Meisjes zijn ook goed

Het pasgeboren dochtertje van de Pekingse correspondent van deze krant wordt door de buurvrouw, die net als iedereen de zomer doorbrengt op een krukje op straat, onthaald met een ernstig hoofdschudden. ,,Vort, naar binnen'', zegt ze streng. Geen blik in het hoopje deken in de armen van de jonge moeder, waar het kwijlend frutteltje trots ligt neergevleid. ,,Tut, tut, tut,'' klikt buurvrouw streng met haar tong. ,,Zo klein en dan al over straat! En waarom bedek je je armen en je benen niet?'' Hop, een duw in onze ruggen richting voordeur. En kwaaie is ze, die buurvrouw, als ze het in haar kop heeft gezet.

,,Maar het is 38 graden'', zegt de jonge moeder een beetje verontwaardigd. Het is voor het eerst dat we met ons kindje van een week terugkeren op het thuisfront. We komen zo van het ziekenhuis, popelend om, tegen beter weten in, de hele straat ons wonder te tonen. Maar in China doet men dat niet zo. Dat wisten we eigenlijk ook wel na negen maanden straatcommentaar. Een zwangere vrouw, zo is ons door iedereen, van de groenteboer tot de scharenslijper, al tientallen keren geadviseerd, behoort vooral veel binnen te blijven. En als het kindje er eenmaal is – wee de moeder die het waagt met haar kind op straat te verschijnen, er zal nog lang schande over haar worden gesproken. In China namelijk blijven moeder en kind tot veertig dagen na de bevalling aan huis gekluiserd. `Zuo yuezi' heet dat: `de maand zitten'. Met de deur toe, lange mouwen en lange broek. En als het zomer is? Dan ook!

,,Hmm'', de straat staart de vader kritisch aan. ,,Kun jij niet alleen boodschappen doen of zo?'', klinkt het licht verwijtend. ,,Jawel'', sputter ik tegen, ,,maar een beetje beweging is juist gezond voor de familie.'' ,,En de wind dan?'', roept de straat ongelovig uit. ,,Artritis!'', sist het uit anonieme deurportalen. Of wij niet weten dat vrouwen in de kraamtijd nooit in de tocht mogen zitten, of winderige straten mogen doorkruisen. De ongelukkige die dat wel doet, krijgt vroeg of laat artritis.

Een Chinese huisvriendin en ervaren moeder vervloekte bij het goede nieuws van de komst van junior al het uitgerekende tijdstip van de bevalling. ,,Oh, de zomer! Het wordt in de zomer geboren'', riep ze vertwijfeld uit. Een van haar eigen kinderen was ook in de zomer geboren, en dat zou een ware ramp zijn geweest. ,,Het was zo heet, zo heet, maar ik mocht de deur niet uit. Ik zat vreselijk te zweten in mijn lange goed. En wassen was natuurlijk ook uitgesloten.'' Hoezo? ,,Nou, van wassen na de bevalling vat je kou.''

Niet wassen, lange kleren aan, binnen blijven, wat verder nog? ,,Geen televisie kijken en geen boeken lezen, want dat verpest je je ogen die eerste maand.''

Gelukkig zijn er ook zaken die wel mogen – en als het aan ons meelevend burengezelschap ligt, zijn dat zaken die zelfs moeten. Om er een te noemen: eieren eten. Niet zomaar eens een eitje tikken, nee, hele manden dienen verorberd te worden. De buurvrouw op nummer twee kwam zelfs met een ijzeren netje vol, vijftig telden we er. En die van de andere kant, de lieverd,deed er nog een paar groene ganzeneieren bovenop. We konden er niet tegen op eten. Iedere morgen een omeletje, 's middags een gebakken eitje en 's avonds, nou ja, een gebakken eitje.

,,Eet je liever zuur of scherp?'', wilde de buurt weten van de aanstaande moeder. Een voorkeur voor zuur, zo weten we nu, kondigt een jongen aan, scherp zondermeer een meisje. En als het gezicht van de aanstaande moeder lelijk wordt naarmate de maanden vorderen, dan wordt het absoluut een jongen. ,,Ik hoop dat het een meisje wordt'', had de kolenvrouw gezegd. ,,Meisjes zijn lief, die zorgen voor hun ouders. Jongens stoppen alleen maar geld toe.'' Maar de buurt was overtuigd dat het een jongen was. ,,Spitse buik'' zeiden ze dan, nadat ze het postuur van hun enige buitenlandse buurtbewoonster met toegeknepen ogen hadden bestudeerd. ,,Een jongen, geen twijfel mogelijk.''

De bevalling was moeizaam geweest. Lange uren van weeën en toen alsnog een keizersnede. ,,Maar waarom niet meteen een keizersnede?'' vroeg mijn buurman ongelovig toen ik terug van het ziekenhuis opgewonden verslag kwam brengen. Hij sloeg eens flink met zijn vlakke hand op zijn blote buik die hij in de hete zomer wind te luchten liet. ,,Klets!'' klonk het door de stille steeg. ,,Jullie hebben toch geld!'' In China, zo weten we nu, is een keizersnede vooral een kwestie van geld. En de meeste aanstaande ouders tasten er diep voor in de buidel. ,,Een keizersnede is veilig'', zeggen ze allemaal. Geen enge scheuringen of kneuzingen en de sterilisatie – het enige kindje is immers geboren – pakken ze zo meteen even mee. ,,Bovendien kun je zelf kiezen wanneer je je kindje wilt.'' Een geluksdatum, 's morgen of 's middags, in het weekeinde, als het maar rond de uitgerekende datum is. De millenniumkindjes van China zullen dan ook geen toeval zijn. Voor persen en dan alsnog een keizersnede, zelfs als de kalender op een leven lang geluk staat, bestaat in onze steeg geen begrip.

Ten slotte wil de welwillende goegemeente toch nog weten of het jongetje gezond is. ,,Het is een meisje'', zeg ik, en ja, zo gezond als een vis. ,,Dat geeft niet'', zegt de buurvrouw, terwijl ze mij troostend op de schouders tikt. ,,Meisjes zijn ook goed!.''