`Oude Man' in Mauritshuis

Gisteren presenteerde het Mauritshuis in Den Haag Rembrandts `Portret van een oude man', met 32 miljoen gulden een van de kostbaarste aanwinsten uit de Nederlandse museumgeschiedenis.

Een bejaarde regent die met zijn rooie, pafferige kop en uit zijn jas puilende vette buik het hele beeld vult. Zo schilderde Rembrandt in 1667, aan het eind van zijn loopbaan, met forse penseelstreken het portret van een onbekende oude man, dat recent in het bezit kwam van het Mauritshuis in Den Haag. Directeur Frits Duparc presenteerde de aanwinst gisteren trots als `een van de hoogtepunten van de geschiedenis van het Mauritshuis' en waarschijnlijk de laatste mogelijkheid voor Nederland om ooit nog een laat meesterwerk van Rembrandt (1606-1669) te bemachtigen. Met de aankoop van de Victory Boogie Woogie van Piet Mondriaan (80 miljoen gulden) is het met bijna 32 miljoen een van de kostbaarste aanwinsten in de Nederlandse museumgeschiedenis.

Het schilderij, dat achter glas wordt geëxposeerd, wordt beschouwd als een van de mooiste en best bewaarde portretten uit de laatste jaren van Rembrandts carrière. De afgebeelde zit uitgezakt in zijn stoel, zijn kraag hangt half open, zijn hoed staat nonchalant scheef op zijn hoofd. De verflaag is in zo'n goede conditie dat het net uit het atelier lijkt te komen. Omdat de rechterhand en linkerarm bijna uit het beeld verdwijnen, is wel gedacht dat het doek ooit is verkleind. Recent onderzoek heeft echter aangetoond dat daar geen sprake van is.

Het portret is tot en met 12 september gratis voor het publiek te bezichtigen. Daarna gaat het museum twee weken dicht voor de inrichting van Rembrandt Zelf, een tentoonstelling met zelfportretten van Rembrandt. Portret van een oude man zal na deze tentoonstelling een plek in de vaste opstelling krijgen, vlak bij Rembrandts laatste zelfportret uit 1669.

Het is voor het eerst in vijftig jaar dat het Haagse museum weer met een Rembrandt is verrijkt. Het Mauritshuis heeft een belangrijke collectie schilderijen van de 17de-eeuwse meester, maar het ontbrak daarin aan portretten, aldus Duparc. Juist deze laatste periode, waarin Rembrandts schilderkunst tot volle bloei was gekomen, was niet goed vertegenwoordigd, ook niet in de gehele `Collectie Nederland'.

Het doek was lange tijd in privébezit en verscheen voor het eerst in oktober 1997 in het openbaar op een tentoonstelling in Melbourne. ,,Daar maakte het diepe indruk'', aldus Duparc. Het bleek dat de eigenaar, de Britse Lord Cowdray, bereid was het schilderij te verkopen. Met steun van overheid, bedrijfsleven en fondsen als de Vereniging Rembrandt, het VSB Fonds, Prins Bernhard Fonds en Nationaal Fonds Kunstbezit besloot het museum een poging tot aankoop te doen. Vertegenwoordigers van de Nederlandse kunstwereld, onder wie prof.dr. Ernst van de Wetering, leider van het Rembrandt Research Project en prof. Dr. Henk van Os, oud-directeur van het Rijksmuseum in Amsterdam, juichten het plan toe. Toen na een lange periode van onderhandelingen en fondsenwerving een akkoord werd bereikt, dreigde de Britse overheid nog roet in het eten te gooien met een exportverbod. Britse musea en particulieren kregen drie maanden de gelegenheid het schilderij te kopen en voor Groot-Brittannië te behouden. Het exportverbod liep op 22 juni van dit jaar af zonder dat zich Britse kandidaten hadden aangemeld. De financiering was toen nog niet rond, maar twee dagen later stelde de Grote Sponsor Loterij zich garant voor het tekort. De loterij hoopt een deel van het bedrag bijeen te brengen met een extra trekking tegen het einde van dit jaar.