Trou moet blijcken

Dit is een versje dat ooit in alle Afrikaanse schoolbloemlezingen stond en dat ik me herinner, samen met de regels

Ou Amsterdam is tog so mooi

Met al sy liggies uitgetooi

In donker, donker nagte, enz.

van dezelfde A.D. Keet, ook in Nederlandse boekjes menigmaal te zijn tegengekomen, in van die vooroorlogse poëzieboekjes die je voor een kwartje aantrof in de bakken van een uitdrager.

't Is een zeer geschikt versje om met passende mimiek te declameren voor de schoolklas, maar als poëzie stelt het niet veel voor. Naar aanleiding van zijn ontdekking van de gedichten van Ingrid Jonker en daarmee van het poëtische vermogen van het Afrikaans schreef Sandile Dikeni onlangs, in een column in de Cape Times, dat hij zich bedonnerd voelde dat hem zulke goeie poëzie op school altijd werd onthouden: `Imagine memorising things such as Klaas Vaakie and Muskietejag as serious Afrikaans poetry at school.' Het is zeker een tuttig gedicht om er in de jaren zestig en zeventig jonge revolutionairen in de notendop mee lastig te vallen – zo'n beetje alsof je het Fluitketeltje declameert terwijl de wereld in brand staat. Tegelijk zegt de opmerking van Sandile Dikeni iets over de hardnekkige populariteit van 't ding.

Daarom heb ik het ook weer opgenomen in mijn bloemlezing De Afrikaanse poëzie in duizend en enige gedichten, die vandaag over veertien dagen verschijnt. In een behoorlijke bloemlezing moet je oude bekenden terug kunnen vinden.

Net als Keets gedichtje over Amsterdam zal zijn Muskiete-jag voor Nederlandse oren zeer bevattelijk zijn geweest – wat taal betreft, bedoel ik. Misschien had alleen de tweede regel

Van jou sal net 'n bloedkol bly

– van jou zal alleen maar een bloedvlek overblijven, een kleine toelichting nodig. En misschien ook niet eens. Het is een gelukkige eigenschap van poëzie dat sommige onduidelijke woorden, omdat ze in een spanningsveld terechtkomen en daardoor in een unieke positie worden gemanoeuvreerd, zichzelf verklaren. Je voelt onbewust al aan, in een stadium dat aan de verklaring voorafgaat, wat er in het woordenboek zal staan.

Het komt ook voor dat je iets denkt te begrijpen, of iets voor zoete koek aanneemt, terwijl er toch eigenlijk een kleine toelichting nodig was. Dat is in dit gedichtje het geval, en wel met de tweemaal voorkomende regel

My naam is van der Merwe

– een regel, zoveel is zeker, die door Afrikaanse kinderen heel anders gelezen moet zijn dan door Nederlandse. Ik veronderstel dat Nederlandse kinderen in die regel gewoon niets is opgevallen.

Hoe vaak zou het voorkomen in de poëzie, denk je dan, dat je niks bijzonders denkt te lezen terwijl er tóch iets bijzonders staat? Veel en veel vaker dan het voorkomt, dunkt me, dat poëzielezers iets bijzonders denken te lezen terwijl er in feite helemaal niks staat.

Terug naar Van der Merwe.

Een oer-Hollandse naam. Maar hij is nog oer-Afrikaanser. Van der Merwe is het Engelse Smith, het Hollandse Jansen. Van der Merwe is Elckerlyc, jan en alleman. In mijn bloemlezing De Afrikaanse poëzie in duizend en enige gedichten, die dus vandaag over veertien dagen verschijnt, komen de volgende dichters voor – Cornelius van der Merwe, Elizabeth van der Merwe, Gerjo van der Merwe, J. Nel van der Merwe, Kirby van der Merwe, Prevot van der Merwe en Willem S. van der Merwe. Carl Boplaas is een pseudoniem van Carl van der Merwe. Boerbok en Boerneef heten eigenlijk Mauritz van der Merwe en I.W. van der Merwe.

Als dit al allemaal dichters zijn, kunt u nagaan hoeveel verstandige mensen er in Zuid-Afrika nog Van der Merwe heten.

Van der Merwe-grappen, het zijn in de Zuid-Afrikaanse samenleving wat de Vlamingenmoppen voor de Hollanders zijn.

Van der Merwe is meer dan Jansen, Van der Merwe is een pispaal. Hij is de anonymus die alle klappen krijgt. Hij is de gewichtigdoener die uiteindelijk niets betekent. Hij is de hypocriete blanke. Hij is de Afrikaander van dertien in het dozijn.

Het gedicht Muskiete-jag wordt met deze kennis niet ineens een beter gedicht. Het wordt er ook niet mysterieuzer door. Het wordt alleen nog iets meer een doorsnee-gedicht voor doorsnee-mensen. Van der Merwes blijken zelfs niet in staat een mug dood te slaan.