Rustend in Rotterdam

Hillegond de Reuzenmaagd was met een schort vol zand op weg van de kust naar huis, zo vertelt de legende, toen ze struikelde over het lijk van haar minnaar. Het zand viel uit haar schort en zo ontstond de heuvel in Hillegersberg die sinds prehistorische tijden bewoond is. Er is een ruïne van een kasteel en de Hillegondakerk, waarvan de funderingen deels uit de dertiende eeuw dateren en die daarmee ouder is dan de Rotterdamse Laurenskerk.

Vermoedelijk was Hillegersberg eeuwenlang de enige plek in het omringende moerasgebied waar men de doden droog ter aarde kon bestellen. De oudste vermelding van de begraafplaats nabij de Hillegondakerk gaat terug tot 1565, twee jaar nadat de protestanten de kerk hadden overgenomen. Op het kerkhof, eigendom van de Hervormde Gemeente van Hillegersberg en de op een na duurste Hervormde begraafplaats van Nederland, worden in beginsel alleen protestanten begraven. Op vele zerken staan namen van de Rotterdamse haven-aristocratie: Van Hoboken, Ruys, Van Ommeren, Dutilh, Hudig, Chabot.

Het kapitaalkrachtige volk van Rotterdam uit vroegere tijden werd begraven in de Laurenskerk waarvan de bouw in 1449 begon. Ooit lagen er 1400 zerken met de namen van kooplieden, predikanten en handwerkslui. De grootste en fraaiste gedenkstenen werden opgericht voor de vechtjassen van de vloot: schout-bij-nacht Johan van Brakel (`de schrik der oceanen'), Egbert Kortenaer (`de schrik van 's vijands vloot') en Witte de With, de admiraal die in 1658 bij een zeeslag in de Sont sneuvelde. De Zweedse koning die de dapperheid van zijn tegenstander bewonderde, liet het lichaam van De With balsemen en een jaar boven de aarde staan voordat hij het naar Nederland terugzond. In Rotterdam kon men toen niet achterblijven: op het grafmonument in de Laurens is de admiraal in statieharnas afgebeeld.

Het funeraire erfgoed van Rotterdam (en Vlaardingen en Schiedam) is voor het eerst gedocumenteerd in een boek waaraan het bovenstaande is ontleend. In Begraven in Rotterdam en omstreken beschrijven Rita N. Hulsman en Jannes H. Mulder de begraafplaatsen in de drie steden, ook die niet langer worden gebruikt en soms achter onbekende muren verborgen zijn. De auteurs, beiden lid van de Vereniging Terebinth, die zich inzet voor het behoud van waardevolle begraafplaatsen, hebben jaren besteed aan historisch onderzoek. Hun met vele foto's geïllustreerde gids wordt op 8 september ten doop gehouden met lezingen ter gelegenheid van de Open Monumentendag op 11 september die als toepasselijk thema `Stedenbouw van de dood; begraafplaatsen in Rotterdam' heeft.

Begraafplaatsen zijn niet alleen dodenakkers met cultuur-historische waarde, het zijn ook plekken met een eigen romantiek. De rustieke begraafplaats aan het Emaus in Vlaardingen is een oase van rust in de zee van huizen en industrie. Regelmatige bezoekers van de Algemene Begraafplaats Crooswijk zijn vertrouwd met de 1500 soms monumentale en bijzondere bomen (zoals de vleugelnoot en de doodsbeenderenboom) en de overige flora die in alle seizoenen indrukwekkend zijn.

Crooswijk, drie jaar geleden tot rijksmonument uitgeroepen, was in de vorige eeuw een fraai landgoed dat bekend stond als `Stads cieraad ende vrolijkheyd'. Direct nadat het was aangekocht, brak een cholera-epidemie uit die 700 levens eiste. Het eerste slachtoffer dat begraven werd, was zandkruier Jan de Koning die een graf kreeg op de plek waar hij zijn laatste schop zand had neergeworpen.

Anders dan in Hillegersberg is de algemene begraafplaats Crooswijk, evenals de gelijknamige rooms-katholieke, er voor alle Rotterdammers. Havenbaronnen als Cornelis Swarttouw, Van der Vorm en Burger zijn er begraven, maar ook de troubadour Koos Speenhoff ('t Is anders staat op zijn zerk), Opoe Herfst die 106 jaar werd, burgemeester Zimmermann die het stadhuis aan de Coolsingel bouwde, de schilder Charles Rochussen en zelfs naamloze verstekelingen die dood in de haven aankwamen. De overblijfselen van de dubbelspion King Kong uit de Tweede Wereldoorlog werden in 1986 nog eens opgegraven omdat het gerucht ging dat King Kong niet dood was. Hij bleek het wel degelijk te zijn, bijgezet in een eenvoudig familiegraf.

Rotterdam heeft nog een begraafplaats die tot rijksmonument is verklaard: de joodse aan het Toepad in de Kralingse wijk De Esch. Tussen de vele verweerde en vervallen stenen bevinden zich ook kleine reserveringsstenen, stille getuigen van de vele joodse Rotterdammers die niet uit Duitse vernietigingskampen terugkeerden. En er zijn de graven van joodse onderduikers, van wie de meesten onbekend zijn gebleven. Zoals het graf bij de kastanjeboom, waar een onderduikbaby is begraven. Hij lag op 13 januari 1942 ingepakt op de stoep van het politiebureau aan de Hoflaan, met het briefje: `Breng me naar het Toepad'.

`Begraven in Rotterdam en omstreken' is verkrijgbaar bij Rotterdamse begraafplaatsen, VVV/ArchiCenter en per giro 33.55.36 (De Terebinth, Rotterdam). ƒ35,-.