De pink van het Nederlands

Een achteloze kolonisator, Nederland. Ook onze taal bleef vrijwel nergens naklinken waar wij ooit de wereld trachtten te veroveren. Zelfs niet in de Caraïben, waar de bevolking toch voornamelijk afstamt van immigranten die er onder koloniale vlag werden heengebracht. Wat resteert van het koloniale rijk zijn zes Caraïbische eilanden. Op drie ervan is het Papiaments de voertaal, op de drie andere het Engels. Het Nederlands is slechts de bestuurstaal en de voertaal in het onderwijs. Vandaar het dubbel `exotische' karakter van de Antillen en Aruba, en vandaar een taalproblematiek die almaar ingewikkelder is geworden.

Over dit Papiaments – de dede pikiña, pink, van zijn grote buurman (bisiña), het Nederlands – heeft de taalkundige Florimon van Putte een onderhoudend en mooi vormgegeven boekje geschreven. Hij biedt een cocktail van drie elementen: een taalkundige introductie over deze `creooltaal' met vooral Afrikaanse, Portugese en Spaanse elementen; een overzicht van de lage waardering die de taal in de loop der eeuwen ten deel viel; en een pleidooi voor de emancipatie van het Papiaments. Dat laatste is zijn voornaamste doelstelling.

`Onverdragelijk is dit gekakel voor het fijnere oor van de Europeaan bij zijne eerste aankomst, en moeijelijk kan men zich aan dit kalkoenen geluid wennen', schreef in 1817 de eerste landsonderwijzer van Curaçao over het Papiamentu. Die minachting van buitenstaanders zou nooit wegebben: `een Spaans jargon in al deszelfs wanluidendheid en armoede', `een bedorven Spaansch, Indiaansch en Hollandsch', `een barbaarsche taal', `een kindertaaltje', dat bovendien de intellectuele ontwikkeling van de sprekers ernstig zou belemmeren.

Een halfslachtig koloniaal onderwijsbeleid zou er uiteindelijk toe leiden dat op de scholen het Nederlands de voertaal werd, terwijl dit verder nergens het geval was. De resultaten zijn tot op heden desastreus. Voor bijna alle bewoners van de drie Benedenwindse eilanden is het Papiaments de voertaal gebleven, zodat de overgang naar school voor vele kinderen een drama is. Hoge percentages van zittenblijvers en voortijdige schoolverlaters en zelfs analfabetisme zijn er de trieste gevolgen van. De sociale crisis die daarmee samenhangt bevordert de exodus naar Nederland, waar de taalachterstand van Antilliaanse drop outs vervolgens tot nog ernstiger problemen leidt. Maar inmiddels blijft dat Papiaments ook – en nu Nederland zich de laatste jaren almaar meer met de eilanden is gaan bemoeien zelfs steeds sterker – de kern van de eigen identiteit. `Een eigen taal, dát kunnen de Hollanders ons in ieder geval niet afnemen', denkt de nationalist.

In zijn ijver om de emancipatie van het Papiaments te bevorderen stapt Van Putte wat gemakkelijk heen over de praktische nadelen van de taal: slechts tweehonderdduizend sprekers, een kleine woordenschat, geen standaardisering en onderwijsmateriaal, een verschil in spelling tussen de aartsrivalen Aruba en Curaçao. Zelfs het feit dat inmiddels ruim een derde van de Curaçaoënaars in Nederland woont speelt, ondanks alle taalproblemen die dat hier oproept, geen rol in zijn argumentatie. In die zin sluit Van Putte aan bij een traditie van naar binnen gericht Antilliaans nationalisme, waar eilanddenken en niet globalisering de toon zet.

In een Voorwoord verdedigt de Antilliaanse minister van Onderwijs Nieuw het gebruik van het Papiamentu als onderwijstaal. Terecht? Er wordt al decennialang over gesproken, waarbij Nederland vooral aan de zijlijn heeft gestaan. Het werkelijke debat gaat tussen Antillianen, die allemaal Papiaments spreken, maar verschillend oordelen over de didactische voor- en nadelen van Nederlands of Papiaments als onderwijstaal. In die zin zijn Van Putte's instructieve hoofdstukken over Nederlandse minachting in vroeger tijden aardig om te lezen, maar voor het huidige debat niet meer zo relevant. Dat wordt bepaald door besluiteloze of halfslachtige bestuurders aan de overzijde van de oceaan. In die halfslachtigheid herkennen wij de kolonisator.

Florimon van Putte: Dede pikiña ku su bisiña. Papiamentu - Nederlands en de onverwerkt verleden tijd. Walburg Pers, 128 blz. ƒ24,50

    • Gert Oostindie