Blauwdruk voor vrede volgende hindernis

De belangrijkste toevoeging aan het akkoord van Wye van oktober 1998 is de bepaling dat er binnen vijf maanden een blauwdruk moet liggen voor vrede tussen Israel en de Palestijnen. Ook het tijdschema voor terugtrekkingen is gewijzigd.

Israels premier Ehud Barak is opgelucht dat het hem is gelukt in het door premier Netanyahu getekende akkoord van Wye Plantation (oktober 1998) het element van een raamovereenkomst voor een definitieve vredesregeling met de Palestijnen te introduceren. Deze raamovereenkomst, die volgens het zaterdag in Sharm-el-Sheikh getekende akkoord op 13 februari 2000 rond moet zijn, is een blauwdruk voor de permanente vredesregeling die weer zeven maanden later in kannen en kruiken moet zijn. Indien blijkt dat die blauwdruk, die een voorzet moet geven voor regeling van alle uitstaande problemen tussen de partijen – zoals de kwestie-Jeruzalem, het Palestijnse recht op terugkeer en grenzen - niet haalbaar is, zal Israel geen land op de Westelijke Jordaanoever meer aan de Palestijnen overdragen na de laatste Israelische terugtrekking conform `Sharm-el-Sheikh'.

Deze heeft op 20 januari 2000 plaats. Het oorspronkelijke akkoord van Wye Plantation stipuleerde dat de laatste overdracht van land op 15 november 1999 zou plaatshebben. Barak heeft dus `tijdwinst' geboekt. Om binnenlands-politieke redenen vindt Barak het voor zijn vredespolitiek belangrijk dat het overdragen van gebied met Israelische nederzettingen erin aan het Palestijnse Gezag zo dicht mogelijk gebeurt bij het vaststellen van de vredesgrenzen in de blauwdruk van 13 februari 2000.

Barak zal dan, zoals ook in `Wye' was vastgelegd, 18,1 procent van de Westelijke Jordaanoever aan de Palestijnen hebben overgedragen. De Palestijnse leider Yasser Arafat heeft dan in totaal 41 procent van het gebied onder zijn controle. Daarmee is wat Barak betreft een punt gezet achter het opgeven van land zonder dat hij weet hoe een definitieve vrede eruit ziet. Baraks ministers zeggen dat deze politiek Israels onderhandelingspositie aanzienlijk versterkt. Arafat wordt erdoor gedwongen zijn vredeskaart uit te spelen voordat hij nog meer land op de Westelijke Jordaanoever aan zijn uit te roepen Palestijnse staat kan toevoegen. De onderhandelingen over de blauwdruk, die centraal staat in het in Sharm-el-Sheikh getekende akkoord, kunnen de komende maanden al worden gezien als de lakmoesproef voor het Israelisch-Palestijnse vredesproces.

Voor de verbetering van zijn onderhandelingspositie heeft Barak zijn Palestijnse partners meer territoriale continuïteit op de Westelijke Jordaanoever gegeven en meer Palestijnse `veiligheidsgevangenen' moeten vrijlaten dan waartoe zijn voorganger Netanyahu bereid was. Arafat heeft voorts een definitieve datum – 1 oktober – gekregen voor het begin van de bouw van de haven in Gaza en de opening van de zuidelijke `veilige route' tussen de Westelijke Jordaanoever en de Gazastrook. Theoretisch kan de noordelijke route vier maanden later in gebruik worden genomen. Het Wye-akkoord stelde deze vertrouwenwekkende stappen afhankelijk van nog te bereiken overeenkomsten.

De blauwdruk en het daarop afgestemde tijdschema voor verdere Israelische terugtrekkingen uit bezet gebied zijn de belangrijkste elementen waarin het in Sharm-el-Sheikh getekende akkoord verschilt van het akkoord van oktober 1998, waarvan de uitvoering al in december door premier Netanyahu werd bevroren. Op de meeste andere punten zijn de verschillen minimaal. Wel is er een groot verschil in de benadering van Barak en Netanyahu van het bereikte akkoord. Netanyahu had van het begin af niet de intentie het akkoord uit te voeren. Barak daarentegen ziet het als een diplomatiek breekijzer om in een jaar tot een permanente vredesregeling met de Palestijnen te komen. ,,Als het niet in een jaar kan lukt het evenmin in tien jaar'', haalde het blad Ha'aretz gisteren een politieke persoonlijkheid aan die Baraks denken vertolkte.

    • Salomon Bouman