Aziatische tijger brult weer

Nergens zijn er het laatste jaar grotere koerswinsten te maken geweest dan in de landen langs de Stille Oceaan. De Aziatische tijger brult weer.

De laatste tijd kwam er een stroom van goed nieuws over de economieën en de beurzen van Azië deze kant op. Zuid-Korea en Singapore laten weer sterke groeicijfers zien, en de lokale beursindices bewegen zich op of juist onder recordniveaus. In Japan staan aandelen op het hoogste niveau in twee jaar, gevoed door nieuws over terugkerend consumentenvertrouwen en serieuze economische sanering.

Het klinkt bijna ongelooflijk als je je realiseert hoe de vlag er een jaar geleden bijhing. In de laatste week van augustus en de eerste van september 1998 namelijk werd beleggers ineens duidelijk, dat de financiële problemen die de kapitaalmarkten van Azië teisterden sinds in juni 1997 toen het vertrouwen in de Thaise munt, de baht, wegviel, ook de Russische economie had geïnfecteerd. De roebel was in een vrije val, net als de aandelenkoersen op de beurs van Moskou. En op 31 augustus werd door de Centrale Bank van Rusland een moratorium afgekondigd (het eenzijdig opschorten van betaling van alle schulden). Dat deed het laatste beetje hoop vervliegen dat de ,,Aziatische griep'' een lokaal Aziatisch probleem kon blijven. Het prille koersherstel op de beurzen van Asian Tiger-landen in de eerste maanden van 1998 (nadat die in de tweede helft van 1997 gemiddeld waren gehalveerd) werd teniet gedaan. En in september vorig jaar stonden Aziatische beursindices gemiddeld zelfs veertig procent lager dan het dieptepunt dat eind 1997 al was bereikt.

Sindsdien is te zien geweest dat het herstel in Azië bijna even dramatischsnel op gang kwam als de neergang. Nergens waren er grotere koerswinsten te maken geweest dan in de landen langs de Stille Oceaan. De toonaangevende FT-S&P-indices spreken wat dit betreft boekdelen. Tussen 1 september 1998 en nu steeg de index voor Japan (in dollars uitgedrukt) van 81 naar 137 (+ 69%)en die van de overige Pacific Basin landen van 129 naar 215 (+ 67%). Individuele beurzen konden daarvan flink afwijken; Singapore steeg spectaculair. Daar was een winst te boeken van 170 procent (108-192). Natuurlijk is het waar dat als een index daalt van, bijvoorbeeld, 100 naar 30 en vervolgens in een jaar weer opklimt naar 50 er nog steeds een verlies is ten opzichte van de oude top. Maar voor beleggers levert de nu ontstane situatie toch lastige dilemma's op. Want als je een jaar geleden de moed had gehad om een mandje Aziatische aandelen te kopen, en je zou die nu voor zeventig procent meer kunnen verkopen, is dit dan het moment op winst te nemen? Of stel dat je twee jaar geleden `tijdig' de Aziatische aandelen in je portefeuille hebt verkocht, en hebt willen wachten op het moment dat de rust is weergekeerd, is dit dan het moment om weer te gaan beleggen?

Anthony Bohnenn is directeur van Asian Pacific Partners, een in Amsterdam gevestigde effectenmakelaar die zich specialiseert in het adviseren van professionele beleggers bij het beheer van hun Verre Oosten portefeuilles. Hij is optimistisch. En hoewel hij grif toegeeft persoonlijk `verslingerd' te zijn aan Azië – ,,Ik ga er zeker twee, drie keer per jaar heen.'' - denkt hij aannemelijk te kunnen maken dat de vooruitzichten voor dat deel van de wereld zeer gunstig zijn. ,,Zeker, het zal best gebeuren dat er na de koersstijgingen van de laatste driekwart jaar, een aantal beleggers winst neemt. Dat zal dan voor een tijdelijke terugval zorgen. Ik heb de indruk dat institutionele beleggers hun belangen in Japan alweer zo ver hebben opgehoogd, dat ze voorlopig niet veel meer zullen bijkopen. Maar op wat langere termijn liggen verdere koersstijgingen veel meer voor de hand dan grote dalingen.''

Bohnenn neemt Thailand als voorbeeld, waar de lokale index van top naar absolute bodem met negentig procent daalde. ,,Als de koersen vanaf zich dat dieptepunt verdubbelen, zit je nog steeds tachtig procent onder het oude niveau. Dan lijkt me het neerwaartse risico niet erg groot. Zeker als je weet hoe drastisch er gesaneerd en gemoderniseerd wordt. Er is een hoop overcapaciteit in de financiële sector verdwenen. En sinds kort heeft Thailand – eindelijk – een faillissementswet.'

De Aziespecialist erkent overigens dat een goed deel van het koersherstel te danken is aan een externe factor: de nu wereldwijd weer aantrekkende economische activiteit. De prijzen van grondstoffen, zoals olie, koper, zink, maar ook landbouwproducten zijn daardoor fors zijn opgelopen; Aziatische economieën zijn veel meer dan Europa en Amerika gevoelig voor dat op en neer gaan van die wereldmarktprijzen. Voor echte groei op de lange termijn zou dus nodig zijn dat ondernemingen minder grondstof- en meer kennisintensieve producten gaan maken. Bovendien vinden veel analisten dat, wil Azië werkelijk een acceleratie in zijn ontwikkeling doormaken, er structureel nog heel veel moet veranderen. Bohnenn: ,,Dat is waar. Maar er gebeurt ook veel. In Zuid Korea worden `chaebols', industriële conglomeraten die onbeheersbaar zijn gebleken, ontrafeld. Bij Daewoo is dat een moeizaam proces, maar de sanering van Hyundai gaat voorspoedig. En in Japan komt nu schot in het opschonen van de bankensector. Je ziet dan ook dat Japanse bankaandelen het erg goed gedaan hebben. Vaak is dat een voorbode voor herstel in andere bedrijfstakken.''

Een andere grote vraag is of de Aziatische economieën snel genoeg zullen kunnen inspelen op de impact die het internet zal hebben op veel bedrijfstakken Bohnenn: ,,Dat is moeilijker te voorspellen. Enerzijds is de achterstand van Azië op dit punt groot. Je kunt je voorstellen dat het effect op een inefficiënte bedrijfstak als de detailhandel in Japan groot zal zijn. Anderzijds kan het in het voordeel zijn van de minder ontwikkelde Aziatische economieën. Men kan hele ontwikkelingsfases die wij hebben doorgemaakt, overslaan. En omdat de bevolkingen jong zijn, zouden nieuwe technologieën wel eens heel snel ingeburgerd kunnen raken.''

    • Bert Bakker