Kaartje voor voetbal blijft betaalbaar

Voetbal heette ooit een volkssport te zijn. Tot de topclubs het grote geld ontdekten. Al belopen hun begrotingen nu vele miljoenen, een kaartje voor een competitiewedstrijd is nog steeds redelijk betaalbaar. Het goedkoopste ligt in doorsnee rond de dertig gulden.

Wie de stadionsfeer belangrijker vindt dan goed uitzicht is overigens goedkoper uit bij de sterrenformaties van Barcelona en AC Milan dan bij Yokohama Flugels en D.C. United, respectievelijk de Japanse en Amerikaanse ranglijstaanvoerder. De goedkoopste kaarten zijn doorgaans te krijgen voor wedstrijden tegen de mindere tegenstanders uit de competitie. Voor toppers of streekderby's hanteren ploegen als Feyenoord, PSV, AC Milan, Barcelona en Bayern München overigens wel een toeslag. De Italiaanse kampioen AC Milan rekent bijvoorbeeld twintig procent extra als er tegen Inter Milan of Juventus wordt gespeeld.

Losse kaarten zijn bij veel clubs moeilijk verkrijgbaar. Seizoenkaarthouders nemen de meeste plaatsen in, daarna krijgen clubleden veelal voorrang. In Nederland zijn met name voor Ajax en PSV losse kaarten schaars. Kaarten voor Barcelona zijn nog moeilijker te krijgen. Deze Spaanse club telt ruim 105.000 leden die wekelijks met gemak het grootste stadion van Europa (Nou Camp, met een capaciteit van 98.000 plaatsen) vullen.

Tijn Kramer