Merde, merde alors

Het ging juist zo goed. En nu dit weer. Wat moet er zo van ons plan terechtkomen? De leden van de vereniging van winkeliers en ambachtslieden in Thenon, de ACAT, klagen dat de toeristen ons dorp vooral gebruiken als doorgangsroute.

Het bestuur van de ACAT heeft, op mijn voorstel, besloten daar iets aan te doen. Wij zullen de toeristenstroom opwachten met een brochure waarin wij de aandacht vestigen op ons kanton. Dit plan heeft veel bijval ontmoet. Burgemeester Dominique Bousquet heeft de vrijwillige medewerkster Françoise Normand, die een opleiding heeft gehad in de communicatie, naar mij doorgestuurd. Françoise heeft de teksten geschreven, na door mij te zijn gebriefd over de opzet. Zelf vond ik een grafisch ontwerpster, Yannick Franche, die ons een drukproef heeft laten zien die er zeer fraai uitziet. De burgemeester beloofde ons 25.000 frank, waarmee we onze opzet kunnen financieren. Tot zover dus geen wolkje aan de lucht.

Maar nu maakt burgemeester Bousquet bekend dat er een inspectrice zal komen van de prefectuur om de besteding van het krediet te controleren. Madame Dutilleul, zoals de budgetbewaakster heet, wordt elke dag verwacht. Aan mij de taak om tekst en uitleg te geven.

,,Veel sterkte'', zegt Bousquet nog. Odette Lacoste, secretaris van het gemeentehuis, zal een afspraak voor ons maken.

Ik besluit Françoise mee te nemen. En ik bel Yannick, onze producente, op om te zeggen wat er op het spel staat. Zij wenst mij alle succes. Dan belt Odette Lacoste op een ochtend en zegt: vanmiddag om twee uur, op het gemeentehuis, het gesprek met madame Dutilleul.

Het portret van president Jacques Chirac kijkt tevreden op ons neer, wanneer we ons op het afgesproken uur om de tafel zetten. Odette Lacoste loopt de hal in om zelf madame Dutilleul te begroeten. Door de open deur hoor ik stemmen. Het is net of een kind haar tante begroet die komt logeren.

Ze komen binnen. Eén blik op tante en de moed zakt mij in de schoenen.

Ik leg uit waar het over gaat. Madame luistert aandachtig. Bij mijn woorden over het schrale lot van de agrariërs heeft ze even geknikt om daarna een blik op het plafond te werpen. ,,Gaat u verder'', zegt ze mild. En ik vervolg met een uitleg van de opzet en indeling van de brochure. Zij knikt weer even.

Dan vraagt zij: ,,Hoe doet u dat met die lijst van winkels en bedrijven?''

Nou gewoon, zeg ik, een opsomming met naam van bedrijf en eigenaar, met de specialiteit van dienst of product. Nu zwijg ik, want zij schudt driftig haar hoofd, ten teken dat er iets niet goed is. ,,Nee, nee'', zegt ze pinnig, ,,dat gaat niet. Er wordt geen reclame gemaakt. Het krediet mag niet worden besteed voor commerciële doeleinden, dat wist u.''

Bij de laatste woorden kijkt ze pissig naar Odette, die de ogen neerslaat. Merde, denk ik. Maar ik zeg het niet; ik kijk wel uit. Want `merde' is hier een krachtterm, een héél lelijk woord.

,,Met respect en waardering voor uw inspanningen'', zegt ze opeens. ,,Zonder de reclame voor de afzonderlijke bedrijven heeft u, overigens, onze toestemming en kunt u uw gang gaan.''

Iedereen kijkt opeens opgelucht, vooral Odette Lacoste. ,,Au boulot, alors'' (Aan het werk dus maar), zegt Lacoste opgewekt. Verbijsterd leg ik pen en bloknoot op tafel. Wat? Aan het werk? Zegt zij dat? Honderdmaal heb ik, als burger, vergeefs voor die balie staan wachten. Madame Lacoste was altijd `en congé' (op vakantie) of `en déplacement' (op reis). En die wil ons nu aan het werk zetten?

Buiten word ik gefeliciteerd door Françoise. ,,Je hebt het toch gered'', zegt ze. Ik zeg niets en vraag me af waarom ze haar mond niet heeft opengedaan. Thuis bel ik Yannick om haar gerust te stellen. We kunnen doorgaan, zeg ik.

,,Maar ik heb wèl een vervelend bericht'', zegt zij. ,,We hebben toch een tegenvaller.''

Even duizelt het me. ,,Comment?'' (hoezo), vraag ik korzelig.

Dan zegt ze aarzelend: ,,Wist u het niet? De burgemeester heeft een gesprek gehad met de burgemeesters van de dorpen in het kanton.''

,,Et puis, alors?'' (en wat dan nog), sis ik nu. Dan komt haar stem weer terug: ,,De tekst van Françoise is afgekeurd'', zegt ze lijzig. ,,Heeft ze het u niet verteld? Ze was er toch ook bij?''

,,Merde, merde, merde alors!'', roep ik nu luidop.

Even blijft het stil. Dan zegt Yannick, nog steeds onbewogen: ,,Je suis de votre avis, monsieur'' (ik ben het met u eens). Hoe kan het anders.