Pandhuis Hooidrift

Pandhuis Hooidrift in de Rotterdamse wijk Oude Westen bestaat nog maar drie jaar, maar is een van de laatste particuliere lommerds van Nederland. Het is niet meer dan een smalle gang met een enkel loketje. Ramen met polsdikke tralies schermen de pijpenla van de buitenwereld af. Een goudmijn is het niet, maar de familie verdient een aardige boterham.

,,Er zijn nog een paar kleine pandjeshuizen in Rotterdam die ongeveer alles belenen. Van bontjassen tot auto's. Maar wij doen alleen sieraden en goud'', zegt Karin Tuinenburg, die vanuit haar rolstoel de telefoon opneemt, de klanten te woord staat en het goud taxeert.

Als je met Tuinenburg praat, zie je jezelf bij de balie op een groot televisiescherm, een videoband loopt mee voor de veiligheid.

Op basis van de dagwaarde van het goud bepaalt Tuinenburg de hoogte van de belening. Veel hoger dan zesduizend gulden komen de bedragen niet. Dat krijgen de klanten contant mee. De meesten hebben snel geld nodig en komen voor relatief kleine bedragen, meestal onder de driehonderd gulden.

Elke drie maanden betaalt de ex-eigenaar een rente van 20 procent. Dat is een stuk hoger dan bij de Amsterdamse Stadsbank van Lening. ,,Maar voor een retourtje Amsterdam ben je ook al snel vijftig gulden kwijt'', beklemtoont Karin Tuinenburg.

Als de klant het goud na drie maanden niet komt ophalen, wordt het nog een aantal maanden bewaard. Dan gaat het in de verkoop. In een op de tien gevallen komt dit voor.

,,Regelmatig worden we vlak voor het verstrijken van de drie maanden opgebeld, zogenaamd vanuit het buitenland. Vaak zitten ze dan in de bak. We verlengen de termijn dan gewoon'', aldus Tuinenburg. Het pandhuis verdient het meest aan de rente, niet aan de verkoop van goud.

,,Maandag was het met meer dan vijftig klanten een gekkenhuis'', zegt Tuinenburg die net terug is van drie weken vakantie. Voornamelijk Antillianen, Kaapverdiërs en veel Surinamers uit de buurt kwamen langs, maar ook klanten uit Vlaardingen, Schiedam en Dordrecht stonden in de rij.

De meeste klanten kent Tuinenburg persoonlijk. Vaak komen ze hun hart luchten bij het pandhuis. ,,Je bent dan toch een beetje een steun voor ze'', zegt Tuinenburg. ,,Laatst nog een vrouw die 25 gulden nodig had voor een blik babyvoeding. Dat is drie gram goud. Meer dan vijf gulden levert dat ons niet op na drie maanden''.

Jongeren leggen volgens Tuinenburg met gemak hun goud af om snel wat extra zakgeld te hebben. ,,Voor hun verjaardag halen ze het weer op. Want er zwaait wat als hun moeder erachter komt. De volgende dag komen ze terug en belenen ze het weer.''

Het pandhuis houdt een rapport bij voor de politie, die geregeld op bezoek komt. De klant is niet anoniem en kan eenvoudig worden opgespoord als hij van diefstal wordt verdacht. Het komt zo nu en dan voor dat gestolen goederen in het magazijn belanden. Als het goud van de oorspronkelijke eigenaar bij ons ligt, mag hij het tegen het lage beleenbedrag terugkopen. ,,Ook al heeft hij het viervoudige van de verzekering opgestreken'', zegt Tuinenberg.

Gerben van der Marel