Israel en de Palestijnen komen er zelf niet uit

Omdat Israel en de Palestijnen er niet uit konden komen, moesten de VS toch weer bemiddelen. Dat is een tegenslag voor Israel.

De vertrouwenscrisis tussen de Israelische premier Barak en de Palestijnse leider Arafat heeft de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright tegen haar uitdrukkelijke wil opnieuw diep gezogen in het Israelisch-Palestijnse onderhandelingscircuit. De Israelische en Palestijnse vlaggen stonden gisteren in het paleis van de Egyptische president Hosni Mubarak in Alexandrië klaar voor de ondertekening van het op Israels aandringen gewijzigde akkoord van Wye Plantation. Minister Albright was bij aankomst in Alexandrië al feestelijk gekleed. Maar in plaats van gisteren een nieuw Israelisch-Palestijns akkoord te vieren, zat ze in Jeruzalem met premier Ehud Barak laatste obstakels uit de weg te ruimen.

De Amerikaanse interventie is een ernstige diplomatieke tegenslag voor Barak en daardoor winst voor de Palestijnse leider Yasser Arafat. De nieuwe, in het politieke en diplomatieke bedrijf betrekkelijk onervaren Israelische premier had de Amerikanen laten weten dat hij zelf wel de boontjes zou doppen. Resultaten lagen kort na zijn verkiezingszege op Likud-premier Benjamin Netanyahu in mei dit jaar ook binnen zijn bereik toen hij Arafat de hand van vertrouwen reikte en Mubarak en de Jordaanse koning Abdallah hem een royaal vredeskrediet gaven.

Dat psychologisch belangrijke voorschot is nog niet helemaal opgesoupeerd, maar op het Israelisch-Palestijnse spoor is er weinig van over, zoals het afzeggen van de vredestop in Alexandrië gisteren overduidelijk demonstreerde. Zelfs indien er vandaag nog of in de komende dagen toch door krachtige interventie van minister Albright een akkoord uit de bus komt, kan dat niet verhullen dat Barak en Arafats antennes op verschillende golflengten zijn afgestemd.

Achterdochtig als Arafat is en in de wetenschap dat Barak ook in de Israelische politiek als een havik wordt gezien, heeft de Palestijnse leider met hem onderhandeld over diens voornemen een gewijzigd akkoord van Wye Plantation - over uitvoering van niet uitgevoerde onderdelen van de autonomie-akkoorden van Oslo - aan de Palestijnen op te leggen. Dat is de politieke achtergrond van de vertrouwenscrisis tussen beide partijen. De aandacht wordt echter getrokken door het geschil om de vrijlating door Israel van Palestijnse gevangenen met `bloed aan de handen'. Barak wil het akkoord dat Netanyahu in oktober vorig jaar in Wye Plantation met Arafat tekende amenderen omdat hij niet in de mechaniek ervan gelooft. Het akkoord van Oslo uit 1993 stond hem om strategische redenen - Barak was toen chef staf- evenmin aan.

Barak heeft zich wat de Palestijnen betreft in een onmogelijke positie gemanoeuvreerd door enerzijds op wijziging van Wye aan te dringen en anderzijds te dreigen Wye volgens de letter uit te voeren indien Arafat zijn dictaat niet aanvaardt. Het laatste betekent volgens de Palestijnen dat hij evenals Netanyahu `wederkerigheid' in de uitvoering van Wye – de mate waarin de Palestijnen de eisen daarvan naleven – heilig verklaart en daardoor een alibi schept zich zoveel mogelijk aan de territoriale gevolgen van het Wye-akkoord te onttrekken.

Barak wil met name een verdragsverband met de Palestijnen sluiten over terugtrekken uit bezet gebied en onderhandelingen over een definitieve overeenkomst met de Palestijnen. In februari 2000 wil hij met Arafat een kader opzetten voor deze onderhandelingen, die binnen een jaar moeten worden afgerond. In de tussentijd onthouden beide partijen zich van unilaterale daden die de uitkomst van de onderhandelingen kunnen beïnvloeden. Israel sticht dus geen nederzettingen meer en Arafat ziet van zijn voornemen af om op 4 mei 2000 de Palestijnse staat uit te roepen. Volgens Israelische berichten wil Barak de zeer gevoelige kwestie Jeruzalem en de Palestijnse vluchtelingenproblematiek buiten het vredesoverleg houden en pas over een jaar of tien uit de ijskast halen.

Palestijnse woordvoerders en commentatoren verdenken Barak ervan de Palestijnse kwestie in feite op de lange baan te willen schuiven om vanuit een nog sterkere positie, na een vredesregeling met Syrië, naar de onderhandelingstafel terug te keren. Dat is de vertrouwenscrisis die minister Albright tot haar groot ongenoegen is voorgeschoteld. Arafats weigering voor Barak te buigen noopt haar in te grijpen. Dat moet voor Barak een aanwijzing zijn dat de zwak geachte Arafat meer diplomatieke armslag heeft dan hij voorzag toen hij de VS buiten het vredesoverleg wilde houden.