Verzamelen voor de toekomst

Historische musea hebben niet geleerd in het heden te verzamelen, zegt conservator Lodewijk Wagenaar van het Amsterdams Historisch Museum (AHM). Het AHM maakt daar nu een begin mee.

Ze heet Yasmine. Ze is twaalf jaar, bijna dertien. Een Nederlands meisje uit Amsterdam West. Haar moeder is van Chinese afkomst, zij werd in Nieuw-Guinea geboren, haar vader is Marokkaan. Er is een getekend portret van haar gemaakt, waarop ze een Nintendospelletje in de hand houdt. En ook een interview, waarin ze vertelt over haar leven en waarom haar walkman een van haar liefste bezittingen is. Omdat ze zich daarmee kan opsluiten in haar eigen wereld, met haar eigen muziek. Deze walkman is aangekocht door het Amsterdams Historisch Museum (AHM), Yasmine kreeg een nieuw exemplaar.

De oude walkman is een van de eerste objecten die het AHM heeft aangeschaft voor het project met de werknaam Getuigenissen, een `biografische' verzameling voorwerpen uit het dagelijkse leven, bedoeld om in de loop van de 21ste eeuw ten toon te stellen. Conservator Lodewijk Wagenaar: ,,Als iemand in 2047 die walkman ziet, heeft hij het portret van de eerste eigenaresse erbij en kan hij lezen waarom die voor haar zo belangrijk was. Maar in het verhaal van Yasmine zit meer. Hoe haar ouders hier naar toe kwamen, hoe het was om te leven in de beginnende multiculturele samenleving.''

Historische musea hebben niet geleerd in het heden te verzamelen, aldus Wagenaar. ,,We krijgen stukken uit erfenissen, kopen op veilingen. Antieke voorwerpen van mensen die oud en dood zijn, meestal afkomstig uit een hogere sociale klasse. Hoe langer het geleden is, hoe minder je weet wat het voorwerp voor de eigenaar heeft betekend, welke anekdotes er aan vast zitten. En juist daardoor gaat een voorwerp voor je leven.''

Dat het publiek veel belangstelling voor de jongste geschiedenis heeft en voor de levensstijl van de diverse bevolkingsgroepen, bleek meer dan tien jaar geleden uit het succes van een tentoonstelling over massacultuur in het Haags Gemeente Museum. Uit de `stijlkamers' kwam naar voren hoe `de gewone man' woonde, zich kleedde en welke voorwerpen hij gebruikte in de jaren zeventig. Zelf trok het AHM in 1998 veel belangstelling met de tentoonstelling Beroep huisvrouw. Daar werden alle mogelijke vormen van `huisvrouwelijkheid' getoond aan de hand van foto's en verhalen. Zo zag je een huisman, een jongen uit een woongroep, een student, een partner van een homo, een vrouw met een gezin, afgebeeld met het voor hen essentiële huishoudelijke voorwerp. ,,Er was een oude dame bij die vertelde waarom ze niet zonder haar keukenmachine zou kunnen.''

,,Het probleem van de eigentijdse verzameling voor de volgende eeuw is de grootschaligheid'', zegt Wagenaar. ,,Er zijn te veel mensen, te veel voorwerpen, te veel volle winkels. Moeten we een Lundiakast aanschaffen? Een sta-caravan? Moet je een plastic Mepalbeker in de collectie hebben?''

Collega-conservator Annemarie de Wildt stelde voor vanaf het millennium zo'n twintig jaar lang, misschien langer, biografisch te gaan verzamelen. Gast-conservator Clara Brinkgreve heeft het project op poten gezet en is aan de slag gegaan. Wagenaar: ,,Door het een flinke periode vol te houden krijg je vanzelf een groter verband, een stevigte. Door de veelheid van objecten valt de willekeur weg van `waarom dit voorwerp wel en een ander niet'.'' De conservator hoopt dat het AHM in de komende decennia zoveel materiaal-met-een-verhaal binnenkrijgt, dat als vanzelf een historisch-sociologisch tijdsbeeld ontstaat. Of de geschiedenis van een mentaliteit. ,,Bijvoorbeeld van de huidige tijd, van kopen, consumeren en weggooien. Van de afnemende collectieve verantwoordelijkheid voor het publieke domein, die blijkt uit de rotzooi op straat.''

Yasmine uit West was met vier anderen proefkonijn voor het project. Maar ook bij andere objecten kan je op zoek gaan naar `biografische' gegevens en anekdotes. Eerder kocht Wagenaar bijvoorbeeld via het Pianola Museum een oude pianola aan. Clara Brinkgreve interviewde een oude dame over de pianola die vroeger bij haar thuis stond. ,,Naar aanleiding daarvan haalde zij herinneringen op aan haar vader, en haar jeugd. Zij vertelde hoe in 1923 een violiste van het conservatorium op bezoek kwam, prachtig pianospel hoorde en vroeg of ze een keer met de pianist mocht samenspelen. Haar vader zei: mijn dochter is zo verlegen, die wil alleen spelen achter een gesloten gordijn.''

Wagenaar: ,,Door die proef weten we nu hoe het werkt, en hoeveel tijd en geld het per geval kost.'' Er moeten een tekening en foto's van de geïnterviewde en een plattegrond van het huis gemaakt worden. Wagenaar's bijdrage bestond onder andere uit het opstellen van het protocol, waarin de wederzijdse rechten en plichten van museum en betrokkenen zijn geregeld. Zo moet de geïnterviewde het object aan het museum overdragen, en mag deze het interview lezen voor het tot nader datum in het archief terecht komt.

Hoe komt het museum aan de mensen en hun voorwerpen? Wagenaar: ,,Via, via. De representativiteit is een beetje lukraak, maar niet helemaal. Het moeten mensen zijn uit alle lagen, uit alle buurten en van alle leeftijden.''