Osman Öcalan: PKK zal nooit meer vechten

De (Turks-)Koerdische Arbeiderspartij (PKK) legt de wapens neer en neemt ze nooit meer op. Dat heeft een van de topcommandanten van de organisatie, Osman Öcalan, gisteren gezegd voor de pro-Koerdische televisiezender Medya-TV, die vanuit Brussel uitzendt en in Diyarbakir, in het Koerdische zuidoosten van Turkije, werd opgevangen.

Osman Öcalan is een broer van PKK-leider Abdullah Öcalan, die in Turkije gevangen zit en die de aanzet heeft gegeven tot de huidige terugtrekking van PKK-strijders uit Turkije. Met Osmans uitspraak - ,,de PKK zal nooit meer vechten'' - zet de PKK een nieuwe stap in haar transformatie van een guerrilla-organisatie in een politieke beweging. De PKK begon haar afscheidingsstrijd in 1984. Haar oorlog in het zuidoosten van Turkije heeft naar schatting 31.000 mensen het leven gekost.

Abdullah Öcalan riep zijn aanhangers op 2 augustus op de strijd tegen het Turkse leger te staken en zich per 1 september uit Turkije terug te trekken. Op 25 augustus kondigde de PKK aan dat haar eenheden al waren begonnen zich van Turks grondgebied terug te trekken - nog voor Öcalans streefdatum was aangebroken.

Osman Öcalan, die per telefoon sprak in een rechtstreeks programma op Medya-TV, zei dat de PKK haar strijd voor een oplossing van de Koerdische kwestie tot de politieke arena zal beperken, en een legale organisatie wil worden. Maar zelfs als er geen oplossing zou worden gevonden, zou de PKK ,,proberen anderen te verhinderen de wapens op te nemen, als zij dat zouden doen''. En ook als zijn broer, die ter dood is veroordeeld, zou worden geëxecuteerd, ,,wil dat toch niet zeggen dat wij de oorlog hervatten. Maar als hij wordt opgehangen, zullen wij de situatie niet in de hand kunnen houden.''

Osman Öcalan zei dat de PKK van plan was de terugtrekking van haar naar schatting 1.500 strijders uit Turkije binnen vijf dagen te voltooien. Maar de terugtrekking wordt volgens hem gehinderd door het Turkse leger. Hij zei niet wat de bestemming van de strijders is. Maar de PKK heeft bases in Syrië en Irak, en naar verluidt levert Iran de organisatie groeiende steun.

Turkije heeft tot dusverre geweigerd met de PKK te onderhandelen. Wel heeft het parlement vorige week een - voorwaardelijk - pardon goedgekeurd voor rebellen die de wapens neerleggen. (AFP, AP)