De kolen gaan, de zon komt

Christo in een gashouder en een piramide op een ertsberg - het Roergebied beleeft een culturele renaissance.

Nadat er een vrachtwagen door de grond was gezakt, wisten ze het zeker. De aanleg van de nieuwe stadswijk naast de binnenstad van de Duitse provincieplaats Bochum moest worden uitgesteld. Eerst moest het verlaten industrieterrein van Krupp grondig worden onderzocht. Tijdens de Tweede Wereldoorlog ging de staalproduktie, noodzakelijk voor de wapenindustrie, altijd door, ook als de geallieerde vliegtuigen overkwamen. Dwangarbeiders gingen bij luchtalarm naar ondergrondse werkplaatsen, die om strategische redenen nooit in kaart werden gebracht. Dat is nu alsnog gebeurd. En dus kan het project Stadtpark-West, met een omvang van zeventig hectare ongeveer net zo groot als de Bochumer binnenstad, binnenkort echt van start.

Niets op het immense terrein wijst op aanstaande activiteit. Zelfs de spil van het project, de Jahrhunderthalle, ligt er verlaten bij. Buiten wijzen borden de weg naar Der Bochumer Jedermann, binnen gaan tribune en podium van die voorstelling verloren in de achtduizend vierkante meter lege ruimte. Twee jongens zitten achter een tafel te wachten op bezoekers. In een hoek staan wat panelen met door kunstacademiestudenten gemaakte schilderijen.

Sinds een paar jaar wordt de Jahrhunderthalle, in 1902 gebouwd voor een tentoonstelling in Düsseldorf en een jaar later verplaatst naar Bochum, gebruikt voor culturele evenementen. In brochures wordt de hal aangeduid als `Die Industrie-Kathedrale der Kultur'. Overdreven is dat niet: ronddwalen onder het eindeloze dak van staal en glas dwingt een bijna religieus ontzag af. Elders kijk je naar gebrandschilderde ruiten, hier denk je aan de stampende machines die de ruimte ooit vulden. Goed dat dit gebouw behouden is, en wat kan het mooi worden, die trotse spil van de nieuwe stadswijk.

Metamorfose

Industrie en cultuur zijn geen vijanden van elkaar in het Roergebied. Integendeel. Europa's meest geïndustrialiseerde regio is bezig met een metamorfose, en cultuur is een belangrijke bondgenoot.

Kolen- en staalindustrie, vanaf halverwege de vorige eeuw tot ontwikkeling gebracht door familiebedrijven als Krupp en Thyssen, domineerden decennialang het Roergebied. Fabrieken, arbeiderswijken en verbindingswegen, meer had `das Revier' niet te bieden. Sluiting van mijnen en hoogovens, vanaf de jaren zestig tot ver in de jaren tachtig, leidde niet alleen tot hoge werkloosheid, maar ook tot een verzameling roestende bouwwerken waar niemand raad mee wist.

Inmiddels heeft men de oplossing gevonden: hergebruik voor culturele doelen. Tentoonstellingen in de gashouder, concerten naast de hoogoven, kunstwerken op de mijnafvalheuvel (`Halde'); het Roergebied beleeft een culturele renaissance. Althans, een deel van het Roergebied. Alle inspanningen zijn gericht op de regio aan weerszijden van het riviertje de Emscher, een smalle strook die zich uitstrekt over een lengte van 75 kilometer, van Duisburg in het westen tot Hamm in het oosten. Twee miljoen mensen wonen hier in zeventien steden, waaronder Essen en Dortmund.

Dit is het werkterrein van de Internationale Bauausstellung (IBA) Emscher Park,een ambitieus programma dat ervoor moet zorgen dat dit deel van Nordrhein-Westfalen zijn beroerde imago kwijtraakt. Lokale bewoners en toeristen moeten niet langer met gesloten autoraampjes over de A42 racen, maar af en toe een afrit nemen om een attractie te bezoeken. In tien jaar tijd heeft IBA Emscher Park vijf miljard mark geïnvesteerd in circa honderd projecten, variërend van opdrachten aan kunstenaars tot het bouwen van nieuwe woonwijken. De Emscher, voorheen een open riool, werd schoongemaakt, groene zones en fietspaden werden aangelegd, stadsdelen werden gerenoveerd. Bij de start in 1989 werd afgesproken dat IBA gedurende tien jaar zou functioneren als inspirator, daarna worden de projecten voortgezet door andere organisaties. Met tal van congressen, vier tentoonstellingen en de lancering van vier toeristische routes viert IBA deze zomer het slotjaar.

