Dikke pret

Hoe lok je verveelde Nederlanders? Met een leisurepark. Van Groningen tot Geer- truidenberg bouwen gemeenten groot- schalige terreinen vol pretattracties. Nederland loopt vol met skipistes, mega- bioscopen, kartbanen en paintballhallen – allemaal lekker dicht bij elkaar.

Wat zat er daarstraks ook alweer op m'n broodje? O ja, kip met pittige champignons. Hoe zou het er uitzien als het zo meteen terechtkomt op de rooiige vloerbedekking die acht meter onder mij voorbijsuist? Deze gedachteflitsen leiden af van de doodsangst terwijl ik weerloos door de lucht zwiep, hangend in een tuigje om mijn lendenen, in de nok van een Groningse klimhal. Vliegen doe ik liever in mijn dromen. Maar Gert had geen tegenspraak geduld. Wie zijn klimhal in de wijk Kardinge voor het eerst bezoekt, doet domweg dat tuigje om en vertrouwt zijn leven toe aan Gerts stevige touwen en spieren.

Gelukkig heeft hij gezien dat ik wat witjes word. Als hij geoefend het touw laat vieren, vliegt de rode vloerbedekking omhoog, totdat ik met een zachte plof en de gratie van een lamme stadsduif weer vaste grond onder de voeten krijg.

Zweven (of klimmen) in de klimhal is een van de dingen die je kunt doen in Kardinge, een themapark aan de noordoostelijke rand van Groningen. Geen themapark in de zin van een Disneyland of een Efteling – met een hek eromheen en een kassa bij de toegangspoort – maar een openbaar gebied dat is ingericht volgens het thema `sport en (ont)spanning'.

Kardinge is een voorloper van een ontwikkeling die door heel Nederland in opkomst is: de opkomst van het grootschalige leisurepark aan de randen van de steden. Met Pasen moet bij Enschede `Miracle Planet' opengaan, Nederlands eerste pretwijk op commerciële grondslag. Naast het Arkestadion, tussen het spoor en het Twentekanaal, verrijst dit `grootste indoor-entertainment complex van Europa' ter grootte van ongeveer twaalf voetbalvelden. Na een investering van 130 miljoen gulden moeten tien overdekte attracties – de grootste doos is driehonderd meter lang – met een hotel onder de skipiste en ruim tweeduizend overdekte parkeerplaatsen, jaarlijks anderhalf miljoen bezoekers trekken.

Leisure, met Amerika en Groot-Brittannië als voorbeelden, is big business. ,,Amusement is het nieuwe vliegwiel van de wereldeconomie'', schrijft de Amerikaanse consulent Michael Wolf in zijn boek The Entertainment Economy. How Mega-media Forces Are Transforming Our Lives (Penguin, 1999). Volgens Marcel Gribling, bedrijfskundige aan de Rotterdam School of Management van de Erasmus Universiteit, is leisure momenteel de grootst economische sector in de Europese Unie, nog groter dan landbouw. In Nederland alleen al is het bedrag dat we aan toeristisch-recreatieve zaken uitgaven, gestegen van 35 miljard in 1992 tot 42 miljard in 1997.

,,Er is inmiddels meer werkgelegenheid in de vrijetijdssector dan bijvoorbeeld in het bankwezen'', zegt Hans Mommaas, universitair hoofddocent vrijetijdwetenschap aan de Katholieke Universiteit Brabant. Over de economische en ruimtelijke ontwikkelingen op de leisuremarkt schrijft hij een rapport voor de Wetenschappelijke Raad van het Regeringsbeleid (WRR). ,,Nederland loopt daarin een beetje achter. Onlangs las ik de nota van Economische Zaken over ruimtelijk economisch beleid. De grootste groei van de werkgelegenheid wordt voorspeld in de sector van de verzorgende of consumentendiensten, maar in de rest van het strategische verhaal komen die niet meer terug. EZ redeneert nog altijd vanuit de oude, `harde' industrie.'' Nederland is een nog relatief beschermde markt, zegt Mommaas, met fijnmazige diensteneconomie en een kleinschalig landschap. ,,Maar het kenmerk van deze industrie is dat regionale en landsgrenzen niet tellen. Het winkel- en vrijetijdspark Centro in Oberhausen, aan de westkant van het Roergebied, trekt al veel van de Nederlanders op wie Miracle Planet in Twente ook mikt. En in 1997 bezochten evenveel Nederlanders Disneyland Parijs als het Dolfinarium in Harderwijk.''

