Hollands dagboek

Diana Woei Tjoen Kie (34) is sinds vorig jaar weervrouw bij het NOS-journaal. Deze week reisde ze samen met tv-presentator Rob Fruithof naar de Noordpool, op zoek naar ijsberen voor de IJsbeerweek van het Wereldnatuurfonds. Woei heeft een dochtertje van acht maanden, Gina.

Donderdag 26 augustus

Om 4.30 a.m. ben ik in een hotel in Toronto wakker geworden. Het gevoel van `waar ben ik' is uitgebleven. Met een duf hoofd heb ik eerst geprobeerd het thuisfront te bellen, maar ik deed iets verkeerd. Via de telefoniste is het uiteindelijk wel gelukt. Alles gaat goed. Gerustgesteld doezelde ik weer in.

Normaal ben ik altijd de laatste, maar vandaag bij het ontbijt was dat niet het geval. Mijn bioritme is nog op Europese tijd ingesteld, vandaar.

Aan de ontbijttafel moet nog gedraaid worden. Een kort gesprekje met Rob. Een `bruggetje' zoals het in vaktermen genoemd wordt. Om de omschakeling van Nederland naar Canada te maken. Ik moet vertellen of ik nog iets opmerkelijks ben tegengekomen in het studiemateriaal dat ik van het Wereld Natuurfonds heb gekregen. Aangezien mijn tekst niet vaststaat, heb ik me suf gepiekerd: `Iets opmerkelijks. Mijn hoofd loopt over van informatie over temperatuurstijging, zeespiegelstijging en ga zo maar door. Maar wat vind ik nu opmerkelijk. Voor mij ligt het allemaal voor de hand. Wat moet ik hier nu op antwoorden?'

Ik ben niet tevreden over het resultaat. Maar ik kan nu niets beters bedenken. Na het ontbijt wordt de lange reis, die gisteren is begonnen, voortgezet. Van Toronto via Winnipeg naar Churchill aan de Hudsonbaai. Het is warm. Daar heeft Rob zich niet op ingesteld. Op Schiphol had hij al een dikke coltrui aan terwijl het buiten 25 graden was. De hele reis maken we grapjes over de trui van Rob en hoe warm het wel niet is. Maar het is moeilijk inpakken als je van de zomer in Nederland naar de Noordpool reist. Het scheelt wel 20 graden.

De reis heeft een groot deel van de dag in beslag genomen. Ik heb de tijd gebruikt om mijn gedachten te ordenen. Het landschap onder mij heb ik bekeken en zien veranderen van rechte lijnen met akkers en wegen naar grillige vormen met meren. Hoewel je zou denken dat de rechte lijnen rustgevender zijn, ben ik van mening dat de grillige vormen van de natuur je kunnen betoveren en je kunnen vervoeren naar een oase van rust.

Onderweg neemt de bewolking toe en in Churchill was het slecht weer. Het waait hard en het regende. Om zes uur in de avond komen we aan. Ik fris me in het hotel op en we dineren met de hele ploeg. Om 11.00 uur lig ik op één oor.

Vrijdag

Om 6.00 a.m. word ik wakker met een duf gevoel in mijn hoofd. Zeker nog steeds last van de omschakeling. Ik bel meteen weer naar huis.

Vandaag om 8.00 uur een gesprek met Jan Stirling, een onderzoeker met ijsberen als specialisme. Het is nat en winderig. Daar zullen vast de standaard grapjes over gemaakt worden. Bij het onderzoekscentrum aangekomen, blijkt mijnheer de onderzoeker nog te slapen, verstandig met dit weer. Of we op een later tijdstip willen terugkomen. Daar staan we dan met ons goede gedrag.

Op de weg terug naar het hotel voor ontbijt maken we nog een paar opnames. Vooral sfeerbeelden; Rob en ik rijdend door het verlaten landschap. Bij het ontbijt krijgen we te horen dat de helikoptervlucht en de boottocht niet doorgaan wegens de harde wind. Ook wil Jan Stirling bij nader inzien toch maar geen interview afgeven. 'sMiddags maken we een paar opnamen bij de baai. De productiemedewerker Robert Jan heeft een vervanger voor Jan Stirling kunnen regelen. In het plaatselijke museum interviewen Rob en ik Doug. Na een late lunch gaan we naar de bioscoop (The spy who shagged me). Daar hebben we de tijd voor omdat ook de geplande vlucht van vanavond naar onze eindbestemming wegens het weer is afgelast. Na de film eten Rob en ik nog iets kleins. We hebben een prettig gesprek. Leuk om met iemand over het presentatievak te praten die een andere invalshoek heeft. Om 12.00 uur ging ik onder zeil.

