De baksteen is de maat van alle dingen

Al heeft Ernst Neufert geen beroemde naam, zijn boek `Die Bauentwurfslehre' ontbreekt op geen enkel architectenbureau. In Dessau is een tentoonstelling aan zijn werk gewijd.

Drie architecten wisten onlangs door te dringen tot het lijstje met de 25 belangrijkste twintigste-eeuwse kunstenaars van het Amerikaanse kunsttijdschrift ARTnews: de Amerikaan Frank Lloyd Wright, de Zwitserse Fransman Le Corbusier en de Duitser Ludwig Mies van der Rohe. Maar geen van deze drie is de `invloedrijkste architect van de laatste eeuw', vindt het Bauhaus in Dessau. Dat is toch echt de Duitse architect Ernst Neufert (1900-1986), aan wiens werk nu in het beroemde Bauhaus-gebouw een tentoonstelling is gewijd.

Neufert komt in niet één architectuurgeschiedenisboek voor. Hij is de grote onbekende van de twintigste-eeuwse architectuur. Weliswaar bewijzen foto's in het eerste deel van de expositie dat hij in de Bondsrepubliek Duitsland veel fabrieken en een enkel huis heeft ontworpen, maar als architect is hij vrijwel vergeten. En niet geheel ten onrechte: zijn fabrieken zijn zoals men zich fabrieken uit de jaren vijftig en zestig voorstelt en zijn huizen zijn, op een enkele verwijzing naar het vroege werk van Frank Lloyd Wright na, ook al niet bijzonder. Toch heeft Ernst Neufert als geen ander het aanzicht van de twintigste-eeuwse architectuur bepaald, schrijft Bauhaus-medewerker Walter Prigge in het dikke boek dat bij de tentoonstelling hoort. Sleutel tot dit goed bewaarde geheim is Neuferts hoofdwerk: Die Bauentwurfslehre. Op geen enkel architectenbureau ontbreekt dit boek dat Neufert tot de Vitruvius van de twintigste eeuw maakte.

De Bauentwurfslehre is het best verkochte architectuurboek aller tijden. Officieel zijn van dit dure boek ongeveer een miljoen exemplaren verkocht, maar over de hele wereld circuleren talloze roofdrukken. Na de dood van Ernst Neufert door zijn zoon Peter wordt het nog steeds geactualiseerd en bewerkt. Vorig jaar verscheen in Duitsland de 35ste oplage. Het is inmiddels in vijftien talen vertaald, en een Chinese vertaling, een garantie voor een enorme afzet, is in de maak.

De Bauentwurfslehre is dan ook een zeer toegankelijk boek. Het bevat geen meeslepende theoretische verhandelingen, en ook geen stilistische voorschriften. Het geeft slechts op nuchtere wijze honderden, nee duizenden antwoorden op de eenvoudige, maar vaak moeilijke vragen waar ontwerpers van gebouwen mee worstelen. Uitgangspunt voor het boek is de mens die de maat is van alle dingen, schrijft Neufert in het voorwoord van de eerste uitgave van de Bauentwurfslehre. De ontwerper moet weten `welke afmetingen apparaten moeten hebben', schrijft hij verder, en `hoe meubels doelmatig in de ruimte moeten staan'. Ook moet hij precies op de hoogte zijn van `de ruimte die de mens nodig heeft tussen de meubels, in de keuken, in de eetkamer, bibliotheken enzovoort om alle nodige werkzaamheden (-) gemakkelijk te kunnen verrichten zonder dat ruimte wordt verspild'. Maar dat is nog niet alles: de ontwerper moet ook kennis hebben van de minimale afmetingen van de `ruimtes waarin de mens zich dagelijks beweegt' en ten slotte moet hij ook oog hebben voor de `gevoelsmatige kant van de ruimte'.

Kinderwiegje

Neufert stelt in zijn Bauentwurfslehre al zijn kennis beschikbaar, tot in het absurde. Wat zijn de afmetingen van een `luchthotel' in een zeppelin? Neufert geeft in de vorm van korte teksten en stripachtige tekeningen heel precies antwoord. Hoe groot moet de plank zijn waarop een Emmenthaler kaas en een flinke ham kunnen liggen? Neufert geeft de precieze maten en laat bovendien zien op welke hoogte de plank het best kan worden opgehangen. Van kinderwiegje tot lijkkist - alle dingen uit het dagelijks leven komen aan de orde. Alleen voor bordelen, gevangenissen en militaire gebouwen geeft de Bauentwurfslehre geen maten, maar verder stelt het boek nooit teleur.

Neuferts benadering van het ontwerpen van gebouwen is door en door functionalistisch. Hij was dan ook een van de beste studenten van Walter Gropius, de directeur van het Bauhaus, de bakermat van het functionalisme of het modernisme zoals het tegenwoordig ook wel wordt genoemd. In 1924 benoemde Gropius hem tot chef van zijn architectenbureau en liet hem het Bauhaus-gebouw in Dessau (1926) uitvoeren.