Aan de lopende band zijn er congressen en symposia over deze sector, met aansprekende titels als `Creating the City as a Stage' van Twijnstra Gudde en de Erasmus in juni. Eind deze maand organiseert het Nederlandse Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting een studiereis voor bestuurders, ondernemers en architecten naar leisure centers in en om Londen. Groot-Brittannië kent al het vaktijdschrift Leisure Management, en op het Internet bieden zich talloze opleidingen aan voor het vak van `leisure manager'. Begin volgend jaar brengt de Hilversumse uitgeverij i-Mediate het Nederlandse Entertainment Management op de markt, dat behalve een blad op papier, ook een wekelijkse online-infoservice biedt en viermaal per jaar bijeenkomsten van het nog op te richten Entertainment Business Club.

Leisurevoorzieningen zijn niet alleen voor ondernemers interessant, maar ook voor gemeenten. Die verdienen niet alleen aan de verkoop van de grond, maar hopen ook bezoekers en werkgelegenheid binnen te halen. Conform de tijdgeest nemen gemeenten steeds minder de financiële verantwoordelijkheid op zich, maar stellen zich op als een van de samenwerkende partijen. Die partijen zijn tegenwoordig soms ook grootwinkelbedrijven of beleggers in vastgoed. Mike Wolf: ,,Amusement is een integraal onderdeel van álle bedrijven geworden, ook van bedrijven die op het eerste gezicht niets met amusement te maken hebben. Zonder entertainment maakt een product bijna geen kans meer. There's no business without show business.''

Breakfastschaatsen

Als je vanuit het centrum aan komt fietsen is Kardinge, aan de Groningse ringweg gelegen, net een platte draaischijf met wat losse objecten die hier en daar zijn neergedaald. Op de zonneweide aan het kunstmatig meertje naast het pannenkoekenhuis is het vandaag druk, maar verder speelt haast alles zich binnen af. Uit de bontbeschilderde loods van de Apekooi sijpelen de opgewonden kreten van een kinderpartij. De gebouwen doen wel hun uiterste best om met vlaggen, kleuren en opvallende architectuur de belangstelling van de passant te wekken. Zelfs het Transferium, het eerste van Nederland, heeft zich een wuft dak en een gek hoedje aangemeten.

,,Van oudsher had het noordoosten van Groningen een imago van ver weg en werkloos'', zegt senior landschapsarchitect Jan van de Bospoort. ,,Er was een bedrijventerrein gepland, maar niemand wilde erin investeren. Toen zijn we op zoek gegaan naar een functie waarbij er hier iets te beleven zou zijn.'' De inrichting van Kardinge viel samen met een voornemen van de gemeente midden jaren negentig om haar parken te thematiseren. Een wervelende video toont de referentiebeelden: het Stadspark krijgt de stijl `Engels klassiek', het Westpark `Italiaans mozaïek', het Paterswoldse Meer `Nederlands Natuurlijk' en het Noorderplantsoen, waar grote evenementen plaatshebben, is `Gronings cultureel'. Kardinge, het 330 hectare grote open gebied tussen twee satellietwijken uit de jaren zeventig, kreeg als thema `sport en (ont)spanning'.

Is de openbare ruimte tegenwoordig ook aan marketing onderhevig? ,,Vergelijk het maar met een café'', zegt Van de Bospoort. ,,Met je moeder ga je naar een ander café dan met je dochter of met je nieuwe vriendin. Waarom moeten dan alle stadsparken hetzelfde zijn?'' Het ministerie van VROM beloonde dit beleid door het in 1992 uit te roepen tot `Voorbeeldplan', een bekroning die toen behalve aandacht ook extra subsidie met zich meebracht. Uit het hele land krijgt Groningen nieuwsgierige gemeenten op bezoek.

Niet iedereen ervaart het als een nadeel dat dit recreatiegebied wat kunstmatig aan doet. ,,Het nadeel is dat het georganiseerd, gereguleerd, voorspelbaar is'', zegt Jan van de Bospoort. ,,Het voordeel is dat het georganiseerd, gereguleerd, voorspelbaar is. Het is het voordeel van de supermarkt: alles bij elkaar en je weet van tevoren wat je krijgt. Mensen willen duidelijkheid.''