Zaterdag

Alweer vroeg wakker, 5.30 uur. Om zes uur moeten we weg. Het waait nog steeds, maar er is geen waarschuwing meer van kracht dus gaat de vlucht door. Wagerbaai is de eindbestemming voor vandaag. Ik heb helaas geen tijd om naar huis te bellen omdat ik mijn koffers nog moet pakken.

De vliegtuigen worden kleiner naarmate we de poolcirkel naderen. Bakerlake, een dorpje met slechts 1.200 inwoners, is het tussenstation.

Vergeleken met Churchill is Bakerlake een verademing. In Churchill hebben ze van de ijsberen een toeristische attractie gemaakt. November is het hoogseizoen. Dan bevriest de Hudsonbaai. De ijsberen komen naar Churchill en beginnen met hun jacht op zeehonden. Dat doen ze vanaf het ijs. Eindelijk kunnen ze weer bij hun voedsel. In de zomermaanden kunnen ze niet jagen omdat er geen ijs ligt.

Churchill is daarom in deze tijd van het jaar een verlaten toeristendorp. De toendrabuggy, een soort woonwagen met enorme wielen van waaruit de toeristen de ijsberen veilig kunnen bekijken, staat nu verlaten langs de kant.

Bakerlake daarentegen is een ongerept dorpje. We blijven maar een paar uur. Onze eindbestemming Sila Lodge ligt helemaal verlaten. Het zijn in totaal vijf huisjes voor toeristen, gebouwd langs een baai. Ver verwijderd van de bewoonde wereld. Je huurt er alleen het water en de wind. Je kunt er geen haast hebben, want er is geen tijd. Je moet alleen rekening houden met de natuur. Het is onbeschrijflijk hoe het voelt om daar te zijn. Het contrast tussen vijftien miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde (Fluitsma en Van Tijn) en wij, twaalf mensen, op een stuk land dat wel drie keer zo groot is als Nederland, is enorm. Ik houd wel van die ruimte.

'sMiddags hebben we nog een wandeling van vier uur gemaakt. Het land is kaal, maar laag bij de grond is de flora nog opvallend rijk en divers. Bosbessen en paddenstoelen heb ik gegeten. Van bovenop een heuvel hadden we een mooi uitzicht op de baai. Er waren wel veel vliegen en muggen onderweg. Ik geloof dat ik toen helemaal lekgestoken ben. Vooral op mijn hoofd.

In de lodge hebben we gedineerd.

Toen ik alleen terugliep naar de slaaphut kreeg ik een unheimlich gevoel. De sterke ijsberenverhalen hebben me niet gerustgesteld. Ze zijn nu erg hongerig en het was ook al donker. Ik heb de vodjes papier waarop ik mijn dagboek bijhoud naast het bed gelegd en ben snel onder de dekens gekropen.

Zondag

Afgelopen nacht heb ik het ontzettend koud gehad. Vanochtend was het gelukkig niet zo vroeg. Om 7.00 uur hebben we ontbeten, 8.00 uur gingen we weg.

We varen vandaag met een motorbootje de kust af, op zoek naar ijsberen. Na een uur varen heb ik de moed al opgegeven. `Dit is zoeken naar een speld in een hooiberg.'

Ik lig voor op het dek. Naast mij zit John, onze gids, een man van zestig die hier is opgegroeid. Plots wijst hij in de verte naar iets wits op de rotsen. Ik zie het bewegen. Een ijsbeer. Hier zijn we drie dagen voor aan het reizen geweest. Hij rent de heuvel over. Het verbaast me dat hij zich zo snel voortbeweegt. We zetten de achtervolging in. Aan de andere kant van de heuvel springt hij in het water.

Het is een mannetje met een oud litteken op zijn hoofd. Het lijkt wel modder. Wat een geluk dat ik dit mag meemaken. De ijsbeer wordt iedere keer de pas afgesneden zodat we hem goed kunnen filmen. Eerst is hij onrustig en wil hij iedere keer van ons wegzwemmen, later wordt hij wat kalmer. Hij gaat echter niet het land op. Daar is hij te macho voor, volgens John. Een uur later zien we er nog een, maar die is ons te snel af.

Rond een uur of een gaan we ergens het land op om te lunchen. Helaas komt onze boot droog te liggen, want in Wagerbaai is er een tijverschil van ongeveer drie meter. We hebben toen maar een wandeling gemaakt op het eiland. Pas om vijf uur is het water ver genoeg opgekomen om weer verder te varen. De wind is inmiddels gaan liggen en de lucht dichtgetrokken. Het begint zachtjes te regenen. Het water is bijna helemaal glad.

