Wachtlijstbrigadier

STAATSSECRETARIS Vliegenthart (Volksgezondheid, PvdA) heeft deze week Marcel van Dam benoemd tot voorzitter van een commissie die de wachtlijsten in de zorgsector gaat onderzoeken. De instelling van deze `wachtlijstbrigade' is onderdeel van het kabinetsbeleid om, onder druk van de Kamer, de knelpunten aan te pakken die vooral in de thuiszorg en bij de verpleeg- en verzorgingshuizen bestaan. Waarom Marcel van Dam? De partijgenoot van de staatssecretaris heeft een indrukwekkende staat van dienst en kan uitstekend discussieprogramma's voor de televisie presenteren, maar hij heeft geen overweldigende expertise in de zorgsector. Hij was ooit staatssecretaris van Volkshuisvesting en later voorzitter van de VARA. De keuze voor Van Dam is een bevestiging dat politiek steeds meer mediamarketing is. Als iemand maar indringend in de camera kan kijken en een goed tweegesprek bij een actualiteitenrubriek kan voeren, dan verdwijnt het beleidsprobleem vanzelf.

Met de aanpak waarvoor het ministerie van Volksgezondheid kiest is iets merkwaardigs aan de hand. In deze kabinetsperiode valt er geld te verdienen met het verminderen van de `wachtlijstenproblematiek'. Een beetje ondernemende directeur van een verzorgingshuis of van een thuiszorginstelling zal er op uit zijn om voor dit geld in aanmerking te komen. Rationeel handelend – en waarom niet – zal hij er voor zorgen dat hij een wachtlijst kan tonen, want dan komt hij in aanmerking voor extra geld. Economen spreken in dit verband van een `perverse prikkel': slecht gedrag wordt beloond. Het zou verstandiger zijn om geld beschikbaar te stellen voor verpleeg- en zorginstellingen die geen wachtlijsten hebben. Dat zal directeuren die door een inefficiënte bedrijfsvoering de wachtlijsten als regulerend instrument hanteren, prikkelen om hun organisatie aanzienlijk te verbeteren.

EXTRA GELD IS niet de oplossing voor alle kwalen in de gezondheidszorg waarin per jaar zo'n zeventig miljard gulden (tien procent van het bruto nationale product) omgaat. Het kabinet-Kok I ging ieder jaar akkoord met een overschrijding van de afgesproken groei van de zorguitgaven en in het regeerakkoord van Kok II is een hogere groei van de uitgaven vastgelegd. Er zijn geen andere publieke sectoren die financieel zo goed bedeeld worden.

Niettemin roepen politici – met de verwachte begrotingsoverschotten in de volgende eeuw in gedachten – nu al dat er nog meer geld naar de zorg dient te gaan. Het klinkt altijd goed – mensen hebben fatsoenlijke zorg nodig en wie wil daar nu tegen zijn. Maar organisatorische tekortkomingen in de gezondheidszorg worden telkens opnieuw met de geldsluier toegedekt, zonder dat wordt nagegaan wat het effect van die extra uitgaven is. Sterker, er is op verschillende plaatsen onbesteed geld over. De gezondheidszorg verdient een betere aanpak dan die van wachtlijstbrigadier Van Dam.