Gropius en Neufert waren gefascineerd door de arbeidsstudies van de Amerikaanse bedrijfsgeleerde Frederick Taylor en door de autofabrieken van Ford in Detroit. Een woning moet als een auto zijn, vonden ze. Net als Fords auto's moesten woningen bestaan uit geprefabriceerde standaardelementen, zodat ze gemakkelijk en snel konden worden geassembleerd.

In 1926 werd de twintiger Neufert benoemd tot hoogleraar architectuur aan de Bauhochschule in Weimar. Hier ontwikkelde hij zich tot de Frederick Taylor van de architectuur. Zoals Taylor verschillende soorten arbeid ontleedde tot simpele, afzonderlijke handelingen en vervolgens naging hoe ze het meest efficiënt konden worden uitgevoerd, zo analyseerde Neufert alle dagelijkse handelingen, van afwassen tot strijken en van traplopen tot zitten om de benodigde afmetingen van ruimtes heel precies te kunnen bepalen.

Nazi's

De eerste druk van Neuferts Bauentwurfslehre verscheen in 1936, toen de nazi's in Duitsland aan de macht waren. Het Bauhaus, waar volgens de nazi's `cultuurbolsjewistische opvattingen' over kunst werden verkondigd, was al drie jaar gesloten. Neufert zelf was een van de eerste slachtoffers van het nationaal-socialisme: al in 1930 werd hij ontslagen als hoogleraar in Weimar, nadat de nazi's de verkiezingen in de deelstaat Thüringen hadden gewonnen. Maar Neufert ging, levend van voorschotten van zijn uitgever en het geven van lezingen, onverstoorbaar door met zijn werk.

De Bauentwurfslehre is dan ook niet een nazi-boek geworden. Dat vrouwen in zijn tekeningen in het boek altijd in de keuken staan en mannen in de fabriek en op kantoor werken, duidt niet op een nationaal-socialistische overtuiging, dat was toen tamelijk normaal. Opvallend abnormaal is Neufert in zijn boek als het gaat om het aanwijzen van goede gebouwen. Als overtuigd modernist had Neufert ook ontwerpen opgenomen van architecten die inmiddels bij de nazi's in ongenade waren geraakt, zoals de vroegere Bauhaus-directeuren Gropius en Mies van der Rohe. Het leverde hem geen moeilijkheden op: de eerste druk van het boek was binnen drie weken uitverkocht en Neufert werd erkend als de grote Duitse expert inzake normen en maten voor het bouwen. In 1938 vroeg Hitlers hofarchitect Albert Speer hem om toe te treden tot zijn staf.

Dat de overtuigde Bauhaus-architect Neufert lid werd van de architectuur-elite van nazi-Duitsland, is op het eerste gezicht vreemd. Een grotere tegenstelling dan die tussen de zwaar classicistische voorkeur van Hitler en Speer en de strenge zakelijkheid van het Bauhaus lijkt niet denkbaar. Maar het classicisme stelden Hitler en de nazi's alleen verplicht voor monumentale gebouwen. Fabrieken mochten, getuige bijvoorbeeld een fabriek uit 1942 van Neufert in Rheinau, nog veel zakelijker zijn dan Gropius' Bauhausgebouw in Dessau. En net als Gropius geloofde Speer dat standaardisering en prefabricatie wonderen zouden verrichten in de woningbouw.

Het nationaal-socialisme had, overigens niet alleen in de architectuur, duidelijk modernistische trekken. Van de technocraat Speer kreeg de technocraat Neufert de opdracht om verder te gaan met zijn studie naar bouwmaten en -normen die hij aan het Bauhaus was begonnen. Uiteindelijk culmineerde dit in Neuferts fascinerende `Wohnungsbaumaschine' die als maquette het pronkstuk van de tentoonstelling in Dessau is. Neuferts woningbouwmachine is het eindpunt van de modernistische droom over gestandaardiseerde en geprefabriceerde woningbouw. Al in de jaren twintig had Le Corbusier de woning eens een `woonmachine' genoemd, en in 1942 bracht Neufert deze gedachte met zijn `woningmachine' tot een logische conclusie. De `Wonhungsbaumaschine' was een op rails rijdend bouwwerk van vijf verdiepingen hoog, dat het mogelijk maakte om ook in strenge winters door te werken. Onder aan de machine leverde een vrachtwagen beton en geprefabriceerde onderdelen af, die vervolgens door arbeiders op eenvoudige wijze in gestapelde woningen werden veranderd. Waren de woningen klaar, dan reed de machine een stukje verder om aan de volgende te beginnen.

