`VVD WIL GEEN BRINTA-SCHOOL'

De Brede School heeft de poort altijd gastvrij openstaan. Zij dient als centrum voor kinderen met een te geringe ouderlijke aandacht. Maar zij mag niet ten koste gaan van de kwaliteit van elementaire schoolvakken.

HIJ VINDT het prima dat een schoolgebouw ook gebruikt wordt door de maatschappelijk werker, de politieagent en de judoleraar. Geweldig, als onderwijzers hun `pedagogisch eiland' verlaten en contact onderhouden met andere professionals die de leerlingen kennen. Maar Clemens Cornielje, sinds vijf jaar onderwijswoordvoerder voor de VVD en nu tevens vice-voorzitter van de Tweede-Kamerfractie, wil alvast waarschuwen tegen `de euforie' over de nieuwste doctrine in het onderwijs: de `Brede School'. ``Leraren mogen opvoedingstaken, zoals ontbijt serveren, niet overnemen van ouders. De VVD wil geen Brinta-school.''

De discussie over de `Brede School' zal binnenkort in de Tweede Kamer gevoerd worden naar aanleiding van een `gespreksnotitie' die staatssecretaris Adelmund (Onderwijs) erover heeft opgesteld. Met name PvdA'ers, onder wie Adelmund, wethouder Kuiper in Rotterdam en Tweede-Kamerlid M. Barth, zijn laaiend enthousiast over de `Brede School'. In Groningen, waar de eerste soortgelijke `Vensterscholen' sinds twee jaar bestaan, komen maandelijks tientallen belangstellenden uit andere provincies zich aan de voorbeelden vergapen. Ook in Rotterdam en Utrecht zijn al Brede Scholen opgericht. In Engeland en Amerika bestaan zulke scholen al langer. Het zijn stuk voor stuk lokale initiatieven.

In een Brede School is het schoolgebouw van 's morgens vroeg tot 's avonds laat open. De school dient niet alleen als onderwijsinstelling, maar als centrum van de buurt, waar kinderen altijd terecht kunnen om huiswerk te maken, te voetballen, op de computer te werken of een cursus te volgen. De Brede School dient bijna als vervangend tehuis voor kinderen wier ouders geen tijd voor hen hebben. Ze worden veelal opgericht in wijken waar bijna niemand nog lid is van bijvoorbeeld een sport- of schaakvereniging. In de Brede School voelt de leraar zich niet alleen verantwoordelijk voor de scholing van de leerling, maar ook voor zijn opvoeding, welzijn en ontwikkeling.

Het idee is ontwikkeld door leraren en wethouders in grote steden die strijden tegen de taal- en leerachterstanden van leerlingen op binnenstadscholen. De school is tegenwoordig de enige plek in de samenleving waar iedereen komt, zo is de redenering, en dus een uitstekende `vindplek' om problemen te voorkomen. Politie of RIAGG-medewerkers kunnen leerlingen daar altijd vinden en er overleggen met leraren die de kinderen goed kennen. Als ouders het laten afweten, krijgen kinderen op de Brede School 's ochtends ontbijt. Dan zitten ze tenminste niet met een rammelende maag in de klas. 's Middags, na schooltijd, worden ze begeleid met huiswerk, sport en spel. Moet een leerling naar de huisarts of specialist, en ondernemen de ouders niets, dan zorgt de Brede School er wel voor.

Cornielje: ``Ik ben bang dat dit weer zo'n politiek correct onderwerp wordt waar je per definitie geen kritiek op mag hebben. Overal geldt dat iets nieuws beginnen leuker is dan je kerntaken uitvoeren. Natuurlijk is het goed dat achterstandsscholen betere resultaten boeken en dat ouders meer betrokken raken bij de scholing van hun kinderen. Maar zo'n ontwikkeling dwing je niet af door leraren met extra taken op te zadelen. Er is al een tekort aan leraren op achterstandsscholen en zij die er wel zijn, hebben al hun aandacht nodig voor elementaire vakken als taal en rekenen. Dat is één van de grote gevaren van de Brede School: of de juf even de boterhammen wil smeren 's ochtends. Zulke taken moeten dus uitsluitend door jeugd- en welzijnswerkers worden uitgevoerd, buiten de schooluren. Op grotere schaal vrees ik dat men straks roept dat we beter geld kunnen besteden aan Brede-Schoolactiviteiten op school in plaats van aan taal en rekenen. Terwijl de prioriteit moet liggen bij taal, taal, taal.'' En het serveren van het ontbijt: ``Dat is echt een verantwoordelijkheid van de ouders.''

Voorstanders van de Brede School wijzen erop dat het concept niet na vier jaar `afgerekend' mag worden op de schoolresultaten van leerlingen. Het gaat ook om `sociaal rendement': tijdig gezinsproblemen signaleren, zoals alcoholisme, misbruik of verwaarlozing. Kinderen het gevoel geven dat ze altijd op school terecht kunnen. Ook moeten ze op de Brede School in aanraking komen met sportverenigingen of culturele activiteiten. Prima, vindt Cornielje, maar dan kan het onderwijs ook niet geacht worden te betalen voor de Brede School. ``Zo'n lokaal initiatief moet ook uit lokale middelen betaald worden. Het moet niet zo zijn dat iedereen erop gaat rekenen dat het ministerie van Onderwijs dat uiteindelijk wel bekostigt.''

    • Frederiek Weeda