Veel groen

Wie last heeft van hoogtevrees, beleeft geen plezier aan het opgekalefaterde Roergebied. Het glazen liftje van de Gasometer in Oberhausen zoeft naar het dak, net zo hoog als de Utrechtse Dom. Het is een variant op vertrouwd toerisme: zoals je elders het hoogste punt zoekt om de stad te zien, zo overzie je hier het industrielandschap. Het valt mee. Er zijn rokende schoorstenen, maar er zijn ook vrolijk gekleurde bruggen en er is opvallend veel groen. Slechts elf procent van de bebouwing in de Emscher regio is commercieel of industrieel van aard, tegen 43 procent groen gebied. Binnen knalt het rood en geel van The Wall, de muur van olievaten waarmee het echtpaar Christo en Jeanne-Claude de gashouder in tweeën heeft gedeeld. Van boven zien de 13.000 vaten er uit als pillen in capsulevorm. Ook al is de scheiding echt - alleen onderlangs kan men doorsteken -, de gekleurde muur oogt te vrolijk om assocaties te wekken met zijn beroemde naamgenoot in Berlijn.

In de Kokerei Zollverein in Essen, een voormalige cokesfabriek, voert een omgebouwde transportband voor steenkolen de bezoeker omhoog. Om vervolgens af te dalen door de mengtoren, waar de expositie Sonne, Mond und Sterne alle aspecten van energie belicht, met veel aandacht voor zonne-energie als opvolger van fossiele brandstoffen. Het motto: `Die Kohle geht, jetzt kommt die Sonne!'. Spannender dan de expositie is het gebouw en de manier waarop het voor publiek toegankelijk is gemaakt. Een reuzenrad laat de bezoeker hoog boven en diep in het binnenste van de cokesfabriek ronddraaien. Het café biedt het mooiste uitzicht denkbaar op industrieel erfgoed. Links de smalle schoorstenen, rechts een batterij met cokesovens, in het midden een zeshonderd meter lange waterbak waar het rode lichtontwerp van Jonathan Speirs en Mark Major 's avonds in wordt weerspiegeld. Alles ademt verleden, alles lijkt nog intact. Het is alsof de vuren elk moment weer kunnen oplaaien.

Donkerrood is de kleur van alle gebouwen die hier door de architecten Frits Schupp en Martin Kremmer in streng symmetrische, door Bauhaus geïnspireerde stijl werden gebouwd. Aan de voet van de mijnschacht van Zeche Zollverein XII, geopend in 1932 en kandidaat voor de UNESCO-werelderfgoedlijst, hebben alle gebouwen nieuwe functies gekregen. In het ketelhuis zit het Design Zentrum Nordrhein-Westfalen, ingericht door Rijksdag-verbouwer Norman Foster. Het compressorhuis is nu een restaurant, opener en lichter dan in Duitsland gebruikelijk. Aan de naastgelegen tafel wordt Engels gesproken, 's avonds stappen smoking-gasten uit hun BMW's voor een politieke galabijeenkomst, de sfeer is cosmopolitisch. De mijn werd gesloten in 1986, maar de Kumpels lijken al veel langer verdwenen.

Het Zollverein-complex in Essen is het paradepaardje van IBA Emscher Park. Een geslaagd voorbeeld van hergebruik. Met respect voor de oorspronkelijke functies zijn de industriële overblijfselen omgezet in een attractie die deze zomer al 100.000 bezoekers heeft getrokken.

Elders zijn de ingrepen minder zichtbaar.

,,Maar jij doet helemaal niets!'', was het verontwaardigde commentaar van collega's, toen landschapsarchitect Peter Latz de prijsvraag won voor herinrichting van het hoogoven-terrein van Thyssen in Duisburg-Meiderich. Zijn aanpak is inderdaad bescheiden, maar leidt ironisch genoeg tot een tweede leven van de hoogoven dat weinig te maken heeft met het eerste leven. Op zaterdagavond stromen jongeren in uitgaanskleding voor een marathon-popconcert naar het kleurig verlichte terrein – het lichtontwerp is van de Engelse kunstenaar Jonathan Park. Vanaf het hoogste punt van de hoogoven zie je technici op een grasveld bouwen aan het podium voor het klassieke zondagmiddagconcert. In de gashouder zit een duikclub. De foto-tentoonstelling over tien jaar IBA-projecten in de voormalige machinehal laat de omvang van de ruimte onbenut. Langzaam herwint de natuur terrein op stukken rails en pijpleiding, maar de aanduiding Landschaftspark Duisburg-Nord lijkt wat hoog gegrepen.

