Esperanto van het gevoel

Mediatroost: zeg me wat je overkomen is, en wij zeggen je waar je voor staat. Deel 35 in Bas Heijne's serie in het laatste jaar van het millennium.

Het was de derde keer, dus niemand had er meer echt zin in. De zesentwintigjarige ober Jonathan Schmitz uit Lake Orion, Michigan was twee jaar geleden al veroordeeld voor de moord op Scott Amedure, maar er was een fout gemaakt bij de jury-selectie, dus nu moest het hele proces over. Vorig jaar was er ook nog de civiele rechtzaak tegen de talkshow van Jenny Jones geweest, aangespannen door de ouders van het slachtoffer. Immers: drie dagen nadat hij in 1995 bij Jones voor een joelend publiek zijn liefde aan de onwetende Schmitz had verklaard, had deze laatste hem doodgeschoten. In het civiele proces werden Jones en haar producenten veroordeeld tot het betalen van een schadevergoeding van 25 miljoen dollar aan de ouders van Amedure.

Court TV, de Amerikaanse zender die zich dag en nacht wentelt in echt rechtbankdrama, was ook nu weer live aanwezig, maar het wilde maar niet meer spannend worden. Alles was immers al gezegd, en nog eens gezegd, en toen nog eens. Was Schmitz van te voren verteld dat zijn stille bewonderaar wel eens een man kon zijn? Mocht je mensen zichzelf en anderen voor gek laten zetten voor het oog van een miljoenenpubliek? Moest Jenny Jones, Jerry Springer en al die andere aasgieren van het klein menselijk leed niet eindelijk eens een halt worden toegeroepen? Hoe erg was het gesteld met de homohaat in Amerika?

De zaak, daar was iedereen vlak na de moord van overtuigd, raakte aan talloze belangrijke issues, die veel groter waren dan de moord op Amedure.

Nu, vier jaar na dato, waren al die grote thema's weer ineengeschrompeld. De grote woorden - geweld tegen homo`s, televisievampirisme - ze vielen nog wel, maar de fut was eruit. Talk-show advocaten, psychologen en homo-activisten schoven opnieuw aan om hun mening te geven en ze leken op acteurs in een te lang lopende voorstelling. De bekende beelden werden nog eens gerecycled: de gehaaide Jones voerde haar act van aangeslagen kindvrouwtje op. Er waren de fragmenten uit haar getuigenis tijdens de civiele rechtzaak, waarin de advocaat van de tegenpartij haar uitgebreid ondervroeg over een van haar borsten die na een operatie spontaan ontploft zou zijn. De vader van de moordenaar, een regionale discjockey luisterend naar de naam Crazy Al, mocht verklaren dat Jenny Jones zijn zoon erin geluisd had, en dat zijn persoonlijke afschuw van homoseksualiteit natuurlijk niet betekende dat hij homo's zelf haatte. De getuige van de moord, een man die samen met Amedure in de stacaravan woonde, barstte opnieuw in tranen uit. De verdediging, in handen van een zweterige advocaat die je zijn best zag doen om zijn gelatenheid niet in cynisme te laten omslaan, deed nog een hopeloze poging er in plaats van moord, doodslag van te maken.

De enige die zijn mond hield, was de moordenaar.

Hij zat er uitgeblust bij, pafferig inmiddels, niet wetend waar hij kijken moest. In de studio van Court TV werd van alles over hem gezegd, dat hij al jaren manisch-depressief was, dat hij voor de moord verschillende zelfmoordpogingen had gedaan, dat hij zelf worstelde met zijn geaardheid (waar je je, gezien Crazy Al, wel iets bij voor kon stellen). Hij zou een affaire gehad hebben met zijn slachtoffer. Hij zou vurig gehoopt hebben dat zijn stille bewonderaar zijn ex-vriendin was. Hij zou zich dood geschaamd hebben toen Amedure op televisie zijn erotische fantasieën over hem publiek maakte (champagne en slagroom).

Als verplicht nummer merkte een van de deskundigen heel ernstig op dat televisie gewone mensen kapot kon maken een gotspe, aangezien de camera van Court TV voortdurend op het gezicht van Schmitz gericht bleef.