Op de terugweg hebben we nog meer ijsberen gezien. Moeder met twee jongen en nog een van ongeveer drie jaar oud. Hij is erg nieuwsgierig en blijft de hele tijd naar ons kijken. Na deze eerste confrontatie met ijsberen in hun natuurlijke omgeving ben ik er niet zo zeker meer van of deze dieren wel zo gevaarlijk zijn. Ze vallen je in ieder geval niet zomaar aan. De beren die we vandaag tegenkomen slaan allemaal op de vlucht, behalve dan de laatste. Die is erg nieuwsgierig, maar ik denk dat dat typisch gedrag is voor jonge dieren.

Om 9.00 p.m. varen we met hoog water de baai binnen bij de lodge. Het is laat geworden. Als ik na het diner terugloop naar de slaapverblijven ben ik niet meer zo bang als gisteren.

Maandag

Ook vandaag gaan we met het bootje de kust af, op zoek naar nog mooiere plaatjes. We beginnen waar we gisteren geëindigd zijn. En het is meteen weer raak. Eerst op een rots een ijsbeer. Vervolgens moeder en twee kleintjes in het water. Er staan hoge golven. De kleintjes blijven zo dicht mogelijk bij hun moeder zwemmen. Eentje probeert bij moeders op de rug te klimmen. Na een tijdje krijg ik met ze te doen en besluiten we ze met rust te laten.

Er was een goede balans tussen het filmen van dieren en respect hebben voor de natuur. Daar zorgen zowel de gidsen als de regisseur voor. Ook staat Sila lodge bekend om duurzaam toerisme. Men laat geen afval achter in de natuur. Ik houd daar wel van.

Tijdens de lunch hebben we vandaag de boot maar niet droog laten vallen zodat we niet op het tij hoeven te wachten. Bij het weer aan boord stappen hebben we wel enige moeilijkheden. De boot loopt vast. Alle mannen moeten uit de boot om hem los te duwen. Ik besef dat als er iets ergs gebeurt we wel een heel eind van de beschaafde wereld vandaan zitten. Op zulke momenten moet je daar maar niet te veel bij stilstaan. Gelukkig krijgen de mannen de boot los.

Na een tijdje varen zien we weer een paar beren. De regisseur, Remco, en Job, de cameraman, gaan met John, de gids, aan land. We hebben veel plaatjes vanaf het water maar nog niet veel vanaf het land. De rest blijft bij de boot. Gek om je leven te wagen voor dat ene plaatje dat je nog niet hebt. Gelukkig hebben ze een geweer bij zich. Maar ik geloof dat we ons voor niets zorgen maken, want zodra de ijsbeer de drie in het oog krijgt, is-ie vertrokken.

Dinsdag

Vandaag zit het werk er voor Rob en mij op. Robert-Jan, Job en Mariella varen nog wel uit om nog meer beelden met ijsberen te vergaren. Remco bekijkt alvast het beeldmateriaal dat we de afgelopen dagen hebben verzameld.

Het hoogtepunt van de reis is voorbij. De ijsberen hebben we gezien. Het commentaar is vastgelegd. Thuis moet het hele programma nog in elkaar gezet worden. Zondag 5 september wordt het uitgezonden.

Dit is de eerste keer dat ik aan zo'n productie meewerk. Het is me goed bevallen. Ik moet wel zeggen dat ik het met de ploeg getroffen heb. Ik heb prettig met ze samengewerkt. Je leert elkaar sneller kennen op deze manier. En weet na de reis ook precies wat je aan elkaar hebt.

'sAvonds hebben we nog in de lodge gegeten. Om zes uur vlogen we terug naar Bakerlake. Hiermee begon de lange reis terug naar de beschaving.

Woensdag 1 september

'sOchtends om 6.00 uur ben ik op. De douches en toiletten zijn in een ander gebouwtje, dus moet ik door de vrieskou naar het toilet. Na een klein ontbijt rijden we naar het vliegveld. Daar zie ik voor het eerst iets van de lokale bevolking. Die bestaat hier in het hoge noorden vooral uit Eskimo's. Grappig is dat de moeders hun baby's in een capuchon op de rug dragen.

Het vliegtuig zit helemaal vol. Van Bakerlake naar Winnipeg, zes uur vliegen. We komen helemaal gaar aan. Eindelijk douche en toilet op de kamer.

We bezoeken het lokale weerstation. De laatste opnamen: een interview met de weervrouw.

Nog twee nachtjes slapen, dan ben ik thuis.

    • Diana Woei Tjoen Kie