijval van de Franse president Jacques Chirac. Deze liet zich in zijn openingsrede in scherpere bewoordingen dan ooit tevoren uit over het onderwerp: om een geloofwaardige organisatie te zijn in de ,,multipolaire wereld van morgen,'' aldus Chirac, moet de Francofonie ,,een voorbeeldig en effectief voorvechter zijn voor vrede, democratie, vrijheid, rechten van de mens, ontwikkeling en goed bestuur''. Chirac opperde de vorming van een agentschap van waarnemers binnen de Francofonie dat zou moeten letten op schendingen van mensenrechten in de lidstaten.

Het waren stekelige kwesties, waarover niet één, twee, drie consensus kon worden verwacht, zei Chrétien gisteren aan het eind van het congres. In de slotverklaring kwam men dan ook weinig verder dan algemene beloftes over ,,de naleving van de wet en democratische beginselen''. De Francofonie gaat voortaan waarnemers sturen naar verkiezingen in haar lidstaten. De suggesties van Chrétien en Chirac waren echter niet in de verklaring terug te vinden, noch werden overtreders met name genoemd of veroordeeld. Van strafmaatregelen was al helemaal geen sprake.

Toch vonden beide leiders dat vooruitgang was geboekt. Het feit alleen al dat de rechten van de mens weliswaar niet op de officiële agenda van de topontmoeting voorkwamen, maar de conferentie toch domineerden, was volgens Chrétien een aanwijzing dat de Francofonie, behalve een culturele organisatie, ook een politieke organisatie geworden is. ,,Van nu af aan zal de naleving van mensenrechten een van onze hoogste prioriteiten zijn'', zei hij. ,,Voorheen was het een onderwerp waarover nooit gesproken werd.''

Chirac noemde de Francofonie ,,een stille kracht''. Bij elke top ,,zetten we een bescheiden stap in de goede richting. We zijn niet uit op spektakel'', aldus de Franse president. ,,We proberen de wil te verenigen van vijftig landen met verschillende culturele achtergronden.''