Scholen bevestigen flop basisvorming

Schoolleiders zijn niet verbaasd over de wetenschappelijke conclusie dat de basisvorming is mislukt. ,,De ene leerling leert nu eenmaal sneller dan de ander.''

Brugklascoördinator D. de Kinderen is gechoqueerd. De basisvorming op de middelbare school mislukt? Niet op de openbare school Echnaton in Almere. Daar zitten brugklassers van alle niveaus samen in de eerste twee klassen. Ze is nog altijd lyrisch over de basisvorming: ,,Bij ons kiezen kinderen pas op hun veertiende een onderwijsniveau. In gemengde brugklassen ontstaan vriendschappen tussen kinderen van alle onderwijstypes. Ze leren dat ze gelijkwaardig zijn ondanks hun leercapaciteiten, dat hart en handen evenveel waard zijn als hoofd.''

Maar de Echnatonschool in Almere staat vrijwel alleen. De meeste schoolleiders zijn niet verbaasd over het gisteren gepresenteerde onderzoek van de universiteiten Groningen en Twente waaruit blijkt dat de basisvorming niet van de grond is gekomen. ,,De theorie was mooi'', zegt H. van der Velden, rector van het Rotterdamse Libanon Lyceum. ,,Maar in de praktijk zijn verschillen tussen brugklassers al veel te groot.''

De onderzoekers volgden de vorderingen van 20.000 middelbare scholieren en concludeerden: de leerprestaties zijn na invoering van de basisvorming in 1993 nauwelijks verbeterd, op het VWO zijn ze zelfs iets afgenomen. Kinderen worden nog altijd meteen na de basisschool, op hun twaalfde, geselecteerd voor een onderwijsniveau. En in het laagste onderwijstype, het voorbereidend beroepsonderwijs, beheersen leerlingen weinig algemene vaardigheden.

Het ideaal van de basisvorming had in de jaren tachtig postgevat bij met name PvdA'ers, onder wie oud-staatssecretaris van Onderwijs J. Wallage. Ook zijn opvolger T. Netelenbos was ervan gecharmeerd. De basisvorming was een afgezwakte vorm van de nooit gerealiseerde `middenschool' uit de jaren zeventig. Nergens in de Westerse wereld werden kinderen zo jong geselecteerd voor een schoolloopbaan als in Nederland. Die segregatie moest worden uitgesteld van 12-jarige leeftijd – na de CITO-toets – tot 15 jaar. De basisschool moest verlengd worden; iedereen zou voortaan samen in de klas zitten tot vlak voor het eindexamenprogramma.

Maar één partij, de ouders, doorkruiste al snel die idealen. Zij kiezen voor hun kinderen het liefst voor een zo hoog mogelijk schooltype, met uitsluitend klasgenoten van hetzelfde niveau. De categorale gymnasia en Havo/VWO-scholen lopen de laatste jaren storm. Het risico op `afzakken' naar een lager schooltype is volgens ouders groter op een brede scholengemeenschap. Dat geldt als een pijnlijke zaak dat ze koste wat het kost willen voorkomen. Onderdeel van de basisvorming was ook de introductie van een curriculum van vijftien vakken, dat zowel de zwakste als de sterkste brugklassers moesten volgen. In één klap werden ook drie nieuwe vakken ingevoerd: informatiekunde, techniek en verzorging. Daarnaast moesten alle leerlingen worden uitgerust voor de moderne samenleving, dus kwam de nadruk te liggen op vaardigheden in tegenstelling tot kennis. Wallage, nu burgemeester van Groningen, en staatssecretaris Adelmund (Onderwijs, PvdA) willen nog niet reageren op het onderzoek.

Kamerlid U. Lambrechts (D66) wil wel wat zeggen: ,,De uitkomst is treurig maar verbaast ons allerminst, want de basisvorming was gedoemd te mislukken. Waar zwakke leerlingen meer kansen moesten krijgen, zijn juist zij gedupeerd. De hoeveelheid vakken is voor hen te groot en die vakken zijn ook nog onsamenhangend. De zogenaamde latere selectie is een farce gebleken – ook in de basisvorming worden kinderen meestal na één jaar al uit elkaar gehaald.''

De theorie van de basisvorming was mooi, zegt rector A. Hoek van scholengemeenschap de Amersfoortse Berg, ,,maar in de praktijk van vijftig minuten les blijkt het bijna onmogelijk om iedereen in een gemengde klas aandacht te geven op zijn niveau''. Pal na de officiële invoering van de basisvorming hief de Amersfoorste Berg haar gemengde brugklas al weer op. ,,Juist in gedifferentieerde klassen komen kinderen tekort, is onze ervaring. We hebben nu een jaar lang stromen Mavo/Havo en Havo/VWO. Daarna vervolgt iedereen zijn weg.''

Het ideaal van Wallage om kinderen uit alle milieus en van alle niveaus op school bij elkaar te houden is mislukt, zegt ook rector P. H. Hupsch van het Mendelcollege in Haarlem. ,,En gelukkig maar. Het is grote flauwekul om te denken dat leerlingen hetzelfde zijn op het gebied van intellect, capaciteiten en studiehouding.'' Op zijn school worden brugklassers van meet af aan geselecteerd voor een categoriale gymnasiumklas, een soortgelijke Mavo-klas of twee twijfelklassen, Mavo/Havo en Havo/VWO.

De basisvorming is achter een bureau bedacht door idealistische beleidsmakers die geen ervaring hebben met zwakke leerlingen of achterstandsgezinnen, zegt Van der Velden, rector van het Rotterdamse Libanon College. ,,Twaalfjarigen verschillen enorm in tempo en niveau.''

Van der Velden zegt bij sommige brugklassers meteen te weten `dat wordt gymnasium'. ,,Bij anderen weet je dat als ze niet te veel puberen en geen verkeerde vrienden krijgen, ze nét de Mavo zullen halen. Maar bij de meeste kinderen weet je het pas na een jaar. Daarom houdt onze school met veel moeite een gemengde brugklas in stand, waarin leerlingen met een Mavo- tot en met een gymnasium-advies bij elkaar zitten.

Om verveling bij de slimmere leerlingen te voorkomen, krijgen zij extra `colleges' van leraren uit de bovenbouw. Maar één gezamenlijk jaar is voor ons het maximaal haalbare.'' Ook rector Hoek in Amersfoort is ervan overtuigd dat zijn leraren het niveau van de leerlingen na een jaar redelijk kunnen inschatten.

Er is één reden tot optimisme, zeggen de meeste schoolleiders. Hoek: ,,Door de invoering van het studiehuis in de bovenbouw van Havo en VWO, zullen leraren in de onderbouw nog meer de nadruk leggen op vaardigheden. Wellicht dat in de loop van de tijd dat onderdeel van de basisvorming beter uit de verf zal komen.''

HOOFDARTIKELpagina 7