Guerilla's

Wolfgang Pehnt, architectuurcriticus van de Frankfurter Allgemeine Zeitung, vergelijkt de IBA-methode met acupunctuur. Het stimuleren van enkele goed gekozen punten moet voldoende zijn om de omgeving te beïnvloeden. Het is een vergelijking die Prof. Dr. Karl Ganser, directeur van IBA Emscher Park, ongetwijfeld bevalt. In interviews presenteert Ganser zichzelf als een anarchistische visionair, iemand die zijn creatieve guerilla's op het Roergebied heeft losgelaten. Zijn organisatie heeft geen macht of geld en er zijn geen speciale fondsen opgezet. Alle projecten worden betaald uit bestaande budgetten van verschillende overheden en privé-investeerders. In planning gelooft Ganser niet, zijn taak is inspireren, bemiddelen, dingen mogelijk maken, de kwaliteit bewaken.

De grootste verdienste van tien jaar IBA is het herwonnen zelfrespect van de regio, aldus Ganser. De lokale bevolking is nu trots op de eigen geschiedenis en durft te experimenteren met ideeën die de toekomst van de regio kunnen bepalen. De media berichten weer over het Roergebied, niet omdat het er mooi is of economisch interessant, maar omdat het grote problemen met moed en verbeelding te lijf gaat. Het is moeilijk om niet te geloven in Gansers enthousiasme, vooral in combinatie met het toeristische offensief dat IBA heeft ingezet. Vier routes doorkruisen de Emscher regio, elk met een eigen accent: architectuur (met name woningbouw), industrienatuur, industriecultuur en `Landmarken-Kunst'. Het mag met de auto, maar liever nog ziet men de toerist fietsen of wandelen. Alleen al de eind mei geopende `Route der Industriekultur' omvat negentien bezienswaardigheden. De `Landmarken-Kunst' verwijst naar kunstwerken die opmerkelijke plekken in het landschap markeren.

In Bottrop is het zelfrespect nog niet herwonnen. `Deutsches Kulturgut? Judenkunst!' staat met stift geklad op het informatiebord bij de Tetraeder, de vijftig meter hoge, uit buizen gebouwde piramide van Jürgen LIT Fischer en Wolfgang Christ op de top van de Halde Beckstrasse. Kennelijk is het niet aan iedereen besteed, de lichtheid van een groot bouwwerk, de frivoliteit van een schuin platform en opnieuw een prachtig uitzicht over de omgeving. Aan de voet van de heuvel waar de Tetraeder op staat, liggen een paar huizenblokken, zo haveloos dat ze niet zouden misstaan in Roemenië.

Aan de ene kant staat het idealisme van kunstenaars die hun werk afstemmen op de omgeving, aan de andere kant het provincialisme van de mensen die in die omgeving wonen. Loop op vrijdagavond door het centrum van Oberhausen of Gelsenkirchen en verbeelding wordt vanzelf een vies woord. Licht- en geluidsinstallaties zijn geen probleem, maar het gros van de `Landmarken-Kunst' bestaat uit land art-projecten, waarbij het concept belangrijker is dan de uitvoering. Zitten de `Kohlenpotters', ex-mijnbouwers en fabrieksarbeiders, te wachten op een vijftien meter hoge staalplaat van Richard Serra of geometrische patronen op een berg met mijnafval?

Het is slechts één van de ongerijmdheden die zich voordoen bij de transformatie van `de zieke man van Duitsland' tot de `groenste industriële regio van Europa'. Twee miljoen bezoekers aan alle IBA-projecten in de afgelopen drie maanden, dat is ook ongerijmd. Bijna de helft van die bezoekers komt van buiten het Roergebied, dus van verkettering is geen sprake meer. Zelfs al is het niet aan iedereen besteed, kunst heeft het imago van de regio veranderd. Prof. Dr. Karl Ganser heeft gelijk: de trots is terug. Mooi zal het Roergebied nooit worden, maar spannend is het er wel.

Informatie IBA Emscher Park (ook over georganiseerde reizen): tel 0049 209 147 5412. Internet: www.iba.nrw.de. Informatie Route der Industriekultur: tel. 0049 180 400 0086. Internet: www.route-industriekultur.de. Tentoonstellingen: `IBA'99, Das Finale', Landschaftspark Duisburg-Nord, t/m 3/10. `The Wall' van Christo en Jeanne-Claude, Gasometer Oberhausen, t/m 3/10. `Kunst setzt Zeichen', Schloss Oberhausen, t/m 3/10. `Sonne, Mond und Sterne', Kokerei Zollverein Essen, t/m 13/9.