Akkoord over Una kwam op de valreep

Maandenlang duurden de onderhandelingen over de verkoop van Una aan Reliant. Het ministerie van EZ was benauwd dat achteraf de rekening bij de Nederlandse burger zou komen te liggen.

Donderdagochtend om kwart over drie was het een beetje feest op het advocatenkantoor Stibbe, waar toen al langdurig was onderhandeld over een vernieuwd contract voor de verkoop van de elektricteitsproducent Una. ,,Toen wisten we dat we eruit zouden komen'', zegt een betrokkene. `We' waren de vertegenwoordigers van het ministerie van Economische Zaken, van het Amerikaanse Reliant en van de verkopende aandeelhouders, de provincies Noord-Holland en Utrecht en de gemeenten Amsterdam en Utrecht.

Tot dat tijdstip leek het haast gedaan met de de verkoop van Una, de eerste privatisering van een traditioneel nutsbedrijf in Nederland die alleen al door de overnamesom van 4,5 miljard gulden veel stof had doen opwaaien. De euforie waarmee de privatisering in maart was aangekondigd was verdampt tijdens maandenlange onderhandelingen. Die waren nodig om toestemming te kunnen krijgen van minister Jorritsma van Economische Zaken voor de verkoop aan de Texanen. ,,Het was maandenlang up en down, up en down, waarbij we soms dachten dat het ging lukken en er andere keren niet meer in geloofden'', meldt een onderhandelaar.

De steen des aanstoots werd gevormd door de zogeheten `bakstenen', oude investeringen en importcontracten die op de straks geliberaliseerde elektriciteitsmarkt niet doorberekend kunnen worden aan de klant. De commissie-Herkströter adviseert begin volgende maand in hoeverre de overheid – en dus de verbruiker – meebetaalt, maar duidelijk is dat de stroomproducenten hun deel zullen moeten betalen. In het Una-contract was 500 miljoen gulden gereserveerd voor deze stranded costs; elke gulden boven dat bedrag kon Reliant aftrekken van de overname-som tot een maximum van 1,4 miljard.

Het ministerie van Economische Zaken vond dat deze constructie te weinig garanties bood dat het bedrag uit de portemonnee van de provincies en gemeenten ook werkelijk gebruikt zou worden voor de `bakstenen' in Una. Immers het ging om een afspraak tussen de kopers en de verkopers over verdeling van de toekomstige kosten, maar er was geen sprake van een bedrag voor het bedrijf Una zelf. Daarbij kwam dat de huidige aandeelhouders overheden zijn met een hoge kredietwaardigheid die door Economische Zaken in Nederland aangesproken konden worden, terwijl de nieuwe eigenaar als particuliere onderneming per definitie minder zekerheid kan bieden en in het buitenland ook lastiger aanspreekbaar was.

Gesteund door de regeringsfracties in de Tweede Kamer, met Kamerlid Crone (PvdA) als officieuze woordvoerder, koos secretaris-generaal Van Wijnbergen dan ook voor een harde lijn. Reliant en de verkopers moesten op een of andere manier garanderen dat Una zijn bijdrage aan de bakstenen zou kunnen leveren. De telefonische smeekbeden van de Amsterdamse wethouder Ter Horst bij haar partijgenoten Crone en Van Wijnbergen om een soepelere opstelling waren vergeefs. Immers, elke gulden die Una en andere producenten niet betalen, moeten de Nederlandse burgers opbrengen.

,,Voor de manier waarop de garanties gegeven zouden kunnen worden, zijn wel tien of vijftien varianten over tafel gegaan'', zegt de Noordhollandse gedeputeerde Meijdam (VVD), die nauw bij de onderhandelingen betrokken was. Op een gegeven moment was Reliant zo ver om een garantie af te geven, maar de Amerikanen zagen daar op het laatste moment vanaf omdat met de klimaatnotitie van minister Pronk (milieu) de toekomst van de kolencentrales een stuk onzekerder was geworden.

Toen de mogelijkheid van een aanvulling op het contract verviel, resteerde een aanpassing van het contract zelf. De gemeenten en provincies aarzelden sterk uit angst dat de hele deal, die de begrotingen zo'n rooskleurige aanblik zou geven, zou komen te vervallen. ,,Er was huiver'', erkent Meijdam, ,,Zo'n contract is neerslag van een uiterst breekbaar onderhandelingsproces. Gelukkig stelde de koper zich heel positief op.''

Reliant had daarvoor ook wel een goede reden. Bij het vaststellen van de 500 miljoen voor de bakstenen had Una-directeur Koppen de Neve de Texanen voorgespiegeld dat het Statoil-contract nooit op het bord van Una zou komen. Het gasimportcontract, dat met afstand de grootste baksteen is, zou volgens hem zijn gesloten met het Oost-Nederlandse Epon, niet met de gezamenlijke producenten in de Sep. Bob Harvey, tweede man van Reliant, werd deze zomer uit de droom geholpen door EZ.

De heronderhandelingen verliepen moeizaam. Pas op het laatste moment, enige uren voor de deadline, werd een oplossing gevonden waarbij de verkopende overheden zich garant stellen voor de bakstenen. Een oplossing die lijkt op die van de producent EZH, die wordt verkocht aan Preussen Elektra. De toestemming die het veel later verkochte EZH vorige week kreeg, heeft gezorgd voor een doorbraak, erkent Koppen de Neve. Meijdam valt hem bij: ,,Het had een psychologisch effect, doordat we plotseling beseften dat een vergunning mogelijk was.''