Anarchie als middel

DE STAATSTERREUR is op herhaling. Ditmaal in Oost-Timor. Want hoe moet de vrijmoedige gewelddadigheid tegen voorstanders van onafhankelijkheid anders worden geduid, tegen de achtergrond van het lijdelijk toezien van Indonesische strijdkrachten en politie. Dit geweld vloeit ten minste voort uit verregaande tolerantie van de kant van de Indonesische autoriteiten. De bloedige gevolgen van de van bovenaf bewust gestimuleerde anarchie zijn inmiddels bekend van Rwanda, Bosnië en Kosovo. Er is niet veel fantasie voor nodig om in Oost-Timor een vergelijkbaar patroon te onderkennen.

Nog maar een week geleden trok de bevolking van de voormalige Portugese kolonie in alle rust naar de stembus. Haar was gevraagd zich uit te spreken over een voorstel van Jakarta tot het verlenen van verregaande autonomie aan dit eilanddeel. Afwijzing van dat voorstel mocht worden uitgelegd als een stem voor onafhankelijkheid. En zo geschiedde. Binnen een week was de uitslag bekend. De overgrote meerderheid van de Oost-Timorezen had zich tegen aansluiting bij Indonesië, in welke vorm dan ook, uitgesproken. President Habibie leek de uitslag te willen respecteren. De inlijving van Oost-Timor door Indonesië ruim twintig jaar geleden moest ongedaan worden gemaakt.

Al voor het referendum werd gewaarschuwd dat het geweld erna weer zou opleven. Waarschijnlijk is er een minderheid die oprecht voorkeur heeft voor aansluiting bij Indonesië. Maar de zogenoemde pro-Indonesische milities die de afgelopen dagen hun terreurcampagnes verder hebben opgevoerd, lopen niet over van authentieke gevoelens op dit punt. Hun moordlustig gedrag, de afwezigheid van enig merkbaar politiek benul en de anonimiteit van de gangmakers wekken de indruk dat zij op afstand worden gemanipuleerd. Kennelijk zijn er lieden die de uitslag van het referendum niet wensen te accepteren om vervolgens in de gecreëerde chaos alsnog hun zin te krijgen. Het vermoeden dat die lieden moeten worden gezocht in de nabijheid van de hoogste (leger)kringen in Jakarta kan niet door het staatshoofd worden weggenomen.

DE WERELD STAAT erbij en kijkt ernaar. De Veiligheidsraad van de VN stuurt een missie naar Jakarta om voor de zoveelste keer het ongenoegen van de internationale gemeenschap over de gebeurtenissen in Oost-Timor aan de orde te stellen. De voorzitter van de raad, de Nederlandse ambassadeur Van Walsum, doet er niet geheimzinnig over dat van het gezelschap niet meer is te verwachten. Een vredesmacht voor Oost-Timor – waarom Australië en Nieuw Zeeland min of meer hebben gevraagd – zit er volgens hem niet in. De raad blijft uitgaan van de verantwoordelijkheid van de Indonesische regering voor de veiligheid van het nog in Oost-Timor verblijvende internationale personeel en voor de handhaving van orde en rust in het algemeen.

De internationale gemeenschap blijkt hiermee bereid een groot risico te nemen. Er is een gerede kans dat een door de VN gewild en gecontroleerd referendum achteraf een wassen neus blijkt te zijn. Dat roept vragen op over de stoïcijnse houding van het moment. Het bloedbad dat inmiddels wordt aangericht vereist zeker een ander antwoord dan de laconieke diplomatie waarvoor is gekozen. Dat zou voorkomen dat een bezoekend wereldleider net als eerder president Clinton de slachtoffers excuses moet aanbieden voor getoonde nalatigheid.