`Ik heb net getankt, ik ben heel boos op u'

,,Wij waren bij mijn dochter aan het eten op de woonboot aan de Leidsekade in Utrecht waar ze studeerde. André Bénard, mijn Franse collega die in Wenen een van de onderhandelaars was, belde. Het was logisch dat hij me belde, want het ging om een groot bedrag, een groot percentage. Ik ben opgestaan van tafel. Dat kan helemaal niet, zei ik. Nee, dat vond hij ook. Wij waren het er over eens dat we als industrie geen ja konden zeggen zonder overleg met de relevante regeringen van de importlanden. Zo'n prijsverhoging was een enorme extra last op de betalingsbalans. Dat was geen handel meer, dat was internationale economische politiek. Want vroeg of laat moet zo'n prijsverhoging worden afgewenteld op de bevolking. Wij vroegen om bedenktijd. Inmiddels brak de Jom Kippoer-oorlog uit en toen heeft de hele Opec toegeslagen met prijsverhogingen. En dat hebben ze nog een paar keer gedaan. Binnen een paar weken was de prijs verviervoudigd.

In de eerste bestuursvergadering daarna heb ik meteen gezegd: dit heeft wereldhistorische betekenis. Het leven met een concurrerende markt werd ons uit handen genomen. De beslissing in 1973 was de cumulatie van een ontwikkeling die al in 1960 was begonnen. Het werd een beetje een bende met al die dingen door elkaar heen: productiebeperking, prijsverhoging, boycot en oorlog.

We hebben in de maanden daarna de beschikbare olie zo eerlijk mogelijk verdeeld: equal misery, gelijke monikken, gelijke kappen. De boycot-landen kregen olie uit niet-arabische landen, zoals Perzië of Venezuela. Dat klinkt het vreselijk verstandig, maar we hadden geen keuze. We werden wel meteen op het matje geroepen. Mijn collega's door de Britse regering. En de Fransen lieten onze Franse directie weten dat ze geen druppel minder accepteerden. De Fransen en de Britten hadden, zeiden ze, van de arabieren de verzekering gekregen dat ze niet getroffen zouden worden wegens hun goede relaties. Maar wij hadden helemaal geen instructie gekregen van de arabieren.

Zelf ben ik toen met twee collega's naar Parijs gegaan, naar de commissaire de l'energie zoals het geloof ik heette. Pompidou was toen al ziek. De discussie liep hoog op. Er werd gezinspeeld op het lot van onze belangen in Frankrijk: `U begrijpt toch wel dat ..' We kwamen er niet uit. Tenslotte zei ik: `Als u zo insisteert, wie zijn wij dan om de Franse regering tegen te werken. Maar dan moet u bijvoorbeeld in Bonn gaan uitleggen waarom zij daar minder krijgen.' Dat was meteen het einde van het gesprek. We hebben beleefd afscheid genomen.

Het was een zorgelijke, drukke tijd. We wisten niet hoe lang het zou duren. Op zo'n moment moet je thuis zijn, in Den Haag en in Londen, maar dat was hetzelfde: we hebben eigen vliegtuigen, ik had een flat in Londen.

Er was veel uit te leggen. Men dacht dat wij profiteerden van de hoge olieprijs – en onze winsten gingen natuurlijk ook een tijdlang omhoog. In Nederland heb ik toen een interview op televisie gegeven. Sommige dingen kun je niet delegeren. Dezelfde week ging ik in Den Haag bij een juwelier een gerepareerde ring van mijn vrouw ophalen. Daar stond een schat van een meisje achter de toonbank. Ze herkende me van televisie. Ik heb net mijn Mini getankt, zei ze, ik ben boos op u. Toen heb ik het uitgelegd: stel dat de goudprijs vannacht drie keer zo hoog wordt, wat dan, vroeg ik. Dan is mijn baas schatrijk, zei ze. Alleen als hij alles verkoopt en gaat rentenieteren, zei ik. Niet als hij zijn voorraad weer moet aanvullen tegen die nieuwe, hoge prijs. Ja, ja, zei ze, dat is ook weer waar.

Op papier was ons inkomen verhoogd, maar we waren in een nieuwe wereld terecht gekomen. Intern heb ik ook gezegd dat ik de methode niet kon waarderen, maar dat ik begreep wat de Opec wilde met zijn prijsverhoging – niet met de boycot natuurlijk. Een boer kan opnieuw zaaien, olie kan je maar één keer gebruiken.

De Tweede Kamer heeft later nog een enquête ingesteld. Zo waren bepaalde politieke opvattingen in Nederland. Dat we per definitie niet deugden. Maar we hebben nooit, nooit een uitslag van die enquête gehoord en niemand heeft zich ooit verontschuldigd. Dat is politiek, hè.''

    • Remmelt Otten