Abu Sukkar komt voorlopig nog niet vrij

Na lange onderhandelingen zijn Israel en de Palestijnen het eens geworden over de gevoelige kwestie van vrijlating van Palestijnse gevangenen door Israel.

Abu Sukkar zit al 25 jaar in de cel in Israel. Hij zit levenslang uit omdat hij begin jaren zeventig bommen in Jeruzalem liet ontploffen, waarbij Israeliërs omkwamen. Abu Sukkar deed dat niet op eigen houtje, maar in opdracht van PLO-commandant Abu Firas. Abu Firas is nu gouverneur van de autonome Palestijnse stad Ramallah. Net als veel andere leiders van het Palestijnse Zelfbestuur heeft hij een VIP-pasje van Israel gekregen. Abu Firas kan probleemloos uit eten in Tel Aviv. Abu Sukkar, zijn oude voetsoldaat, moet in de gevangenis blijven. Israel blijft bij het standpunt dat `Palestijnen met bloed aan hun handen' niet op vrije voeten komen, al dateert de moord van vóór het Akkoord van Oslo dat de staat van oorlog tussen beide partijen in 1993 beëindigde. De Palestijnen hebben zich er gisteren bij neergelegd dat de komende maanden alleen de 356 politieke gevangenen (meest Palestijnen, maar ook enkele Jordaniërs) worden vrijgelaten, en niet de gevangenen die Israeliërs hebben verwond of Palestijnen hebben vermoord.

Van alle onderwerpen die in de vredesonderhandelingen met Israel aan bod komen zijn de politieke gevangenen voor de Palestijnen misschien wel het heetste hangijzer. Het volk kan, en wil, niet begrijpen dat vier Israelische premiers nu PLO-leider Yasser Arafat de hand hebben geschud, terwijl `gewone soldaten' die voor 1993 Arafats orders uitvoerden, nog achter de tralies blijven. De gedetineerden geven niet alleen Israel de schuld, maar ook hun eigen leiders.

In een brief aan Arafat schreven zij vorig jaar: ,,Wij worden verkocht door onze onderhandelaars. Die moeten worden vervangen.'' Hun boze familieleden gooiden enige maanden geleden in Gaza stenen door de ruiten van het huis van Abu Mazen, Arafats tweede man en hoofdonderhandelaar met Israel. Vandaar dat Arafat en Abu Mazen afgelopen weken bleven proberen het aantal vrijlatingen omhoog te krijgen. Iedere extra politieke gedetineerde die ze nog achter de tralies vandaan konden praten, telde.

Ten tijde van het Oslo-akkoord van 1993 zaten er 12.700 Arabieren in Israelische cellen. In de daaropvolgende jaren liet Israel er in het kader van akkoorden met de Palestijnen bijna 7.000 vrij. In het Wye-akkoord stond niets over gevangenen. Maar volgens een mondeling `herenakkoord' zou Israel er 750 vrijlaten.

In november werden er 250 op vrije voeten gesteld, de rest niet omdat de toenmalige premier Netanyahu `Wye' bevroor. Onder de 250 gelukkigen waren 110 politieke gedetineerden - de overige 140, meest autodieven, werden met boegeroep in autonoom gebied onthaald. Toen de Palestijnen protesteerden, zei Netanyahu - die onder druk stond van families van vermoorde Israeliërs en rechtse pressiegroepen - dat de term `gevangenen' niet per se op `politieke gevangenen' sloeg.

Volgens het Mandela Instituut in Ramallah, dat zich specialiseert in dit onderwerp, zitten er nu 2.400 Arabieren om politieke redenen vast in Israel. Het gros zijn Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever en Gaza. Zestig procent van hen werd na de Oslo-akkoorden gearresteerd, veelal wegens het plegen of beramen van aanslagen. De meesten horen tot de fundamentalistische beweging Hamas of Islamitische Jihad. Israel weigert hun clementie te geven, omdat die bewegingen nog steeds actief het vredesproces ondermijnen. Hoewel de Palestijnse onderhandelaars onder zware druk staan om niet alleen te vechten voor gevangenen van Arafats eigen Fatah-partij, hebben de Palestijnse onderhandelaars begrip voor dat Israelische standpunt. Immers, Hamas en Jihad ondermijnen ook het Palestijnse Bestuur zelf, en Palestijnse gevangenissen zitten vol met aanhangers van beide bewegingen.

Toen de nieuwe Israelische premier Ehud Barak in juni voorstelde om het Wye-akkoord open te breken, voelden de Palestijnen er niet voor. `Wye' was getekend, wat viel er te onderhandelen? Maar toen Barak opperde om in een nieuw Wye-akkoord een clausule op te nemen over de gevangenen, gaf men toe. Omdat Israel van de 750 beloofde vrijlatingen in 1998 maar 110 politieke gevangenen op vrije voeten had gesteld, eisten de Palestijnen tijdens de eerste onderhandelingsronde dat Barak 640 politieke gevangenen zou vrijlaten. Israel wilde niet verder gaan dan 300: alleen Palestijnen die voor 1993 waren opgesloten, op voorwaarde dat ze geen bloed aan hun handen hadden of lid waren van politieke partijen die het Oslo-akkoord nog steeds afwijzen.

De Palestijnen eisten dat mannen als Abu Sukkar ook onder de regeling zouden vallen: gevangenen die voor 1993, op bevel van PLO-leiders van wie sommigen nu met Israeliërs om de tafel zitten, Israeliërs vermoord hadden. Zij wezen erop dat vrijwel alle Israeliërs die voor 1993 Palestijnen hadden vermoord, al op vrije voeten zijn – en de meeste die het na 1993 deden ook. Ze kwamen met brieven waarin oude Fatah-gedetineerden schreven dat zij hun misdaad ,,in de huidige context van vrede'' niet zouden plegen.

Onder Egyptische en Amerikaanse druk deed Israel water bij de wijn: het voegde de Jordaanse gevangenen aan de lijst toe, van wie de meeste van Palestijnse origine zijn. Toen Arafat in augustus voor het eerst sinds `Oslo' besprekingen begon met de DFLP en PFLP over hun deelname in het Palestijnse Gezag (waarna die hun actieve verzet tegen 'Oslo' moeten opgeven), besloot Israel dat ook DFLP- en PFLP-gevangenen zonder bloed aan hun handen de cel uit mogen. Enige dagen geleden kwamen daar ook gevangenen bij die wel bloed aan hun handen hebben, maar geen joods bloed: Palestijnen die Palestijnen hebben vermoord.

Zo rees de Israelische lijst deze week tot 356 gedetineerden. De Palestijnen zakten naar 400. Tot het laatste moment bespraken de onderhandelaars elkaars gegadigden een voor een door. De Israeliërs wezen erop dat zij het afgelopen jaar, buiten Wye om, ruim 100 politieke gevangenen hadden vrijgelaten wier termijn er bijna opzat, of die oud en ziek waren. Volgens Israel waren er echt geen goede kandidaten meer te vinden. De Amerikanen stelden Barak uiteindelijk voor dat zij, in ruil, de Palestijnen zouden polsen over vervroegde vrijlating van enige tientallen gedetineerden via de `stille' manier, als de dramatiek van Wye-II een beetje is gezakt. Albrights interventie, al blijft de inhoud ervan in nevelen gehuld, leidde tot de ontknoping. Het is niet uitgesloten dat Abu Sukkar, die ziekig en oud aan het worden is, binnen afzienbare tijd dus toch van sommige vrijheden kan gaan genieten waaraan zijn oude commandant Abu Firas allang gewend is geraakt.