Totalitair

Neuferts machine laat heel goed de dwingende, om niet te zeggen totalitaire kant van het modernisme zien. De machine produceerde maar één soort woningen, die bovendien alleen in lange, rechte stroken konden worden gebouwd. De modernistische beheersingsdrang komt ook naar voren in het nieuwe maatstelstel voor de hele Duitse bouw, dat Neufert, met steun van Speer, in 1943 voorstelde in zijn boek Die Bauordnungslehre. Basis hiervan waren niet de gebruikelijke, maar onhandige meter en het tientallig stelsel, maar de oktameter (12,5 centimeter) en een bijbehorend achttallig stelsel. Zeven was een ongeschikt getal voor een normeringsstelsel, omdat dit `vooral bij joden overal voor erediensten werd gebruikt', schreef Neufert nadrukkelijk in de inleiding van de Bauordnungslehre. Alle onderdelen in de bouw moesten maten krijgen die een veelvoud van de oktameter waren. Heel Duitsland en natuurlijk ook de bezette gebieden moesten worden onderworpen aan Neuferts genadeloze oktameterraster.

Neufert beweerde altijd dat de oktameter zo geschikt was als maateenheid in de bouw, omdat hij was afgeleid van de mens. Niet toevallig was Neuferts Duitse `normman' 15 oktameter oftewel 1 meter 75 groot - Hitler was overigens 1 meter 80. De ogen van de Duitse normman bevonden zich op een hoogte van 14 oktameter, oftewel 1,625 meter, zijn lid op 7 oktameter (87,5 cm), zijn knie op 4 oktameter (50 cm) enzovoort, enzovoort. De Duitse `normvrouw' was in Neuferts wereld 14 oktameter groot, met verder soortgelijke mooie oktametermaten als de man.

In werkelijkheid baseerde Neufert zijn maatsysteem op een baksteen, zo laat Gerd Kuhn overtuigend zien in zijn artikel Die Spur der Steine in de catalogus. De maat van alle dingen was niet Neuferts fictieve normmens, maar de bestaande Duitse `normal'-baksteen van 25 bij 12 bij 5,25 centimeter. Helemaal ideaal was deze baksteen nog niet, vond Neufert overigens, en hij stelde daarom voor de maten te verbeteren tot 24 bij 11,5 bij 5,25 centimeter, zodat ze, met een voeg van 1 centimeter meegerekend, tot de ideale basisafmetingen van 2 bij 1 bij 0,5 oktameter zouden leiden.

Bevrijding

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is het nooit iets geworden met Neuferts woningbouwmachine en oktametersysteem, maar na de oorlog zette Neufert zijn prachtige loopbaan in nazi-Duitsland rimpelloos voort in West-Duitsland. Al in juli 1945 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de technische hogeschool in Darmstadt. Daarnaast werd hij een vooraanstaand industrie-architect en veel van de maten en normen uit de Bauentwurfslehre en de Bauordnungslehre zijn verheven tot Deutsche Industrie Normen (DIN). Zo is Neuferts Oktameterstein na de oorlog inderdaad de DIN Stein geworden.

Neuferts zegevierende oktametersteen en andere Duitse bakstenen liggen in het Bauhaus-gebouw in een vitrine, maar ze vormen nog niet het einde van de tentoonstelling. Vlak bij de uitgang van de bovenste verdieping van het Bauhaus-gebouw staan, geheel onverwacht, drie maquettes van catalogushuizen. Ze zijn voor een Duitse bouwfirma ontworpen door bekende hedendaagse architecten als Diener & Diener, Hans Kollhoff en Herzog en de Meuron. Op het eerste gezicht zijn deze huizen, die gemakkelijk aan de eigen specifieke wensen van de koper kunnen worden aangepast, de tegenpool van Neuferts eenvormige machinewoningen. Maar bij nader inzien zijn ze net zo goed het resultaat van standaardiseringen en normeringen.

,,Het is voorstelbaar dat de mensen in de toekomst zelf hun eigen huis op hun pc's ontwerpen'', schrijven de Zwitserse architecten Herzog en De Meuron. Het is alsof ze hun licht hebben opgestoken bij hun Nederlandse collega Carel Weeber, die eerst Neufert-achtige woonmachines als de Zwarte Madonna in Den Haag ontwierp, maar sinds drie jaar hartstochtelijk pleit voor het Wilde Wonen, waarbij bewoners zelf de vorm van hun huis bepalen. ,,Bouwondernemingen zullen een matrix met lokale bouwvoorschriften leveren en een computerprogramma, waarin met flexibele elementen modulaire architectuur kan worden ontworpen. Elk element kan worden toegevoegd of verwijderd, en de overeenkomstige bouwkosten kunnen net zo snel worden berekend als de ruimtelijke werking binnen en buiten zichtbaar kan worden gemaakt. Dit is goed noch slecht: het is gewoon het voorspelbare gevolg van het opslaan van digitale gegevens.'' Zo eindigt de Neufert-tentoonstelling toch nog opgewekt met het vooruitzicht dat Neufert plus de computer onvermijdelijk leiden tot individuele vrijheid in de woningbouw.

Tentoonstelling: Ernst Neufert. Normierte Baukultur im 20. Jahrhundert. T/m 17 oktober in Stiftung Bauhaus, Gropiusallee 38 Dessau. Geopend: dagelijks 10-18 uur. Catalogus (Campus Verlag Frankfurt/New York, 480 blz.) DM 55,-