Vernieuwingen in een conservatieve wereld

De overlevering wil dat de evangelist Lukas een portret naar het leven van de heilige Maagd schilderde. In de eerste eeuwen van het christendom werd van verschillende schilderijen aangenomen dat ze teruggingen op dat portret. Iconenschilders moeten Lukas dankbaar zijn geweest, want diens portret vormde een prototype bij uitstek voor afbeeldingen van het ware uiterlijk van Maria. In het orthodoxe christendom was de getrouwe gelijkenis in voorstellingen van heiligen essentieel: een icoon geeft niet zozeer een artistieke interpretatie van een gedacht uiterlijk van een heilige, maar levert een authentieke afbeelding waardoor de voorgestelde daadwerkelijk aanwezig is. Daarom lijken ze op het eerste gezicht zoveel op elkaar, de Hodigitria's (`Zij die de weg wijst'), de Vladimirskaja's (genoemd naar de stad Vladimir waar zich het prototype ooit bevond) en al die andere afbeeldingen van Maria en heiligen die te zien zijn in een tentoonstelling van Russische ikonen, in het Utrechtse Catharijneconvent.

Onveranderlijkheid en conservatisme lijken verdiensten voor een goede icoon. Maar ondanks het feit dat de iconentraditie zich eeuwenlang heeft voortgezet, concentreert de tentoonstelling zich op de vijftiende en zestiende eeuw. Het was de tijd waarin het oude Byzantijnse rijk gestaag versukkelde totdat er in 1453 een definitief einde aan kwam met de inname door de Turken van de hoofdstad Constantinopel. Het huidige Rusland, waar het Christendom in 988 was geïntroduceerd, nam de centrale rol in de orthodox-christelijke wereld van Byzantium over. Moskou groeide uit tot een centrum dat zich, na Constantinopel en de al eerder in verval geraakte Eeuwige Stad zelf, profileerde als het `derde Rome'. De tentoonstelling van werken uit enkele Russische topcollecties op het gebied, maakt duidelijk dat de icoonschilderkunst, hoezeer ook aan regels gebonden, in het Rusland van deze periode tot fraaie staaltjes van ingetogen religiositeit, maar ook artistieke vernieuwing kwam. Pas omstreeks 1600 kwam daar de klad in, toen schilders zich steeds meer beperkten tot het slaafs navolgen van voorbeeldboeken.

Veel van de getoonde werken zijn afkomstig uit kerken, die volgens de eisen van de orthodoxe liturgie voorzien waren van een ikonostase. Deze afscheidingen tussen het altaar en de ruimte voor de gelovigen, waren volgens strenge hiërarchische regels gevuld met panelen die beschilderd waren met heiligen en christelijke feesten. Centraal stond onveranderlijk de Deësisrij, een reeks iconen met een voorstelling die aan het Laatste Oordeel is ontleend. In het midden troont Christus, geflankeerd door Maria en Johannes de Doper, en de aartsengelen Michaël en Gabriël. Een eind vijftiende-eeuws voorbeeld uit Rostov is een mooi voorbeeld van zulke grote iconen, met krachtige, monumentale figuren die zijn geschilderd in een lineaire stijl die de plasticiteit van de lichamen ontkent. Van veel intiemer kwaliteit zijn de schitterende `koningsdeuren' - die de doorgang naar het altaar in een iconostase afdekken - uit Novgorod (begin 16de eeuw). De kleine compartimenten met voorstellingen van onder meer de vier evangelisten, lenen zich beter voor levendige, vertellende details. Intimiteit en emotionele interactie tussen de figuren, die de Russische icoonschilderkunst typeren, zijn ook goed zichtbaar in kleine werken voor privé-gebruik. De verschillende versies van de Moeder Gods van Vladimir, waarin het Christuskind zijn moeder innig omhelst, zijn er voorbeelden van. Het met edelstenen versierde edelmetalen beslag, dat in sommige iconen de voorstelling gedeeltelijk aan het oog onttrekt, getuigt van de hoge waardering en verering voor de werken.

Met westerse ogen bekeken, is het bijna onvoorstelbaar dergelijke lineaire, schematische voorstellingen te zien uit een periode waarin in West-Europa de renaissance tot bloei kwam. Toch heeft die ook in Rusland haar invloed gehad, zoals is te zien in een serie van twaalf prachtige `tabletki', kleine dubbelzijdig beschilderde doeken. Ze zijn afkomstig uit het Klooster van de Drie-eenheid in Sergiev Posad en tonen feesten en heiligen. Sommige figuren bezitten een plasticiteit die je je zonder westerse invloeden nauwelijks kunt voorstellen. Dat er sprake is van westerse invloed, wordt bevestigd door de figuren van Petrus en Paulus zijn voorzien van de attributen die in het westen gebruikelijk zijn: Petrus torst een enorme sleutel en Paulus het zwaard.

Het opzienbarendst in de reeks is een voorstelling van het gelaat van Christus. Het type staat bekend als het `Niet door mensenhanden gemaakte portret van Christus', dat weer duidt op een legendarisch voorbeeld: de doek waarmee Christus zijn gezicht afveegde, waarna er een afdruk van zijn trekken op achterbleef. Deze tabletka is onlangs ontdaan van latere overschilderingen. De catalogus beeldt nog de oude situatie af, met Christus die de traditionele, in een strakke punt toelopende baard draagt. In de tentoonstelling is echter te zien hoe de schilder oorspronkelijk het westerse type van een krullende en in twee punten uitlopende gezichtsbeharing heeft gebruikt. Het is een mooi voorbeeld van de hand van een inventief kunstenaar in een voorstelling die teruggaat op een niet door mensenhanden gemaakt prototype.

Tentoonstelling: Uit het hart van Rusland. Iconen en miniaturen. Museum Catharijneconvent (Nieuwegracht 38, Utrecht). T/m 14/11. Catalogus (Uitg. Waanders): 184 blz., ƒ49,50 (geb.: 69,50).