Het is volgens Hans Mommaas een misvatting dat we steeds meer vrije tijd hebben. ,,Meer vrouwen zijn gaan werken en bovendien moeten ook thuis de taken eerlijker worden verdeeld. 's Avonds en in het weekeinde werken we misschien minder, maar in de overige uren worden steeds meer activiteiten gepland. Op zondag, vaak de minst geplande dag, willen we wel onze tijd goed gebruiken. Onze ruimtelijke actieradius is veel groter geworden en we gaan recht op ons doel af. Dan trekken de buitenlocaties, waar je snel met de auto komt en ook kunt parkeren. De binnenstad wordt steeds meer een struindomein voor een stedelijk publiek van een- en tweepersoons huishoudens.'' Pretparken, binnensteden, funshoppen, musea vissen in dezelfde vijver. Voor musea is het onthutsend om te ontdekken dat ze rechtstreeks moeten concurreren met een actiedag van de Ikea.

Infotainment

Inmiddels heeft haast iedere stad zijn eigen leisuredroom. Amersfoort werkt aan plannen voor een toeristisch-recreatieve stadsrandzone, met karthal, bowlingbaan, tennishal, klimhal, golfoefenterrein en beautycentrum. De gemeente Ede heeft het architectenbureau DP6 in de arm genomen om in een met gras begroeide geluidswal langs de A12 een `Infotainment Centre' te bouwen, met acht bioscoopzalen, tweeduizend vierkante meter exposities, demoruimte voor nieuwe media en vierhonderd parkeerplaatsen.

De Uithof, in een groenstrook aan de zuidkant van Den Haag, investeert dertig miljoen in uitbreiding met een skibaan met eronder buitensportwinkels, een auditorium en een kartbaan. Directeur De la Croix wil er niet alleen het breakfastschaatsen en een skeelerschool invoeren, maar ook contracten met bedrijven afsluiten zodat hun werknemers in hun vrije uren, eventueel met familie, daar kunnen komen sporten. Scheveningen was al tot nieuw uitgaanscentrum van de stad gemaakt, met het Circustheater, het casino en een megabioscoop. In Amsterdam moet de zeshonderd meter lange Arenaboulevard in Zuidoost een megabioscoop met veertien zalen herbergen, een woonwinkelcentrum, een concerthal voor vijfduizend man, theaters, cafés, restaurants, disco's, zevenduizend parkeerplaatsen en zelfs een nieuw station. Utrecht koestert zijn Utrecht Entertainment Center, dat tegen de binnenstad aan komt te liggen maar waarvoor een autocorridor door de stad is aangelegd.

De gemeente Breda heeft een andere variant op de inmiddels vertrouwde formule gevonden. Op een strook van ongeveer tien hectare langs de A16 en de toekomstige HSL zijn de gebruikelijke modules gepland: een megaplex, family entertainment center, bowlingbanen en fastfood. Maar hier worden ze gekoppeld aan andere ingrediënten: kantoren en een evenementenhal die het onlangs gesloten Turfschip moet vervangen. De gemeente stelt de grond beschikbaar tegen marktconforme prijzen. Hans Vollaard van de Dienst Stadsontwikkeling: ,,Breda staat bekend als evenementenstad. We hebben de marriagebeurs bijvoorbeeld, en de stripbeurs. Die zijn voor ons als gemeente van groter belang dan het leisurepark, dat toch particulier is. De kantoren zijn de financiële kurk van het plan, daar is grote vraag naar hier in Brabant. Ze hebben bovendien het voordeel dat de relatief dure parkeerplaatsen dubbel worden gebruikt. De plek ligt weliswaar aan de stadsrand, maar het moet een compact stedelijk knooppunt worden, geen half leeg weiland.''

Maar Breda krabt zich op het achterhoofd nu blijkt dat Tilburg een megabioscoop krijgt. Geertruidenberg schijnt er ook een te willen. Vollaard: ,,Wij hebben daarom de ontwikkelaar om een nadere studie gevraagd. We willen niet dat alle bioscopen in de binnenstad van Breda het loodje leggen.'' Juist uit vrees voor het leegzuigen van de binnensteden begint men in Groot-Brittannië terug te komen van de perifere pretlocaties.

Enschede heeft daar kennelijk geen moeite mee. De gemeente verdient 5,6 miljoen aan de verkoop van de grond voor megarecreatiepark `Miracle Planet', dat aan 650 mensen werk moet bieden. Anders dan bij Kardinge is dit een particulier initiatief van de Twentse zakenman Adrie Lohuis, directeur van Rekreatie Boulevards Nederland, en projectontwikkelaar Kondor Wessels. Via vijftien vrienden en relaties uit de streek wist Lohuis de benodigde 130 miljoen bij elkaar te krijgen. ,,Het zijn gewoon Tukkers die in het concept geloven, net als ik'', zei hij tegen de plaatselijke krant. Bijkomend voordeel: Twente is een Europees stimuleringsgebied, waardoor investeringen tot eind dit jaar fiscaal aantrekkelijk zijn. Het museum van het vliegveld Twenthe geeft ook acte de présence met een vliegtuig dat bovenin de hal van StarWorld komt te hangen.

