Een symfonie van grijs, wit en zeegroen

Erger gribus dan het Mr. Visserplein bestaat niet in de Amsterdamse binnenstad. Het vooral door auto- en tramverkeer gevulde, zwaar begraffitiet ruïnegat ligt tussen de aandoenlijke Mozes en Aäronkerk en het stille, aristocratische gebouw van de Portugese synagoge. Aan de noordkant van het plein, richting IJ-tunnel, is nu een derde monumentaal gebouw verrezen, het nieuwe onderkomen van de Nederlandse Film en Televisie Academie.

Alleen uit de richting van het Waterlooplein is de vlakke voorgevel van de reusachtige doos van grotere afstand te zien. Dat is een teleurstellend beeld. Van veraf lijkt de nieuwe Filmacademie een doodgewoon, zelfs een beetje een gedateerd modern gebouw. De hoofdgevel is weliswaar licht van kleur en materiaal, maar eerder blind dan transparant. Daardoor ontstaat de indruk van een anonieme loods die eerder op een bedrijfsterrein aan de periferie van de stad thuishoort.

Kom je dichterbij, neem je een ander standpunt in waardoor niet één, maar twee gevels tegelijk zichtbaar worden van het vrijstaande gebouw, dan wordt alles anders. De vier gevels zijn opgebouwd uit dunne, verticale betonribben waartussen horizontale stroken met glaspanelen. Het glas is overheersend zweemgroen, maar soms ook wit of zilverachtig afhankelijk van de kleur van de betonnen ondergrond. Waar de stroken ramen zijn, is het glas uiteraard helder, maar voor alle vier de gevels geldt dat zij meer dicht dan open zijn. Toch is het geen gesloten gebouw, maar dat ontdek je pas als je zo dichtbij bent dat alleen het gebouw je blikveld vult. Dan komt het glazen inlegwerk mild weerspiegelend en matglanzend tot leven en verliezen de gevels hun platheid die van een afstand zo'n afwerende indruk maakt. Dan ontpopt het gebouw zich zelfs als een zorgvuldig gedetailleerde, architectonische attractie. Een hele opluchting, want tot nu toe heeft architect Koen van Velsen (1952) nog nooit een doorsnee-gebouw ontworpen.

Wat hij meesterlijk kan en bij de Filmacademie ook weer heeft gedaan, is een gebouw in een gebouw maken. Dat gaat zo. In een gesloten geometrische vorm die een theater behelst, een museum of studiocomplex, legt Van Velsen middenin een tot aan de rand met ruimte gevuld aquarium. De resterende ruimte die nu aan alle kanten de vorm omspoelt, voorkomt dat museum, theater of studiocomplex tegen de transparante gevels stoot. Deze ruimte wordt tot openbaar gebied verklaard. Hier liggen de gangen, de trappenhuizen, de kantoren, de wc's, de horeca. Koen van Velsen is de uitvinder van de architectuur au bain-marie.

Dat hij deze kunst uitstekend verstaat heeft hij eerder in Rotterdam en Utrecht laten zien. De verschillende bioscoopzalen in het Rotterdamse multiplextheater dobberen in strakke regie in een reusachtige container van transparant golfplaat. Bij de nieuwbouw van het Universiteitsmuseum in Utrecht (1996) verpakte de architect drie verdiepingen met tentoonstellingsruimten in een kersenhouten doos die heel delicaat met glazen puien werd omgeven. Zelden zag men bouwkunst stiller zijn.

Bij de Amsterdamse Filmacademie is het kersenhout vervangen door robuust beton. Het centrale blok met de studio's, de bioscoopzaal met honderd stoelen, de kleedkamers en regieruimtes is als een gesloten rechthoek in het midden van een ruitvormige container opgetrokken. De omringende openbare ruimte is verdeeld over de transen die verdiepingsgewijs om het massieve kerngebouw heenlopen. Op elke laag zijn de doorzichten anders, strijkt voortdurend wisselend licht van boven naar beneden langs het betonnen binnenwerk dat door de omlopen slechts op een paar plaatsen met korte loopbruggen wordt aangeraakt. Verder valt op dat Koen van Velsen zich in het tonen van de constructie nog nooit zo terughoudend heeft getoond.

Hij componeerde een opwindende, maar toch rustige symfonie van grijs, wit, zeegroen glas, roestvrij staal en zwarte balustrade-vlakken. Met het gebruik van kleur is hij zuinig gebleven. Op de derde verdieping doorsnijdt een helblauwe gang met open roostervloer en verrassend daklicht het centrale studiogebouw. De bioscoop is diep donkerrood. De achterwand van de receptie in de entreehal is paars. De overheersende kleur is de aardse kleur van gewassen beton, dat poëtische edelmateriaal van de internationale architectonische voorhoede.

De grootste verassing van het gebouw ligt op het dak. Door het kerngebouw een verdieping minder hoog te maken als de schil eromheen is op het dak een patio ontstaan. Het verdiepte plein kreeg een mediterrane, amfitheaterachtige opbouw - natuurlijk ook weer van dat lichte beton - en fungeert tevens als terras voor de kantine. De glazen pui die het academierestaurant van het aantrekkelijke dakplein gescheiden houdt, schreeuwt om een projectiescherm. Amsterdam zal een intieme openluchtbioscoop rijker worden met uitzicht op de twee schattige torenpuntjes van de Mozes en Aäronkerk.

Het gebouw van de Filmacademie is voltooid. Half september beginnen de lessen en zullen 225 studenten en vijftig docenten en medewerkers de glasheldere creatie van Koen van Velsen in bezit nemen. De directe omgeving van het gebouw is nog verre van voltooid. Een nieuw wigvormig plein dat aan de achterzijde is ontstaan en waar ook de ingang van de Filmacademie te vinden is, heeft een voorlopige bestrating gekregen. Op den duur zal het plein bekleed worden met glimmend zwart natuursteen met witte motieven naar een ontwerp van Sol LeWitt. De stedenbouwkundige ingreep die het Mr. Visserplein over vijf jaar te wachten staat, zal de perceptie van het gebouw van Koen van Velsen nog het meest veranderen. Midden op het plein zal monumentale hoogbouw verrijzen waardoor het plein zal veranderen in een brede straat in het verlengde van de Jodenbreestraat. De Filmacademie zal je dan niet meer van veraf kunnen zien en daar wordt het gebouw alleen maar nog beter van.

Gebouw: Nederlandse Film en Televisie Academie, Amsterdam. Architect: Koen van Velsen. Bouwkosten: 15 miljoen gulden.