Franse cantates domineren in Utrecht

Als zwaluwen zo zwierden en zwenkten de stemmen van het Gesualdo Consort sierlijk en sereen de Utrechtse Geertekerk binnen: het Amsterdamse ensemble bleek in topvorm. Het festivalpubliek, toch veel fraais gewend, hield zijn adem in. Had dr. J.C. Hol daar gezeten, hij zou hebben gebloosd. Niet van opwinding, maar van schaamte over wat hij had durven te publiceren over Sweelincks Rimes Italiennes: ,,Zeer onschuldige muziek en daardoor haast een beetje vervelend.''

Harry van der Kamp nodigde het publiek uit om zelf een keus te maken uit negen van die sublieme `onschuldigheden'. Che Giova hoefden we niet te kiezen, want dat prijkte al op het programma. Wie over drie weken op Radio 4 het programma `Fiori Musicali' hoort, zal aan het slot misschien niets begrijpen van het nauwelijks onderdrukte geproest uit de zaal. Want bij de tekst `Wat voor zin heeft het steden en rijken te bezitten als je in bed moet liggen, koud en alleen', legden Marcel Beekman en Harry van der Kamp zich ook ter slapen, bibberend in verstikkende vocale versieringen.

Het programma combineerde twee festivalthema's, dat van de Nederlandse Orpheus en de Italiaanse Zwaan: Sweelinck en Marenzio. Opmerkelijk waren de opnieuw geschreven teksten bij de Italiaanse madrigalen. Joannes Stalpart van der Wielen (1579-1630) publiceerde in zijn Madrigalia 84 geestelijke contrafacten, zoals het Vloeyende paerlen uyt Heer Iesus ooghen, opnieuw gedicht bij een wereldlijk liefdeslied uit Marenzio's Eerste Madrigalenboek uit 1581. Het Nederlands klonk er volkomen natuurlijk. Het is dan ook een fabeltje dat onze taal in gezongen vorm altijd geaffecteerd overkomt. Stalpart, die zich Stalpardi noemde, publiceerde in Leuven een Extractum Katholicum tegen alle Gebreken van verwarde harsenen in een tijd waarin men man en paard placht te noemen. Zondag klinkt zijn muziek op een lunchconcert in Vredenburg.

Maar het zijn toch de Franse cantates die het festival domineren. De haute contre Gérard Lesne, leider van Il Seminario Musicale, bracht tezamen met de sopraan Rachel Elliott verrukking in werken van onder meer Sébastien de Brossard (1655-1730) onder de titel Leçons des Morts.

Hoe somberder hoe mooier, het Boek Job is bij uitstek een dankbaar onderwerp. Maar Brossard is minder somber dan elegant-elegisch, hij behoudt zijn Sweelinckiaanse zwierigheid. De autodidact Brossard ontwikkelde zich studieus, blijkens een dictionaire met liefst meer dan negenhonderd namen van schrijvers over muziek. Als bibliograaf, theoreticus en historicus moet hij hoger geschat worden dan als componist, schreef Elisabeth Lebeau, die net als dr. Hol blosjes zou hebben gekregen. Er valt nog veel recht te zetten.

Buiten welk thema ook viel in de Domkerk het fascinerend optreden van het ensemble Gilles Binchois en de blazers van Les Haulz et Les Bas. Fascinerend was het ongelijkwaardig treffen van het vocale ensemble, strevend naar ontspanning en verstaanbaarheid, met de met bolle wangen geblazen schelle schalmeien. Het was de reconstructie van een bijzondere mis in de Spaanse Koninklijke Kapel, gebaseerd op het Officium Virginis Marie in sabbatis (Grenada, 1507) en de enig bewaarde volledige mis van de Portugees Pedro de Escobar (circa 1465 - circa 1535), aangevuld met notetten van Gombert en Josquin. Opmerkelijk bleek het verschil: in de mis blijven Gloria en Credo eenvoudig declamatorisch, de overige delen zijn meer contrapuntisch uitgewerkt. Juist dit ontbreken van een eenduidige stijl maakt de muziek uit de periferie (Spanje, Polen) zo interessant. De muziek zwenkt alle kanten op.

Festival Oude Muziek: Gesualdo Consort Amsterdam, Il seminario Musicale en Ensemble Gilles Binchois. Gehoord: 1, 2/9 diverse locaties te Utrecht. Gesualso Consort: 18/9 Radio 4.