Gezond eten

OP DE SCHAPPEN VAN supermarkten verdringen zich langzamerhand tal van voedingsmiddelen die zijn verrijkt met vitaminen, mineralen en andere moleculen die de gezondheid moeten bevorderen. Functionele voeding, novel foods, nutriceuticals, het is een verwarrende hoeveelheid namen en categorieën. Resultaat is dat ons voedsel steeds sterker op medicijnen begint te lijken en de levensmiddelenwinkel meer weg krijgt van een apotheek. Daarbij rijst de vraag of die nieuwe medicijnen eigenlijk wel werken en of ze bij de juiste patiënt terechtkomen.

Het British Medical Journal kwam deze zomer tot de conclusie dat `functionele voeding' een zegen voor de gezondheid zou kunnen zijn, maar vaak leidt tot kwakzalverij. Volgens de Europese regelgeving voor `Novel Foods' moet een commissie van deskundigen op basis van wetenschappelijk onderzoek vaststellen welke gezondheidsclaims toelaatbaar zijn. Maar vaak ontbreekt dat wetenschappelijk onderzoek. Sommige voedingsmiddelenfabrikanten kiezen de strategie om hun producten in de winkel te leggen zonder op de verpakking te claimen dat ze goed zijn voor de gezondheid, maar wel reclame te maken waarin het product met een gezonde levensstijl wordt geassocieerd. Het marktoffensief wordt dan afgerond met artikelen in tijdschriften en `sponsored magazines' waarin deskundigen in witte jas het product vrijuit aanprijzen als gezondheidsbevorderend. Zo wordt geen regel overtreden, maar de verwarring neemt alleen maar toe. Zolang de overheid niet streng regulerend optreedt, zoals bij de toelating van medicijnen, loopt het uit op kwakzalverij, concludeerden de Britse medici.

OM TE KUNNEN vaststellen of een hogere concentratie aan vitamines, mineralen, aminozuren of eiwitten tegen ziekten beschermt of ze zelfs geneest is duur en langdurig onderzoek nodig.

De Finse fabrikant van Benecol, de cholesterolverlagende margarine die sinds juni in Nederland te koop is, heeft bewezen dat mensen daar hun hoge cholesterolgehalte werkelijk mee verlagen. Dat vermindert hoogstwaarschijnlijk hun kans op hart- en vaatziekten. Dat geldt ook voor Unilevers concurrerende product Becel pro-activ, dat als eerste door de Nederlandse `voorlopige commissie veiligheid nieuwe voedingsmiddelen' volgens de EU-procedures is goedgekeurd. De Finnen konden dat vermijden omdat hun margarine al op de markt was voordat de procedure werd ingesteld. Maar voor toevoegingen van vitamines en bacteriestammen (versterken de weerstand tegen infecties en kanker) en mineralen (o.a. kalk voor sterke botten) aan melk, yoghurts en ontbijtgranen is het bewijs dat ze bij de mens gezondheid bevorderen zeer mager.

Vrije verkoop van voeding met gezondheidsclaims bergt het gevaar in zich dat mensen die niets mankeren maar zich wel zorgen maken over hun gezondheid ze tot zich nemen. Vrijwel alles met een werking heeft ook een bijwerking. Het eten van meer dan de natuurlijk voorkomende hoeveelheden van bepaalde voedingsbestanddelen zou op lange termijn schadelijke effecten kunnen hebben. Zolang dat niet is onderzocht fungeren de gebruikers van de nieuwe verrijkte voedingsmiddelen als proefpersonen.

GEZONDHEID VERKOOPT. Innoverende industrieën verdienen er goed aan. Maar heeft de voedingsmiddelenindustrie ook de ethische verantwoordelijkheid om te produceren voor doelgroepen die de gezondheidsbevordering het hardst nodig hebben?

In de nota `Nederland: goed gevoed?' kreeg de voedingsmiddelenindustrie eind vorig jaar van het ministerie van VWS een pluim op de hoed voor haar bereidheid gezondheidsbevorderende producten te ontwikkelen voor jongeren en bejaarden. Zij hebben inderdaad dikwijls een eenzijdig en incompleet dieet. Jongeren vanaf 12 jaar krijgen meer vet, meer suikers en minder zetmeel en voedingsvezels binnen dan goed voor ze is. Ze eten maar de helft tot driekwart van de groenten en fruit die ze nodig hebben. Ouderen lopen het gevaar onvoldoende micro-voedingsstoffen als vitaminen en mineralen binnen te krijgen. De voedingssituatie van de helft van de verpleeghuisbewoners is onvoldoende. Jongeren en ouderen zijn inmiddels erkende doelgroepen op de markt voor novel foods.

Een derde groep dreigt uit de boot te vallen. Mensen met een laag inkomen en lage opleiding sterven gemiddeld 3,5 jaar eerder dan hoogopgeleide goedverdieners en zijn gemiddeld 12 jaar langer ongezond. En die verschillen dreigen groter te worden, zegt de voedingsnota. Mensen die niet veel te spenderen hebben eten relatief veel en vet, maar ze krijgen relatief weinig vitaminen, mineralen en andere noodzakelijke micro-nutriënten binnen.

Op die derde groep met eenzijdige en dikwijls ongezonde eetgewoonten, de mensen met een laag inkomen en weinig opleiding, richt de innovatie met dure gezondheidsbevorderende voeding zich niet. Maar uit het oogpunt van volksgezondheid is daar de grootste winst te behalen.