Hallo, zijn wij nog trots!?

Ik behoor tot de eerste generatie Nederlanders die geen leiding meer nodig had. Mijn leeftijdgenoten en ik konden alles zelf. Kleding, muziek, studie, seks, politiek, moraal, wetenschap, op al die terreinen waren ouderen overbodig. We kwamen er zelf wel uit. Tegenwoordig wordt dat peer education genoemd, en gezaghebbende pedagogen beschouwen het als de beslissende fase in de menselijke ontwikkeling.

Dankzij ons, zou ik zo zeggen. Als mijn generatie niet had laten zien hoe het moest, was niemand op het idee gekomen dat jongeren doorgaans meer van elkaar leren dan van anderen.

Zijn wij daar trots op?

Hallo, zijn wij daar nog trots op...!?

Het is vreemd maar steeds meer kameraden, die vroeger niet weg te slaan waren bij de microfoon om een oude hoogleraar het spreken te beletten, zwijgen nu beschaamd. Het vroegere zelfvertrouwen is helemaal verdwenen. Erger nog, in veel gevallen is dat zelfs omgeslagen in regelrechte zelfhaat. Want hoe is het anders te verklaren dat nogal wat anti-autoritaire zelfopvoeders, vooral in het sociaal-democratische kamp, tegenwoordig een verlangen uitspreken naar `robuust leiderschap' en een `revitalisering van normen en waarden'? Natuurlijk, een mens kan veranderen, maar een dergelijke omkering van prioriteiten vereist in psychisch opzicht het afscheid nemen van elke vorm van zelfrespect. Een bloemenkind dat na zijn vijftigste robuust wil gaan leidinggeven heeft in zekere zin tevergeefs geleefd.

De psychische tragiek van deze spijtoptanten kan men ook in breder perspectief plaatsen. Het huidige verlangen naar leiderschap bij de babyboomers hangt, zo is mijn stellige overtuiging, omgekeerd evenredig samen met de schoolprestaties van hun kinderen. Om de een of andere reden scoort een mens plotseling een stuk hoger op de F-schaal als hij merkt dat zijn kinderen niet langer willen luisteren en hun huiswerk laten verslonzen. Zeker als die kinderen de middelbare school bezoeken. Het is een valkuil die al eeuwenlang openstaat, en het is ongelooflijk maar waar, ook mijn generatie tuimelt er weer met open ogen in. Terwijl zij nota bene als geen ander geprofiteerd heeft van de voordelen van het niet-luisteren. Dat is bitter. Maar ook de mentale geschiedenis heeft klaarblijkelijk de neiging zich te herhalen. Daarmee is veel verklaard, maar nog niet alles. Waarom is het verlangen naar leiderschap, en met name naar richtinggevend leiderschap, zo hevig bij politici van de Partij van de Arbeid? Dat de schoolprestaties van hun puberende kinderen in negatieve zin sterk zouden afwijken van het gemiddelde is weliswaar mogelijk, maar niet erg waarschijnlijk. De meeste sociaal-democraten zijn slim genoeg om hun kinderen naar een witte school te sturen. De vraag is dan of hun kinderen soms lastiger zijn dan anderen. Missen deze kinderen de noodzakelijke richting in hun leven omdat papa/mamalief het hele weekeinde met de neus boven de dossiers hangt? Of, en dat is even waarschijnlijk, zit er misschien nog zoveel anti-autoritairs in de socialistische genen dat het opvoeden in een PvdA gezin niet anders dan een stuurloze bezigheid kan zijn?

We weten het niet. Feit is dat de nood bij de socialisten hoog is gestegen. Pluk het essay van Bram Peper maar eens van Internet, en overtuig uzelf. Wat deze robuuste denker signaleert is een gezagscrisis in onze samenleving waarbij de jaren zestig verbleken tot een onschuldig kinderpartijtje. Het zijn dit keer niet alleen de generaties die elkaar niets meer te zeggen hebben, was dat maar waar. In Pepers optiek geldt dat nu voor zo'n beetje elke andere categorie landgenoten. Bestuurders, ambtenaren, burgers, actievoerders, politici, iedereen doet maar wat en niemand luistert echt. Nederland is tot op het bot `verkruimeld'. Er is geen enkel `herkenbaar sturingscentrum' meer, met als gevolg dat er nauwelijks nog `gemeenschappelijke normen en waarden zijn die het maatschappelijk verkeer regelen'.

Wie Pepers essay helemaal uitleest, zal voorlopig niet rustig kunnen slapen. Want het beeld van Nederland dat op het netvlies nagloeit is dat van een klaslokaal waaruit de leerkrachten zijn weggevlucht.

Na dertig jaar democratisering – Peper noemt het horizontalisering, in een halfslachtige poging om de politieke angel uit zijn betoog te halen – is de chaos compleet. Iedereen tettert door elkaar heen en niemand luistert.

Alleen een grote roerganger, eentje die `gezaghebbend richting geeft' zal de samenhang en de rust in de klas terug kunnen brengen.

Het is meer dan begrijpelijk dat premier Kok dit gedachtegoed voorlopig nog even onder de pet wil houden. Zo'n dramatische oproep tot visionair leiderschap, vergezeld van zoveel maatschappelijk pessimisme, is sinds het Communistisch Manifest niet meer voorgekomen binnen de socialistische gelederen.

Pepers zestien kantjes zouden wel eens zoveel deining kunnen geven dat het wankele evenwicht van Paars II voorgoed verstoord wordt. Bovendien, en dat zal de premier zeker dwarszitten, wat is er eigenlijk mis met zijn leiderschap?