De exploitanten echter weerspiegelen de internationalisering van de pretmarkt: ze komen niet alleen uit Den Haag en Twente, maar ook uit Luxemburg en het Duitse Lübeck.

Miracle Planet biedt volgens het eigen pr-materiaal `unieke', `fantasievolle', `ronduit fantastische' en `onvergetelijke' belevenissen. Duiken naar wrakken in een tien meter diepe schacht in DiveWorld. Films bekijken in de tien bioscoopzalen van Cinestar, karten en een verkeersschool in SpeedWorld. Bowlen op zestien banen met computeranimaties in StarLanes. Continu entertainment in StarWorld (capaciteit zevenduizend, desgewenst met catering van Maison de Boer voor een groepsdiner voor zeshonderd man). Skiën en snowboarden op echte sneeuw in WinterWorld. Strandvoetbal spelen of strafschoppen nemen op een elektronische keeper in SoccerCity. De arcadekasten van GameWorld bespelen en paintball en adventure shooting in de thematische arena's - de rioleringsbuizen en tunnels van Metropool 2050 bijvoorbeeld, of subtropisch oerwoud met geroffel van bizons en gekrijs van kaketoes – van AdventureWorld. In het entreegebouw wordt de bol van een gashouder verwerkt met Saturnusringen eromheen. Her en der komen er 25 meter hoge masten te staan die gerecycled zijn uit de nooit voltooide kerncentrale Kalkar.

Van oerwoud tot Mars

De gevolgen zijn niet alleen voor de economie vèrreikend, maar ook voor de ruimtelijke ordening. Binnensteden, zeker in Europa, zijn al langer gewend aan de rol van pretpark, maar de nieuwe vermaakscentra zijn zo grootschalig dat ze alleen aan de stadsrand terechtkunnen. Dat willen ze ook, want ze zijn voor hun voortbestaan afhankelijk van de infrastructuur voor de toevoer van grote aantallen mensen en van ruime parkeergelegenheid. Het Franse Pretpark Astérix bijvoorbeeld beschikt over een eigen afslag aan de autoroute; het Groningse Kardinge ligt aan de ringweg.

Tegenover de glinsterende sporthal ligt een grote berg onbestemd puin. Samen met D66-wethouder van Sport en Onderwijs Henk Pijlman zeulen we naar boven. Vanuit de hoogte is het effect van losse objecten op een plateau nog sterker: de kartingbaan op een talud naast de Ringweg, transferium, sporthal, klimhal en pannenkoekenhuis met zonneweide. Alleen van deze hoogte is de wonderlijkste attractie van allemaal te zien: vier groene slingerende stroken, net land art. Het zijn rietkragen die het water zuiveren voor het zwemmeertje.

Verder liggen er wat boerenbedrijven, kanoverhuur, een stukje `nieuwe natuur' met Schotse hooglanders, een manege voor gehandicapten, de te leasen paardenweilandjes en geitenboerderij Wegafarm, nu een van de populairste attracties is. Dat is een beetje zuur voor de gemeente, die geitjes voeren eigenlijk niet zo in het thema vond passen. De slipschool gaat niet door, wel de pitch 'n' putt, zeg maar golf op de korte baan, en de sportvelden waar de gemeente tien miljoen in heeft geïnvesteerd, gaan deze maand open.

De gemeente zoekt al enige tijd naar een exploitant die van die bult een skiheuvel wil maken, maar het is lastig. Borstelbanen zijn inmiddels prehistorisch, kunstsneeuw heeft iedereen nu ook al eens geprobeerd, dus de bezoekers komen pas als de uitbater het nieuwste van het nieuwste kan bieden: échte sneeuw in de open lucht. Maar zijn er in Groningen en omgeving genoeg skiërs om die investering rendabel te maken? Bovendien eist de gemeente dat de skiheuvel voor tweederde openbaar gebied blijft. Want, zegt wethouder Pijlman, ,,het uitzicht is van iedereen''.

