Tennissers nauwelijks op doping gecontroleerd

De kans dat één van de ruim vijfhonderd deelnemers aan de US Open wordt betrapt op het gebruik van doping lijkt gering. De Internationale Tennis Federatie (ITF) voert namelijk slechts honderd dopingtesten uit, die door loting worden bepaald. De 256 spelers in het kwalificatietoernooi werden helemaal niet gecontroleerd.

Donna Smith, namens de diverse tennisfederaties verantwoordelijk voor het Anti-Doping Programma, biechtte gisteravond in New York op dat in 1998 slechts vijf tennissers buiten de reguliere toernooien om aan een dopingtest zijn onderworpen. Dit jaar kunnen hooguit vijftig spelers een vliegende dopingbrigade verwachten.

Een van de rijkste sporten maakt zich op die manier ongeloofwaardig in het bestrijden van dopinggebruik. De testen vinden bovendien willekeurig plaats. Zo moest Jan Siemerink vorig jaar zeven keer een urinestaal afgeven, andere spelers wachten nog steeds op de eerste controle.

Ook bloedtesten zijn in de tennissport vooralsnog taboe. In dat opzicht was de vreugde bij de ITF na het vonnis van het Hof van Arbitrage voor sportzaken in Lausanne over Petr Korda nogal hypocriet. Het valt immers moeilijk uit te leggen dat een reeds gestopte tennisser voor een jaar wordt geschorst vanwege het gebruik van doping.

Zo curieus was de sanctie voor Korda dat de ITF zich gisteravond tijdens een bijeenkomst op Flushing Meadows in de vreemdste bochten moest wringen om haar dopingbeleid te rechtvaardigen. Het Hof van Arbitrage in Lausanne achtte Korda eergisteren schuldig aan het gebruik van het verboden middel nandrolon. De 31-jarige Tsjech werd vorig jaar op Wimbledon betrapt, maar hij hoefde aanvankelijk slechts zijn in Londen verdiende prijzengeld én de ATP-punten in te leveren. De ITF stond in zijn hemd, toen Korda voor de arbitragecommissie met succes kon aantonen dat hij niet wist hoe de doping in zijn lichaam was gekomen. Pas na felle protesten van de topspelers ging de ITF tegen de omstreden uitspraak van haar eigen commissie in beroep.

Plotseling was iedereen verdacht. Tijdens de Australian Open in januari zette Courier openlijk de Spaanse tennissers in de beklaagdenbank, omdat zij verdacht veel marathons op gravel konden lopen. En als Korda er zo gemakkelijk vanaf kon komen - Becker noemde hem voor de arbitragecommissie van de ITF een aardige vent die nooit doping zou gebruiken - hadden dopingtesten dan nog wel enige zin? De advocaten van Korda hebben de zitting voor het Hof van Arbitrage nog lang kunnen tegenhouden. Maar de kampioen van de Australian Open van 1998 heeft de uitspraak vermoedelijk niet willen afwachten.

Sinds hij zich met het stigma van dopingzondaar door het circuit moest bewegen, ging het met Korda bergafwaarts. Vorige maand bereikte de broodmagere baseliner - wie zijn broze lichaam ziet, kan zich nauwelijks voorstellen dat hij spierversterkende middelen gebruikte - een dieptepunt op Wimbledon.

De All England Club weigerde de `besmette' Korda, die al uit de top-honderd was verdwenen, een wildcard te geven en verwees hem naar het kwalificatie-toernooi, waarin hij roemloos werd afgevoerd. Korda nam onmiddellijk de beslissing die hij volgens de meeste collega's al veel eerder had moeten nemen. Hij nam afscheid van de tennissport.

In die zin was het een laffe daad van de ITF om hem nu alsnog tot 1 augustus 2000 uit de ATP Tour te verbannen, terwijl hij aanvankelijk volgens de regels van dezelfde organisatie vrijuit ging. Korda dient tevens zijn sinds Wimbledon 1998 verdiende prijzengeld (ruim 660.000 dollar) in te leveren. Ook zijn ATP-punten - en dat waren er niet veel - over die periode worden geschrapt. Maar aan het feit dat Korda nog een jaar lang ongestraft heeft kunnen tennissen, kan niets meer worden veranderd.

Desondanks vierden de tennisfederaties de nietszeggende schorsing voor Korda als een morele overwinning. ,,De integriteit van ons dopingbeleid stond op het spel'', zei dopingdeskundige Donna Smith. ,,Zodra een stof in het lichaam van een tennisser wordt gevonden die op de dopinglijst staat, kan hij niet meer zeggen: 'ik weet niet hoe dat kan'. Bovendien staat nu vast dat een tennisser zich niet automatisch kan beroepen op bijzondere omstandigheden.''

Opvallend genoeg distantieerde Smith zich van de oproepen vanuit de atletiekwereld om na te gaan of nandrolon ook een lichaamseigen stof zou kunnen zijn die door het innemen van voedingspreparaten kan worden aangemaakt. Volgens haar is het vluchtgedrag van betrapte atleten als Christie en Ottey een mythe. ,,Ons wetenschappelijke programma om nandrolon op te sporen, is uiterst specifiek'', verklaarde Smith. ,,We kunnen natuurlijke preparaten of sporen van nandrolon in voedingsmiddelen nauwkeurig onderscheiden, waardoor een sporter in dat geval nimmer positief zal worden bevonden.''

Korda had dus volgens de ITF geen enkel excuus. Maar de vraag blijft of zijn geval niet slechts een beerput heeft geopend die de ITF maar al te graag gesloten wil houden. De blessuregolf tijdens de US Open versterkte opnieuw de gedachte dat tennissers welhaast worden gedwongen zich ook chemisch te prepareren, willen zij elf maanden per jaar optimaal presteren. De ATP en de ITF houden zich echter al jaren doof voor de smeekbeden van de topspelers om het intensieve programma in de tennistour te bekorten. De commerciële belangen zijn veel te groot om de spelers een langere vakantie te gunnen.

De klaagzang van de tennissers komt echter hypocriet over omdat ze hun schaarse vrije weken benutten voor het spelen van lucratieve demonstratiewedstrijden. Is de verleiding voor een geblesseerde speler niet groot om zijn terugkeer te versnellen door naar stimulerende middelen te grijpen?

Bijna alle toptennissers zijn gedurende het seizoen tijdelijk uitgeschakeld door fysieke problemen. De ITF, ATP en de WTA zouden hun geloofwaardigheid kunnen vergroten door juist de spelers te testen die na een blessure in het circuit terugkeren.

De ITF richtte wel een instituut op (Managed Athletic Testing Services) om de tennissers een adequatere voorlichting te geven. Smith vertelde gisteravond in New York dat MATS door coaches, spelers en hun fysiotherapeuten ten minste één tot twee keer per week om advies wordt gevraagd. ,,En dan gaat het om middelen die ze aan de tennissers willen toedienen. Wij bekijken vervolgens of deze supplementen stoffen bevatten die op de dopinglijst staan.''

Maar de ITF kan onmogelijk het beeld handhaven dat tennis een schone sport is zolang dopingcontroles een zeldzaamheid blijven.