Hoe langer zijn lege gezicht in beeld was, des te raadselachtiger hij werd. Waarom weigerde hij zelf te getuigen? De juryleden zouden zeker sympathie voor hem krijgen wanneer ze een stamelende, paranoïde jongen hoorden praten over iets waarvan hij verschrikkelijke spijt had gekregen. Toen hem door zijn advocaat te verstaan was gegeven dat hij met zijn aanhoudende zwijgen zijn zaak geen goed zou doen, had hij geantwoord dat hem dat niet kon schelen.

Dat was wat de presentatrice van Court TV nog het meest leek te verbazen: dat Schmitz zo weinig zin had in zijn eigen processen. Iedereen om hem heen speelde de rol die van hem verwacht werd, maakte zijn persoonlijke gevoelens via de media op een hanteerbare manier publiek. Iedereen, behalve degene die het meeste voordeel kon behalen door van zijn leven een verhaal te maken. Goed, hij was een moordenaar, maar hij was ook beroemd. Er lagen zoveel scenario's klaar, hij hoefde het spel alleen maar mee te spelen: hij had zijn depressies breed kunnen uitmeten, hij had kunnen zeggen dat hij als kind was misbruikt door zijn vader, door een oom, door allebei, dat Amedure hem achtervolgd en bedreigd had, dat de televisiecamera's van Jenny Jones hem in een diepe identiteitscrisis hadden gestort. Hij had zich op televisie kunnen laten interviewen. Hij had er een boek over kunnen publiceren. En hij zei niets.

Maar juist omdat Schmitz zijn mond hield, juist omdat hij weigerde of niet in staat was zijn diepste gevoelens naar buiten te brengen als mediavoer, veranderde hij voor je ogen langzaam in een tragisch symbool. De journalistiek, en niet alleen de roddelpers, en niet alleen de media in Amerika, is er steeds feller op gebrand het algemene persoonlijk te maken het grote nieuws krijgt een menselijk gezicht, een abstractie wordt invoelbaar doordat je de mensen te zien krijgt die het overkomt.

Maar wat gebeurt is meestal het omgekeerde: het particuliere wordt door de media algemeen gemaakt. Een geval van misbruik ontketent een mediadiscussie over Misbruik, geweld door een minderjarige laat ons praten over Geweld onder Minderjarigen, de dood van prinses Diana doordringt ons van de bedenkelijke rol van de roddelpers, een te vroeg losgelaten moordenaar roept vragen op over de algemene strafmaat, enzovoort. Steeds opnieuw brengen erge gebeurtenissen discussies over maatschappelijke problemen op gang. De nieuwsrubrieken gebruiken het persoonlijke verhaal. En de betrokkenen zelf leren praten in een soort esperanto van het gevoel, ergens tussen het persoonlijke en het publieke in. Ze worden herkenbaar als simpele personificaties van het nieuws, slachtoffers van geweld binnen het huwelijk, homohaat, hysterisch islamitisch eergevoel, incest, kansarme wijken, gebroken gezinnen, adoptieperikelen.

Dat is de troost van de media: zeg me wat je overkomen is, en wij zeggen je waar je voor staat.

Kranten in Amerika berichten dat Jonathan Schmitz aan achtervolgingswaanzin lijdt en stemmen hoort. Ik denk dat het waar is: hij hoort het onophoudelijke gekakel van de deskundigen, de commentatoren die hem alles hebben afgenomen, zijn persoonlijkheid, zijn gezicht en zijn gedachten. Hij hoort de stemmen van de journalisten, die hun maatschappelijk thema's op hem hebben geprojecteerd. Hij ziet als waanbeeld de eindeloze herhaling van het televisiefragment met zijn met stomheid geslagen opkomst in de talkshow van Jones.

Zijn drama is een persoonlijk drama, maar het is allang niet meer van hemzelf.

Een paar dagen geleden werd Schmitz opnieuw wegens moord veroordeeld. Na de uitspraak verklaarde een vrouwelijk jurylid dat het duidelijk moest zijn dat je geen homo's moest doodschieten. De presentratice van Court TV meldde dat er nog een hoger beroep kwam in de civiele zaak. Court TV zou weer paraat zijn. Zelf hoopte ze de zaak niet nog eens een vierde keer te moeten verslaan.