Meer dan een kronkel in het hoofd

Er zijn woorden die voor Thomas Chippering een meer dan normale betekenis zijn gaan aannemen. Engine is zo'n woord, evenals turtle, manipulator, lizard. De hoofdpersoon van Tim O'Briens nieuwe roman laat ze voorbij paraderen in zijn hersenen, beproeft hun toon en textuur, maar ze verwijzen naar niet meer dan een linguïstische dwangmatigheid, niet zo vreemd eigenlijk voor een hoogleraar in de linguïstiek. Anders is het met woorden als Tampa en vooral revenge, wraak. Die verwijzen respectievelijk naar de stad waarheen zijn voormalige vrouw Lorna Sue is verdwenen met haar nieuwe echtgenoot en naar het gevoel dat hem bekruipt als hij aan haar denkt. En voor de omschrijving van dat gevoel en het gedrag dat daaruit voortvloeit is een term als `dwangmatig' aanzienlijk te zwak.

De manieren waarop Thomas wraak wil nemen zijn bizar. Ze variëren van flauw (het doen bezorgen en laten slingeren van producten die Lorna Sues nieuwe huwelijk in gevaar moeten brengen) tot een gedoe met bommen dat er vooraleerst onschuldig uitziet, maar uiteindelijk bittere ernst blijkt. Een complicerende factor daarbij is Herbie, die niet alleen Thomas' oudste jeugdvriend is maar ook de broer van de verdwenen Lorna Sue. Herbie houdt er met zijn zus een verhouding op na die in Thomas' ogen alle vormen van incest bestrijkt – waarbij Herbies neiging zijn zuster letterlijk aan een zelfgebouwd kruis te nagelen niet echt als verzachtende omstandigheid geldt. Vreemd, vreemd gezelschap, denk je als lezer.

Maar het is juist Thomas oftewel `Tomcat' zelf die een, laten we zeggen, tamelijk ongewone verhouding heeft met het andere geslacht; niet eens zozeer met personen van dat andere geslacht als wel met het vrouwelijke geslacht zelve. De doorslaggevende reden voor Lorna Sue om hem in de steek te laten was de ontdekking, onder de matras van het echtelijk bed, van een soort dubbele boekhouding waarin hij alle vitale statistieken bijhield van de vrouwen met wie hij in contact kwam, alsmede hun staat van herkomst en de bedragen die hij uitgaf bij het najagen van hun affectie.

Bij zijn streven naar wraak en naar de aandacht van het andere geslacht overkomt Thomas de ene ramp na de andere. Twee meisjes laten hem vastgebonden op een nachtelijk strand achter, en dat terwijl hij alleen maar met ze wilde praten! Een bevallige studente chanteert hem tot het schrijven van haar scriptie, en dat terwijl hij haar nauwelijks had aangeraakt! Haar kamergenote zorgt ervoor dat hij, met dit voorval als aanleiding, zijn baan kwijtraakt. Soms, als hij drie martini's op heeft, wil het wel eens tot Thomas doordringen dat dit alles `wordt veroorzaakt door een minieme kronkel' in zijn persoonlijkheid, maar erg veel doet hij weer niet met dit besef.

Tim O'Brien speelt een subtiel en spitsvondig spel met het gegeven dat lezers ongeneeslijk zijn: altijd willen ze weer sympathie voelen voor de hoofdpersoon van het boek dat ze lezen, of op zijn minst willen ze zich met hem of haar identificeren, al is het maar met zijn zwakheden. Die neiging is bij vele lezers onuitroeibaar, hoezeer de Philip Roths, de Kingsley Amissen et alia ook hun best doen nare, immorele, zelfzuchtige types neer te zetten. O'Brien maakt het die lezers moeilijker dan genoemde auteurs; Chippering is bot, seksistisch en onvoorstelbaar egocentrisch maar ook meelijwekkend, scherpzinnig en, zo moeten we aannemen, charmant. Door het verhaal van zijn tragikomische ervaringen vanuit zijn eigen blikveld te vertellen, alle excuses die hij voortdurend voorhanden heeft inbegrepen, kost het die lezer nogal wat moeite de hoofdpersoon scherp in beeld te krijgen, laat staan te besluiten wat hij met hem en zijn omgeving aan moet. Is die Herbie bijvoorbeeld werkelijk een pyromaan of niet? En waarom krijgt onze Tomcat de voornaam van een voluptueuze nieuwe minnares van Hollandse afkomst in vredesnaam niet over zijn lippen?

Tim O'Brien was tot nu toe vooral de man van twee indrukwekkende Vietnam-boeken, If I Die in a Combat Zone en Going after Cacciato, allebei realistische, soms grimmige romans ten opzichte waarvan hij met dit nieuwe werk een interessante stilistische zwenking heeft gemaakt. Vietnam speelt opnieuw een rol in dit boek, want Thomas wordt niet moe alle dames erop te wijzen dat hij Vietnam-veteraan, nee, oorlogsheld is; maar ook dit deel van zijn verleden leidt uiteindelijk tot een zorgwekkende extra belasting wanneer enkele ex-medestrijders óók al wraak op hem blijken te willen nemen.

Waarom willen ze dat toch? Waarom beginnen we te vermoeden dat Herbie misschien toch niet helemaal de creep is die in het begin aan de lezer wordt voorgesteld? Waarom moeten we hoofdzakelijk grinniken als Chippering ten overstaan van zijn studenten in het openbaar door Herbie in eendrachtige samenwerking met Lorna Sues nieuwe echtgenoot wordt getuchtigd?

Tomcat in love is bovenal een komische roman, hij bezorgt de lezer niet alleen onbedaarlijke lachbuien, maar dwingt hem ook telkens opnieuw zijn houding te bepalen ten opzichte van de hoofdpersoon. `Wat is er met Thomas Henry Chippering', zo vraagt deze zich in een moment van reflectie af, `dat de vrouwelijke gevoeligheid zo irriteert? Mijn hardnekkigheid? Mijn weigering door het stof te gaan? Ik wil de waarheid weten.' Die waarheid zal geen lezer hem kunnen geven, maar dat is juist een van de intrigerende en aangename kanten van dit boek.

Tim O'Brien: Tomcat in Love. Flamingo, 347 blz. ca. ƒ67,25