Stemmen met de thuispc kan, maar moet het ook?

In het artikel `Computer brengt stemhokje bij kiezer thuis' (NRC Handelsblad, 18 augustus) wordt melding gemaakt van een `krachtige lobby' van een groep bedrijven, organisaties, politici en bestuurskundigen. Hun doel is: mogelijk maken dat in de toekomst burgers kunnen stemmen via de `elektronische snelweg', zowel vanuit hun huis als van de werkplek of het vakantieadres. Het stembureau is een `stoffige gymzaal', niet van deze tijd dus. Hetzelfde geldt voor kiezerspassen en volmachten, die `bureaucratisch gedoe' opleveren.

Er schijnen louter voordelen aan de nieuwe techniek te zitten: ,,stemmen in een `multimedia-omgeving' biedt de burger via websites veel meer informatiemogelijkheden en vergroot zo de democratie''.

Dat het technisch mogelijk is om verkiezingen net zo te organiseren als de jaarlijkse aangifte van de inkomstenbelasting, lijdt geen twijfel. Dat Koninklijke KPN en het Electronic Highway Platform Nederland er wel brood in zien, verbaast evenmin. Wat frappeert, is dat ook politici, wetenschappers en het gerenommeerde Instituut voor Publiek en Politiek hier blijkbaar kritiekloos in meegaan. Met name van de laatstgenoemden zou toch enige reflectie mogen worden verwacht op de invloed van deze technische veranderingen op de werking van ons democratisch stelsel.

Dat democratisch stelsel is gebouwd op een aantal waarden, die doorgaans worden samengevat onder de leus `vrijheid en gelijkheid'. Ook participatie wordt hier vaak bij genoemd, maar dan in een ondergeschikte rol: zolang vrijheid en gelijkheid niet worden bedreigd.

Bij verkiezingen staat het gelijkheidsaspect voorop. Middelen om de fundamentele gelijkheid van burgers bij verkiezingen te waarborgen zijn onder meer: het vrije en geheime karakter van de stemming.

En dat vrije en geheime karakter wordt nu juist gegarandeerd door de gecontroleerde situatie waarin mensen hun stem uitbrengen: in het stembureau, tussen 8 uur 's ochtends en 8 uur 's avonds, waarbij de kiescommissie erop toeziet dat niemand over je schouder meekijkt.

In rapporten van OVSE-waarnemers bij verkiezingen elders, bijvoorbeeld in Bosnië-Herzegovina, wordt regelmatig melding gemaakt van gezinshoofden die in het stemhokje voor hun `slechtziende' dan wel `analfabete' maar kiesgerechtigde huisgenoten even het potlood hanteren. Daar schudden we hier dan het hoofd om.

En nu wordt er dan gelobbyd voor een systeem waarin hetzelfde `gezinsstemmen' mogelijk wordt, alleen ook nog volstrekt ongecontroleerd. En dat is nog de meest onschuldige consequentie die me zo te binnen schiet. Stemmen kunnen straks misschien ook worden opgekocht door de meestbiedende.

Wie stelt dat zoiets in Nederland niet denkbaar is, omdat we zo weldenkend of ontwikkeld zijn, is goedgelovig. Er zijn wezenlijke verschillen tussen de elektronische belastingaangifte en de elektronische stem: de eerste raakt onmiddellijk je eigen portemonnee, de tweede gaat verloren in een zee van stemmen; de eerste is expliciet controleerbaar, de tweede is geheim. Dit maakt verkiezingen tot een kwetsbaar proces, dat omgeven dient te worden met waarborgen voor de waarden die we er belangrijk in vinden.

De bedoelingen van deze lobby zijn ongetwijfeld goed. Maar het getuigt van weinig besef van democratische waarden indien participatie, in de zin van opkomst, wordt verabsoluteerd ten koste van de democratische gelijkheid.

Kees Aarts is verbonden aan de Faculteit Bestuurskunde van de Universiteit Twente.