Stammenstrijd

De indianen in Noord-Amerika zijn trendy. Toeristen, new-agers en sociologen verdringen zich om de conservatieve Hopi-indianen in Arizona in actie te zien en hun ambachtelijke poppen te kopen. De handel in indiaanse kunst trekt veel beunhazen aan; de grootste concurrenten zijn de naburige Navajo-indianen, die goedkope neppoppetjes maken. Maar de Hopi slaan terug.

Het is bloedheet op de daken van Moenkopi, een stoffig Hopi-dorp in de woestijn van Arizona. Hele families hebben zich met klapstoeltjes, parasols en flessen water geïnstalleerd bovenop hun huizen. Kinderen stuiven door de straten of springen giechelend van dak tot dak. Beneden schuifelt een rij van ruim honderd mannen langzaam over het plein, hun gezichten achter zwarte maskers. Uit de rij klinkt een monotoon how-how-how, onderbroken door kreten en het rinkelen van koebellen. Moenkopi danst.

Eind vorige eeuw legde de Amerikaanse fotograaf Edward Curtis de religieuze en sociale dansen van de Hopi en andere indianenstammen vast. Honderd jaar later lijkt er weinig veranderd. De dansers, gekleed in traditionele, kleurrijke kachina-kostuums, voeren een statige regendans uit, aangevuurd en met meel bestrooid door halfnaakte `opzichters'. In de pauze, als de dansers zich terugtrekken in hun kiva – een ondergrondse ceremoniële ruimte – wordt het publiek vermaakt door rondspringende clowns. Verliefde stelletjes worden plagerig naar voren gehaald, een toerist wordt belaagd door een opdringerige Hopi-`cameraploeg'. De omstanders gieren van de pret.

Ondanks de komst van auto's, airco en televisie staan de Hopi, een stam van ongeveer 10.000 mensen, nog altijd bekend als een traditioneel en diep religieus volk, dat de confrontatie met de moderne wereld het liefst uit de weg gaat. Sommige dorpen hebben pas sinds enkele decennia elektriciteit, felle protesten van de conservatiefste bewoners ten spijt. Juist dat conservatisme heeft de Hopi tot een bezienswaardigheid gemaakt. In het kielzog van Edward Curtis reisden lichtingen antropologen, godsdienstwetenschappers en toeristen naar hun dorpen. Tegenwoordig zijn de Hopi vooral de lievelingen van New Age-aanhangers, die hunkeren naar authentieke Native American mystiek. En inderdaad, wie in de zinderende hitte op de daken van Moenkopi staat en uitkijkt over het rode maanlandschap, het sonore gezang van de dansers in zijn oren, waant zich in een andere, mysterieuze wereld.

Toch ligt het moderne Amerika om de hoek, en niet alleen omdat de dansers 's avonds uit hun kostuum en weer in hun auto stappen. De Hopi zijn onderhevig aan dezelfde culturele erosie als andere indiaanse gemeenschappen. Sommige dorpen zijn verpauperd, in andere heeft de strijd om het behoud van hun culturele erfgoed geleid tot onderlinge spanningen en bittere vetes. Veel jongeren hebben de oude manier van leven opgegeven. Andere Hopi proberen in hun bestaan te voorzien met traditionele ambachten: het maken van aardewerk, manden en vooral het snijden van kachina-tihu, de houten poppen die de Hopi al generaties lang gebruiken om hun kinderen te laten kennismaken met de wereld van de geesten, de kachina`s.

Zelfs die poppen zijn de laatste jaren inzet geworden van een conflict, dat laat zien waartoe de massa-exploitatie van indiaanse cultuur kan leiden. Nu indiaanse kunst de laatste jaren in Amerika sterk en vogue is geraakt, zijn ook andere stammen dan de Hopi kachina-poppen gaan produceren en heeft de markt voor dit soort houtsnijwerk overspannen trekjes gekregen.

De echte poppen, gesneden uit de wortels van een populier, zijn modellen van Hopi-dansers, die op hun beurt de èchte kachina's verbeelden: geesten die zorg dragen voor gezondheid, regen, en een rijke oogst. De antropoloog Jesse Fewkes reproduceerde in Hopi Katcinas (1903), een van de eerste studies naar de kachina-cultus, 260 typen. Veel voorkomende poppen zijn de longhair (anya mana), een danser met lang haar en masker; de corn maiden (hehea mana), een vrouwelijke oogst-figuur, en de sun kachina (tawa), een pop met een stralend zonnemasker. Ook allerlei boemannen (of vrouwen) en clowneske figuren zijn te vinden in handelsposten en kunstwinkels.

De tihu zijn geen speelgoed, maar ook geen fetisjen of `toverpoppen', zoals ze tot ergernis van de Hopi wel worden afgebeeld in Amerikaanse stripverhalen. De Hopi gebruikten de poppen voor educatieve doelen en hingen ze thuis aan de muur. Al eind vorige eeuw werden ze ook geproduceerd voor de markt en sindsdien verschenen er steeds geraffineerdere modellen met veel detail en in verschillende actie-poses.

