Brinkhorst: snel minder varkens

Het aantal varkens moet de komende drie jaar met ongeveer een derde afnemen tot ruim 8,5 miljoen. De pluimveehouderij staat een inkrimping van 10 tot 15 procent te wachten. In de intensieve veehouderij gaat het principe gelden van `de vervuiler betaalt'.

Dat zei minister Brinkhorst (Landbouw) gisteren op een bijeenkomst van landbouworganisatie LTO-Nederland in Ede. LTO presenteerde daar een eigen, minder vergaand plan voor het mestprobleem in de varkenshouderij.

Bij de inkrimping die hij voorstaat maakt de minister gebruik van een Europese milieurichtlijn. Volgens deze nitraatrichtlijn mag er per jaar niet meer dan 170 kilo stikstof per hectare uit mest in de grond verdwijnen. Dat doel moet van Brussel bereikt zijn in het jaar 2002. In het plan van LTONederland zou het mestevenwicht pas in 2005 worden bereikt. ,,Te laat'', oordeelt Brinkhorst.

Nederland heeft onlangs een officiële berisping van de Europese Commissie gekregen, omdat het de nitraatnormen niet haalt. Brinkhorst, voormalig hoogleraar Europees recht en tot voor kort lid van het Europees Parlement, onderstreepte het gewicht van de Europese regelgeving. ,,In de Europese Unie hebben we samen deze afspraak gemaakt. Die is even bindend als de Nederlandse wetgeving'', zei hij.

Om aan de Europese regels te voldoen wil de minister zo snel mogelijk af van het systeem waarbij de overheid de boeren zogenoemde vee- of productierechten afneemt. Dit systeem, waarin boeren hun veestapel `vertaalden' naar varkensrechten, pluimveerechten of rundveerechten, is door uitspraken van de rechter stilgelegd. Daardoor was het Brinkhorsts voorganger, Apotheker, onmogelijk geworden om door te gaan met de inkrimping van de varkensstapel.

De oorspronkelijke kabinetsplannen, in december 1997 vastgelegd in de Wet herstructurering varkenshouderij, behelsden een krimp van de varkensstapel met 25 procent. Met het nieuwe voorstel, dat dezer dagen in het kabinet wordt besproken, maakt Brinkhorst een einde aan de oorspronkelijke en omstreden wet van zijn voorganger Van Aartsen (VVD).

Brinkhorst zoekt de oplossing voor het mestprobleem nu in de zogenoemde mestafzetcontracten. Dit houdt in dat veehouders hun licence to produce krijgen op grond van contracten die zij moeten afsluiten met bijvoorbeeld akkerbouwers. Pas als zij een contract hebben gesloten met een boer die nog wel mest mag afzetten, mogen zij een bijbehorend aantal varkens, runderen of kippen gaan houden. Boeren die geen mestafzetcontracten kunnen sluiten moeten hun productie stilleggen, vindt Brinkhorst. Dit zal volgens hem resulteren in een krimp van de varkensstapel met ongeveer 30 procent. Voor de pluimveehouderij zal het systeem van mestafzet neerkomen op een krimp van 10 tot 15 procent.

Brinkhorst wil de mestafzetcontracten geleidelijk invoeren, zodat het nieuwe stelsel zich kan bewijzen alvorens het oude overboord wordt gezet.

Wegens de vergaande gevolgen voor de veehouderij in Nederland stelt de minister sociale maatregelen in het vooruitzicht. Regeringspartijen PvdA, VVD en D66 stemmen in met de nieuwe aanpak van de minister. LTO steunt de plannen ten dele, maar vreest dat de geplande snelle invoering ervan ,,praktisch niet haalbaar'' is.

MEST: pagina 3