Architectenlijstje 1

Thijs Asselbergs, voorzitter van de Haagse Welstandscommissie, ziet veel heil in de praktijk van architectenlijstjes omdat daarmee volgens hem de bouwkunst gediend is (NRC Handelsblad, 20 augustus). Den Haag is een van de zes steden die onlangs door de Bond van Nederlandse Architecten BNA bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit is aangeklaagd wegens het hanteren van architectenlijstjes. Lijstjes met architectennamen waaruit ook particuliere opdrachtgevers moeten kiezen. Het is dus niet verbazingwekkend dat architect Asselbergs als Haags welstandsadviseur deze praktijk – waarin zijn eigen Welstandscommissie een hoofdrol speelt – onderschrijft. Volgens de BNA is deze praktijk in strijd met de Europese regelgeving omdat hiermee de marktwerking onder architectenbureaus door overheidsbemoeienis wordt belemmerd. Met dit standpunt neemt de BNA eindelijk duidelijk afstand van het corporatistisch gilde-denken dat de bouwwereld nog steeds overheerst en ook ten grondslag ligt aan de legitimiteit van het Welstandstoezicht. Dit kartel, deze groep van zichzelf instandhoudende zichzelf tot `bekende architecten' opwerpende elite, bepaalt sinds jaar en dag wie (van hen) in dit land, met name in de grote steden de bouwkunst – liever nog: hun bouwkunst – produceert.

Nu de BNA deze belangrijke stap heeft gezet, moet deze bond niet alleen aan zijn leden, maar ook aan al die andere bemiddelende instituties waar de bouwwereld zo van uitpuilt, duidelijk maken dat in een samenleving waarin het corporatisme plaatsgemaakt heeft voor sociale en culturele pluriformiteit, ook de bouwkunst voortaan op een andere wijze tot stand komt. Een bouwkunst zonder welstandstoezicht en staatsregie, een die rechtstreeks bepaald wordt door voorkeuren en verlangens van vrije mensen op een open markt.