Inmiddels is het kachina-snijden onder de Hopi een wijdverbreid ambacht geworden, met prijzen die oplopen van 30 dollar voor een simpele pop tot 3.000 dollar voor topstukken van bekende kunstenaars. Voor een snake dancer, een pop die maar zelden te koop wordt aangeboden en geen kachina uitbeeldt maar een danser met een levende gifslang in zijn mond, wordt grof betaald door verzamelaars, onder wie Hollywood-beroemdheden als Steven Spielberg en Sylvester Stallone.

Dat nieuws is ook buiten de Hopi-dorpen doorgedrongen. De hausse in indiaanse kunsthandel heeft allerlei beunhazen aangetrokken die een graantje willen meepikken. Andere stammen, die soortgelijke poppen maken, proberen op het succes van de Hopi mee te liften; hier en daar zijn zelfs Japanse imitaties gesignaleerd.

Maar de grootste concurrenten van de Hopi zijn hun machtige buren en traditionele vijanden, de Navajo. Souvenirshops in Arizona en Nieuw-Mexico zijn overspoeld geraakt met een stroom aan Navajo-poppetjes die zijn geïnspireerd op Hopi-kachina`s. Sommige kunnen zich meten met die van de Hopi, maar de meeste zijn massa-geproduceerd en worden tegen afbraakprijzen aangeboden (twee kleine voor vijftien dollar). Het overaanbod heeft geleid tot een dalende kwaliteit op de kachina-markt, en tot inflatie van de prijzen voor de beste Hopi-poppen. Ook het verbod op het gebruik van echte adelaarsveren heeft de kwaliteit van de poppen aangetast.

De `poppen-oorlog' heeft bovendien de relaties tussen de Hopi en de Navajo verder onder druk gezet. Het kleine Hopi-reservaat wordt sinds 1868 omsloten door het veel grotere land van de Navajo, een stam die bovendien opmerkelijk weinig moeite heeft zijn weg te vinden in de moderne tijd. Terwijl de Hopi buitenstaanders mondjesmaat toelaten en hun rituelen zoveel mogelijk voor zichzelf proberen te houden (filmen, fotograferen, tekenen en notities maken zijn verboden), stuiven Navajo-chauffeurs met trucks vol toeristen door hun kleurrijke rotsvlaktes en canyons. De `Navajo Nation' - zo groot als België en met zo'n 90.000 inwoners - heeft een eigen president, een universiteit, politie, kranten en tweetalige supermarkten. Rijen identieke nieuwbouwwoningen doen denken aan een indiaans Almere. Intussen verschuilen de Hopi zich in hun vervallen, zandstenen dorpjes op de `vingertoppen' van de Zwarte Mesa, een sombere donkerkleurige tafelberg middenin het reservaat.

Ook op andere fronten troeven de Navajo hun buren af. Tussen de twee stammen woedt al decennia een grimmige David en Goliath-strijd om grondrechten, die inmiddels heeft geleid tot rechtzaken en ingrijpen door de federale overheid. Voorlopig verliezen de Hopi letterlijk terrein en dat is temeer een bittere pil voor dit volk omdat zij in een grijs verleden, mogelijk al vanaf de elfde eeuw, oppermachtig waren in dit gebied, lang voordat de Navajo verschenen. De wederzijdse animositeit vond zijn weerslag in de taal: de naam `Hopi' betekent `beschaafd' of `vreedzaam', terwijl hun oude term voor de Navajo (`Tasavuh') neerkomt op `verpletteraars van hoofden', naar het gebruik van deze nomaden om de schedels van hun slachtoffers in te slaan.

Sinds kort slaan de Hopi terug. In het Hopi Cultural Center op hun reservaat hangen strijdlustige pamfletten en krantenknipsels waarin de Navajo-praktijken worden aangeklaagd. Met steun van bona fide handelaars probeert de Hopi Tribal Arts and Crafts Guild de vervuiling van de markt aan te pakken. Van winkeliers wordt inmiddels verwacht dat ze een duidelijke scheiding aanbrengen tussen hun Hopi-kachina's en andere poppen. Het is een vooruitgang in de bescherming van de Hopi-waar, hoewel strikt genomen niet nodig. Hopi-kachina`s ogen, voelen en ruiken anders dan de feller gekleurde en knuffeliger imitatie-poppen.

Of het allemaal helpt, is onzeker. Voorlopig duurt de toeristische boom in het Amerikaanse Zuidwesten nog voort, en daarmee de vraag naar `authentieke' indiaanse artikelen. Tot vlak voor het ravijn van de Grand Canyon stallen souvenirwinkels tapijten, zandschilderingen en houtsnijwerk uit. De Hopi zullen het vooral van verzamelaars moeten hebben. Voor de meeste toeristen is het makkelijker om een handvol goedkopere souvenirs mee te nemen.

Tegen zonsondergang is de dans in Moenkopi afgelopen. De mannen, nog steeds in kachina-kostuum, sjouwen kratten fruit en ander voedsel het plein op, een `oogst' om uit te delen aan het publiek. Ook de belaagde toerist krijgt een portie. Later, als we al een eind op de terugweg zijn uit het Hopi-gebied, begint het te regenen. Bij de Navajo.