Bar Kukri - met nieuwe eigenaars - in trek bij VN

De Serviërs zijn uit Kosovo vertrokken. De vrijbuiters nemen hun plaats in. In Bar Kukri is er weer wc-papier.

Het vertrek van Serviërs heeft grote gaten in de Kosovaarse economie geslagen. Wie zijn daarin gesprongen? Handelaars, ritselaars, schurken. En twee (sinds kort afgezwaaide) Ghurka-officieren, afkomstig uit het speciale Brits/Nepalese Ghurka-regiment van KFOR.

De twee Ghurka''s liepen vlak na de intocht van de vredesmacht KFOR over straat in de Kosovaarse hoofdstad Pristina en werden aangesproken door een angstige Serviër. Hij had een café in het centrum van de Kosovaarse hoofdstad Pristina, en vreesde aanslagen van wraakzuchtige Albanezen. Wilden de Ghurka's misschien een oogje op zijn café houden?

De mannen wilden meer. Ze boden de Servier aan zijn café voor een luttel bedrag te huren om de bar vervolgens zelf te exploiteren. De Serviër bedacht zich geen ogenblik en zei `ja'. In een razend tempo werden de zaken afgehandeld. Het cafe kreeg een nieuwe naam: `Bar Kukri - under new management (Kukri is de naam van de machete die alle ghurka's langszij dragen en dat volgens de traditie nadat het eenmaal is getrokken alleen in de schede terugmag als `het bloed heeft geproefd'). Vrachtwagens met drank uit buurland Macedonië reden binnen, obers timmerden haastig enkele houten banken in elkaar, geluidboxen werden aangesloten, en de bar kon weer open.

De kosten zijn laag; omzetbelasting wordt niet betaald. Dat geldt ook voor de invoerheffing op de drank uit Macedonie. De klandizie is groot; Kukri ligt vlak bij de hoofdkwartieren van de Verenigde Naties, de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Het café is vooral populair onder Westerse hulpverleners en militiaren. De obers spreken Engels en de klanten mogen hun eigen cd's meenemen, gekocht aan de overkant in het winkelcentrum voor slechts zeven Duitse marken. Ook illegaal.

Maar hoe moeten twee officieren een café leiden? Daarvoor hebben ze een oude vriend aangetrokken. Een Zuid-Afrikaan, voormalig inlichtingenofficier, die met de afschaffing van de apartheid, zijn werk was kwijtgeraakt. Sinds die tijd zit hij in de 'dienstverlening'. In Afrika deed hij survivaltrainingen en safari-tochten. Nu is hij bedrijfsleider van dit café in Kosovo.

De Zuid-Afrikaan heeft Kukri onder handen genomen. Hij heeft voor toiletpapier op de wc's gezorgd en een televisie geÏnstalleerd met daarop BBC World en CNN. Hij laat ook Kosovaarse popbandjes optreden en wil binnenkort het terras overdekken. Een andere troef zijn de Servische en Albanese obers; een gevarieerd personeelsbestand ligt immers goed bij de Westerse hulpverleners die nog altijd dromen van een multi-etnisch Kosovo.

Toch lopen de zaken niet helemaal vlekkeloos. Zo heeft het Kosovo Bevrijdingsleger (UÇK) zijn oog op het altijd volle café laten vallen. Hij heeft ze weggejaagd, zegt de Zuid-Afrikaan en laat zijn spierballen zien. Maar het is de vraag hoe lang het bevrijdingsleger zich laat afschrikken. Daarnaast hebben andere ritselaars zijn café ontdekt. Zelf kreeg hij laatst wapens aangeboden en lang zal het niet duren, vreest hij, voor de eerste Russische prostituees in bar Kukri verschijnen.

Het tempert het optimisme van de voormalig Ghurka-officieren niet. Het pand naast Kukri, waarvan de Servische eigenaar overhaast is vertrokken, hebben ze inmiddels ook geconfisqueerd. Binnenkort hopen ze er een broodjeszaak te openen.

    • Yaël Vinckx