Kapitalisten in korte broek

Meisjes houden van rijke jongens. En dat is nog maar een van de zeer goede redenen om rijk te willen worden, vindt Felix. Zijn ouders ruziën altijd over geldgebrek, om nog maar iets te noemen. Na kinderboeken over filosofie en over wiskunde is er nu een verhaal `voor jonge en oudere lezers' vol basiskennis over economie, geld en beurswezen. Je kunt eruit leren hoe je een deugdelijke boekhouding voert, hoe inflatie werkt, hoe je aandelen aanschaft en hoe je op je tellen moet passen in de termijnhandel.

Felix en het grote geld is geschreven door de Duitse journalist Nikolaus Piper, wetenschapsredacteur van de Süddeutsche Zeitung. Het is een traditioneel kinderboek, bijna oubollig, maar zo geestig dat dat niet deert. Bovendien sta je al na een paar hoofdstukken op het punt je schamele spaarcenten bijeen te harken en eens lekker wild te gaan beleggen. Aanstekelijk is ook het verhaal, terwijl dit soort boeken de vrees wekt dat er slechts wat gewauweld wordt rond de uitleg waar het de auteur om begonnen is.

Felix en zijn vriend Peter zijn ouderwetse kinderboek-hoofdpersonen, van die types die niet bij de pakken gaan neerzitten, maar de handen uit de mouwen steken. Ze hebben een geheime hut en vissen op verboden forellen, een korte treinreis is een reuze avontuur. Het besluit rijk te worden neemt Felix in het eerste hoofdstuk tijdens een stormachtige nacht, precies zoals het hoort. Peter en het meisje Gianna van de ijssalon willen wel mee doen. Ze beginnen met traditionele kinderklusjes-om-een-zakcent-te-verdienen: gras maaien, broodjes bezorgen, schuren opruimen.

Tegelijkertijd, en dat is een van de dingen die dit boek zo humoristisch maken, zijn Felix en zijn vrienden wereldwijs. Ze stappen zo de beurs binnen en investeren in Telekid. Ze kunnen Internetten en hebben een mobieltje (zij het gejat van een oudere broer). Eigengereid en zelfverzekerd beheren zij hun kapitaal. En als zij alles dan toch weer kwijtraken door in zee te gaan met een oplichter, volgt gelukkig zo'n echte ouderwetse kinderboekenoplossing. Een onverwachte beloning voor hun heldendaden compenseert alle verlies.

Piper heeft Erich Kästner, de oude meester, goed gelezen. Felix gaat met zijn vrienden achter de oplichter aan in Frankfurt, voor hem een vreemde, grote stad. Het is vooral dit spannende gedeelte van het boek dat sterk doet denken aan Emil en de detectives. Het is een hommage aan Kästner. Piper tracht zijn toon en zijn humor na te volgen en daar is hij goed in geslaagd.

Jammer aan Felix en het grote geld is alleen dat de vertaalster, Ingeborg Lesener, alle berekeningen in marken heeft laten staan. Bedragen in marken spreken niet zo tot de verbeelding als bedragen in guldens. Zeker niet voor kinderen, al zijn de winsten nog zo spectaculair en de verliezen nog zo dramatisch. De omzetting van mark naar gulden zou verstrekkende gevolgen hebben gehad voor dit ook verder zo nadrukkelijk in Duitsland gesitueerde boek (zorgvuldig wordt de DAX toegelicht, de Duitse aandelenindex, en uitgelegd hoe de Duitse Bondsbank werkt), maar het had toch de voorkeur verdiend. Een van de meest opwindende elementen van het boek, hoe groot is het kapitaal van Felix, komt zo niet goed uit de verf.

Ook heel jammer is het dat het voorbeeld van Felix en zijn vrienden niet valt na te volgen. Iedereen kan zich aanbieden om gras te maaien, of een kleinschalig winstgevend handeltje bedenken. Maar om als kind te kunnen gaan speculeren, moet je toch eerst even een schat vinden, net als in het boek.

Nikolaus Piper: Felix en het grote geld. Roman over rijk worden en andere belangrijke zaken. Vertaald uit het Duits door Ingeborg Lesener.

Bert Bakker, 304 blz. ƒ39,90