Preventie leidt tot daling WAO-ers

Op naar de een miljoen', stond boven het artikel in deze krant van 17 augustus over de toename van het aantal arbeidsongeschikten. Geconstateerd werd onder andere dat Nederland qua arbeidsongeschiktheid aan de wereldtop staat met 13,2 procent van de bevolking in de `arbeidzame' leeftijd, de beroepsbevolking. Een belangrijk probleem bij internationale vergelijkingen is het verschil in arbeidsparticipatie in de diverse landen.

Het begrip beroepsbevolking kan daardoor van land tot land sterk variëren. Gaan we uit van de bevolkingsgroep van 15-64 jaar, in Nederland 10.580.000 personen, dan zijn van hen circa 8,5 procent WAO uitkeringsgerechtigden, en niet de in het desbetreffende artikel genoemde 13,2 procent.

Veel klachten van arbeidsongeschikten vallen in de categorie `psychische aandoeningen'. Deze aandoeningen zijn voor het grootste deel langdurige depressies, veelal veroorzaakt door ongunstige arbeidsomstandigheden, zoals hoge werkstress. Volgens de Leidse onderzoeker Prins zou het tonen van psychische klachten in onze cultuur meer aanvaardbaar zijn `dan elders'.

Ik geloof daar niets van. Veeleer acht ik het aannemelijk dat de hoge werkdruk te maken heeft met de lage arbeidsparticipatie in ons land. Hetzelfde welvaartspeil, hetzelfde inkomen per hoofd, moet in ons land worden verdiend door veel minder mensen dan in de andere landen van de EU.

Het probleem van de WAO moet niet alleen worden aangepakt door volumebeleid. Reïntegratie van WAO-ers wordt als de primaire sleutel tot een oplossing van het probleem gezien. Het is mij een raadsel waarom niet gekozen wordt voor de aanpak via preventie wat een veel vruchtbaarder weg is.

Nu wachten we af tot iemand uitvalt, en proberen dan met alle macht de zieke werknemer weer aan het werk te krijgen, meestal zonder succes. Het uitvoeren van periodiek onderzoek, bijvoorbeeld door het meten van de mate van arbeidsgeschiktheid met de `arbeidsgeschiktheidsindex', verschaft inzicht of de werknemer nog aan zijn arbeidstaken kan blijven voldoen.

Uit onderzoek in tal van landen, ook in Nederland, blijkt dat circa 10 tot 15 procent van de oudere werknemers een matige tot slechte arbeidsgeschiktheid heeft en een verhoogd risico om voortijdig arbeidsongeschikt te worden. De Nederlandse werknemer verschilt hierin niet van werknemers elders.

In de recent gepubliceerde Finse studie Ageing Workers in the European Union worden tal van maatregelen genoemd die de arbeidsgeschiktheid, de inzetbaarheid èn de werkgelegenheid van oudere werknemers kunnen verhogen.

Ook de WHO publiceerde in 1993 al talrijke aanbevelingen ten behoeve van het handhaven van de oudere werknemer op de arbeidsmarkt. Geconstateerd moet worden dat die aanbevelingen tot op heden in Nederland aan de laars worden gelapt. Het is beter om gehoor te geven aan dergelijke internationale maatregelen en aanbevelingen, dan vruchteloos te blijven voortborduren op volumebeleid.

Prof. dr. W.J.A. Goedhard is verbonden aan de faculteit der geneeskunde van de Vrije Universiteit in Amsterdam.