OM: Asielzoekers in zaak-Vaatstra niet genegeerd

Het recherchebijstandsteam dat de moord op de 16-jarige Marianne Vaatstra uit Zwaagwesteinde onderzoekt, heeft vier dagen na haar dood navraag gedaan bij bewoners van het asielzoekerscentrum De Poelpleats in Kollum.

Vanaf die datum werd ook een contactpersoon van justitie in het centrum gestationeerd. Dit heeft het openbaar ministerie verklaard in een brief aan de familie Vaatstra.

Marianne Vaatstra werd in de nacht van 30 april op 1 mei verkracht en vermoord in een weiland in Veenklooster. Het gerucht dat een asielzoeker de dader zou zijn veroorzaakte daarna al snel ophef in Zwaagwesteinde.

Vorige week woensdag vroeg de familie Vaatstra in een brief opheldering over tientallen punten.

De familie verwijt het onderzoeksteam onder meer dat het aanwijzingen heeft genegeerd dat de dader van de moord in asielzoekerskringen moest worden gezocht. Hierdoor zou de 26-jarige Irakees die inmiddels door justitie als verdachte is aangemerkt en nu spoorloos is ,,negen weken voorsprong'' hebben gehad.

Op 12 mei wist het recherchebijstandsteam dat de verdachte en een 19-jarige Afghaan vertrokken waren.

Pas in juli werd via een tip duidelijk dat de verdachte al op 1 mei, een dag na de moord, verdwenen was uit het azc in Kollum. Begin augustus werd hij als verdachte beschouwd. Via Interpol is een internationaal opsporingsbericht uitgegeven.

Waarnemend hoofdofficier van justitie M.H. Severein weerspreekt de kritiek van de familie Vaatstra. ,,Het enkele feit dat iemand geen stempel bij de vreemdelingenpolitie haalt en verdwijnt maakt hem niet tot verdachte.''

Een gesprek tussen de familie Vaatstra en vertegenwoordigers van het OM dat gisteren zou plaatshebben, is niet doorgegaan. Justitie weigerde ermee in te stemmen dat een medewerkster van het misdaadprogramma van Peter R. de Vries bij het gesprek aanwezig zou zijn, een eis die de familie stelde. In onderling overleg werd besloten de vragen van de familie in een brief te beantwoorden.