De opkomst van het perifere leisure park is onderdeel van een ontwikkeling die in de hele ruimtelijke ordening is te zien, zegt vrijetijdsdeskundige Hans Mommaas: functies raken losgekoppeld van de plek waar ze staan, van de fysieke ruimte. ,,Aan de ene kant zie je dat binnensteden juist groener worden, met meer water: de landelijkheid trekt de stad in. Tegelijkertijd trekken veel grootschalige functies naar de stadsrand. Die randen raken elkaar bovendien steeds meer. De mensen die straks op de Vinexlocatie Leidsche Rijn wonen, kunnen net zo makkelijk kiezen voor de Amsterdamse Arena als de Utrechtse binnenstad.''

Doordat er de laatste jaren vooral werd gediscussieerd over de tegenstelling tussen stad en land is er niet op de tussengebieden gelet, aldus Mommaas, terwijl daar een groot deel van de bevolking woont. Architect Harry Abels merkt aan het project Miracle Planet hoe belangrijk die worden. ,,Wat je hier tussen Hengelo en Enschede ziet ontstaan, is een nieuwe soort stedenbouwkundig binnengebied.'' Hij wilde dit attractiepark meer samenhang geven dan bijvoorbeeld Kardinge, waar alles naar zijn idee te verspreid ligt. ,,Tot nu toe zie je in Nederland vaak losse ideeën, een skibaan op een vuilnisbelt of een kartingcentrum in een loods op een bedrijventerrein. Nu is het noodzakelijk om een leisure center te ontwerpen met een samenhang tussen de attracties en de infrastructuur. Door die dichtheid zijn we in staat een nieuw stedelijke leisuresfeer te creëren. Geen park, geen stedelijkheid, maar iets wat we nog niet kennen.''

Bomen en grind

Om ervoor te zorgen dat er tussen de dozen ook iets te beleven zou zijn heeft Abels de Amsterdamse landschapsarchitect Lodewijk Baljon bij Miracle Planet betrokken, die onder andere de tuin van het nieuwe Rijksmuseum Twente heeft ontworpen. ,,Ik heb het gebied beschouwd als één groot vlak met daarop mensen, grote felgekleurde gebouwen, bomen, verlichting, masten'', zegt Baljon. ,,Dat vlak wordt bedekt met grind en 230 bomen, denk maar aan Tuileries in Parijs. Daartussen slingeren zich stenen keermuurtjes en een soort serpentine van heel fijn asfalt. Door het licht geaccidenteerd aan te leggen ontstaan er plekken waar je af en toe even wat meer overzicht krijgt – zoals wanneer je in de Leidsestraat in Amsterdam op de bruggen loopt en eventjes over de meute uitkijkt. De randen van het gebied krijgen groene grasdijkjes, waardoor er altijd iets groens is aan het eind van je blikveld.'' In het begin zagen de opdrachtgevers het nut niet in van een landschapsarchitect, maar dat is gaandeweg veranderd, zegt Baljon. ,,Het had makkelijk heel shabby kunnen uitpakken. De attracties moeten leuk zijn, maar het is in hun belang dat de ruimte tussen de attracties óók aantrekkelijk is.''

De grote dozen van de leisure parks confronteren architecten, stedenbouwers en landschapsontwerpers met een hele nieuwe, op het eerste gezicht weinig kunstzinnige opgave. ,,Door de digitalisering van de cultuur wordt de architectuur steeds verder losgekoppeld van de materie'', merkt Hans Mommaas op. ,,De fysieke omgeving van de leisure boxen wordt steeds dunner, het is een schil van elektronica en lichte architectuur die snel aan te passen zijn aan de veranderende wensen van de consument. Je haalt die box leeg en zet er een nieuw thema in, een nieuwe ervaring. Zo ontstaan er vrijetijdseilanden van sportcomplexen, bioscopen, retail en horeca.''

Veel van de spelletjes gebruiken virtual reality-technieken die zich razendsnel ontwikkelen, bovendien moet zo'n attractiepark voortdurend wat nieuws kunnen bieden. Vandaag subtropisch oerwoud, morgen de planeet Mars.

Lodewijk Baljon: ,,Het is een zeer interessante opdracht, want er zijn geen voorbeelden. Het voordeel is dat je als ontwerper zelf iets kunt bedenken, je zit niet aan andermans ideeën vast.'' Harry Abels: ,,Het is een architectuur waarbij je niet weken op een detail zit te ploeteren. Je moet kunnen meesurfen met de omloopsnelheid van deze materie.'' De hedendaagse architect mag zich niet nuffig tot het ontwerpen van een fraai museumpje beperken, vindt hij. ,,Het is arrogant om dit soort massaontwikkelingen van je af te schuiven. Bovendien: als wij het niet doen, doet een ander het, maar dan slechter.''