Onze mannen op de Balkan

De Nederlandse journalist Michel Maas was een van de eerste en weinige verslaggevers die nog tijdens de NAVO-bombardementen op Kosovo deze provincie binnenkwamen, aan de kant van de Albanese bevrijdingsbeweging UÇK. Maar merkwaardig genoeg levert dat niet de beste stukken op in deze verzameling eerder in de Volkskrant en de Morgen verschenen reportages.

De verslagen die hij eerder het licht deed zien, toen journalisten met enige doodsverachting zich nog `vrij' konden bewegen in Kosovo, bieden eigenlijk al zo'n goed beeld van de oorlog, dat het stoute stukje van later er nauwelijks meer iets aan kan toevoegen. Een zwaar bewapende politie- en legermacht heeft geprobeerd een in de meerderheid van de bevolking verankerd bevrijdingsleger dat zich bediende van guerrillatactieken te vernietigen door op grote schaal die bevolking te verdrijven en te molesteren.

Dat is overigens niet zeer verschillend van de manier waarop Nederlanders in Indonesië, of Fransen in Algerije probeerden het tij te keren. Hoogstens is het in Kosovo een aantal graden wreder toegegaan, een eigenaardigheid van oorlogen op de Balkan die ook in het begin van de eeuw buitenlandse waarnemers al placht te ontzetten. Uit Maas' zorgvuldige waarnemingen valt ook op te maken dat het UÇK weinig heeft gedaan om Servische represailles tegen Albanese dorpen te vermijden, bijvoorbeeld door niet vanuit die dorpen Serviërs onder vuur te nemen. Ook dat is helaas een Balkan-specialiteit: Tito's partisanen deden tegen de Duitsers niet anders, en in de Joegoslavische burgeroorlog hebben bewapende partijen de `eigen' bevolking meerdere malen in gijzeling genomen, vaak om buitenlandse interventie uit te lokken.

Deze conclusies zijn de mijne, want de voorbeeldige verslaggever Maas laat analyse en geschiedenis voor wat ze zijn. Hij beperkt zich, terecht, tot in sommige gevallen vrijwel unieke waarnemingen. Ook zijn stijl is voorbeeldig. Maas houdt zich verre van de `voorportalen van de hel' of vergelijkingen met de Holocaust, die bijvoorbeeld de verslagen van het televisieprogramma Netwerk soms kenmerkten. Des te schokkender is vaak de lectuur van de reportages: een monument van menselijke wreedheid, zoals er maar weinige zijn.

Deze werkwijze kent natuurlijk zijn beperkingen. Over de UÇK is maar weinig bekend, en uit Maas' boek vernemen we eigenlijk niet veel méér, hoewel hij als een van heel weinigen hun optreden tijdens de NAVO-bombardementen heeft kunnen waarnemen. Wel noteert de verslaggever dat het UÇK zich als de kern van het `nieuwe' Kosovo ziet en weinig begrip heeft voor het streven om de provincie – althans voorlopig – binnen het federale Joegoslavië te laten.

Maar de programmatische en organisatorische contouren van het UÇK blijven vaag. De auteur valt dit geenszins te verwijten, en hij moet eerder geprezen worden om de manier waarop hij in zijn verslagen afziet van emotionele standpunten en zijn waarnemingen laat spreken. Maar het gemis aan analyse geeft wel de beperkingen van het genre aan: waarnemen is één ding, en analyseren weer iets anders.

De methode-Maas is echter, vanuit het standpunt van een lezer, veruit te verkiezen boven het tegendeel: de analyse zonder waarneming. Want dat is de makke van het boek van Joop Scheffer, die van 1994 tot 1998 de eerste Nederlandse diplomatieke vertegenwoordiging in Kroatië leidde. De memoires zijn aardig, maar lijden aan het euvel dat onze man in Zagreb de stad nauwelijks verlaten heeft, en dan nog alleen in door de Kroatische overheden georganiseerd groepsverband.

Dit bezwaar zou vermoedelijk minder duidelijk aan het licht treden, wanneer de auteur niet had gemeend zijn diplomatieke ervaringen te moeten verluchtigen met enige persoonlijke ervaringen. Maar die reiken zelden verder dan het schoonmaken van de kattenmand, teneinde in het geval van een langdurig bombardement op Zagreb de trouwe viervoeter op de vlucht te kunnen meenemen.

Het is opvallend dat Scheffers op geen enkel moment – toen dat nog kon – de door Serviërs gecontroleerde delen van Kroatië bezocht. Misschien behoorde dat niet tot zijn opdracht, maar het had ongetwijfeld tot een beter begrip van de situatie bijgedragen. Scheffers reist daarentegen wel enkele malen mee met het Kroatische leger, als er terrein is veroverd, en constateert dan geruststellend dat er alweer enkele levensmiddelenzaken zijn geopend.

Scheffers memoires hebben betrekking op een periode waarin het interne wedervaren van Kroatië wat aan het oog werd onttrokken door de veel dramatischer en epischer oorlog in Bosnië-Herzegovina. Daarom is wat hij te vertellen heeft over de Kroatische herovering van de Krajina in 1995 en de moeizame reïntegratie van Oost-Slavonië in Kroatië toch nog wel interessant, al heb je niet het idee dat Scheffer ons erg veel geheimen verklapt uit de wekelijkse briefing van de EU-ambassadeurs.

Scheffers is op zijn aardigst als hij vertelt over de mores in het nieuwbakken diplomatieke leven van Zagreb. Hij heeft zelfs voor een diplomatiek incident gezorgd door in een vraaggesprek met Novi List, het enige van de overheid onafhankelijke dagblad van Kroatië, zich op een zo vrijmoedige wijze uit te laten over de Kroatische politiek dat dit een protestnota teweegbracht.

Over het algemeen legt hij echter veel discretie en beleefdheid jegens het gastland aan de dag – een eigenschap die de diplomaat siert maar de memoires er niet boeiender op maakt. Dat blijkt bij een ander incidentje, waarvan Scheffers enigszins wrokkig melding maakt. De Volkskrant had de hand gelegd op een brief waaruit bleek dat hij – geheel in de lijn van de Kroatische machthebbers – vond dat Kroatisch als taal aan Nederlandse universiteiten niet meer moest worden onderwezen als deel van het Servokroatisch. Een relletje van niks, maar Scheffers lijkt er nog niet geheel van bekomen. De brief had een heel andere `toonzetting' laat hij weten, een typisch diplomatenwoord dat over de inhoud niets zegt. En bovendien: het ministerie in Den Haag stond helemaal achter zijn missive. De diplomaat voor wie het woord van het ministerie nog steeds wet is, kan zich de moeite van memoires besparen.

Michel Maas: Kosovo. Verslag van een oorlog. De Bezige Bij, 180 blz. ƒ35,-

Joop Scheffers: Ambassadeur in Zagreb 1994-1998. Sdu Uitgevers, 222 blz, ƒ39,90

    • Raymond van den Boogaard