Lenen voor de winst

Geldbeheer is in het bedrijfsleven de laatste jaren opgewaardeerd. Creatief omgaan met geleend geld is zelfs de essentie van ondernemerschap.

HOE KOOP JE EEN Victory Boogie Woogie zonder geld op zak?

Je lobbyt bij De Nederlandsche Bank om bij de komst van de euro en het afscheid van de gulden een nationaal gebaar te maken. Dat lukt, maar het geld (een schenking van 116,6 miljoen gulden) is niet op tijd beschikbaar voor de aankoop (à 80 miljoen gulden) van Mondriaans onvoltooide.

Geen nood. Je beweegt de gemeente Den Haag, waar het schilderij in een museum zal komen te hangen, om het geld tijdelijk voor te schieten en de bijkomende rente voor haar rekening te nemen.

In al zijn buitenissigheid illustreert de Victory Boogie Woogie de essentie van geld lenen en schulden maken: een beetje bluf, een vleugje vertrouwen en de hoop en verwachting dat de debiteur wel zo financieel gezond is dat het geleende geld ook echt ooit een keer wordt terugbetaald.

Creatief omgaan met geleend geld is meer dan ooit de essentie geworden van ondernemerschap, niet alleen onder culturele entrepreneurs, maar meer nog in het reguliere bedrijfsleven. Zelfs de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zocht onlangs een zogeheten treasurer, een financieel expert die de in- en uitgaande geldstromen zo efficiënt mogelijk moet beheren.

De excessen in de provincie Zuid-Holland zijn slechts de bevestiging van wat de gewoonste zaak van de wereld is geworden. De treasurer van de provincie heeft leningen verstrekt voor 2,3 miljard gulden en dreigt een verlies te lijden op twee leningen van samen 47,5 miljoen gulden aan het gesneefde handelshuis Ceteco.

Geldbeheer is een zelfstandige bron van inkomsten geworden. Geld is niet alleen een middel om de doeleinden van de organisatie te bereiken, van publiek bestuur tot en met de productie van goederen of diensten. Geld is een apart profit center geworden, geconcentreerd in een professionele afdeling geldzaken, die geheel in lijn met de moderne, Angelsaksische, tijden een treasury heet. Financiële creativiteit is nu ook ondernemerschap.

Als uitvloeisel van de opwaardering van het geldbeheer is het financiële beleid voor Nederlandse ondernemingen het afgelopen decennium een echte kernactiviteit geworden, die overigens nooit als zodanig in het jaarverslag van een bedrijf zal verschijnen. Zo vanzelfsprekend is het beleid voor de directeuren en commissarissen die de lijnen uitzetten.

Voor Amerikaanse en Britse bedrijven is het voorgaande weinig nieuws. Zij zijn traditioneel gewend aan een zwaar financieel stempel op hun zakendoen. In de Angelsaksiche wereld is de effectenbeurs van oudsher veel sterker ontwikkeld. Zonder beursnotering geen expansie. Ondernemingen zijn meer gewend aan de druk die beleggers opleggen om snel resultaten te laten zien en stemmen hun financiële reilen en zeilen daarop af.

Geleend geld is bij uitstek populair. Het is bijvoorbeeld relatief goedkoop, ook al doordat de rente op schulden aftrekbaar is van de vennootschapsbelasting. Bedrijven nemen graag wat meer schuld op hun balans en bezuinigen op het kapitaal dat zij bij beleggers aantrekken. Daardoor valt het rendement voor de aandeelhouders hoger uit. Dit effect staat ook wel bekend als de winstkrik: het resultaat wordt opgevijzeld door wat extra geleend geld.

Bedrijven op het Europese vasteland, Nederland voorop, komen bijna letterlijk uit een andere wereld. Effectenbeurzen en beleggers speelden hier een verwaarloosbare rol. De belangrijkste geldschieter die bedrijven te vriend moesten houden, was de bank, en die zag graag een surplus aan eigen kapitaal bij een onderneming. Hoe steviger de financiële buffer, hoe kleiner de kans op faillissement en de strop voor de bank. Het traditionele familiebedrijf in Nederland is dan ook een binnenvetter: meer geld in kas en op de balans dan nodig is voor de ondernemersactiviteiten.

Zulke `besloten' bedrijven zijn er nog steeds. Sterker nog, een paar van de grootste financiële vermogens in Nederland zijn samengebald in familiebedrijven als SHV. Maar op de Amsterdamse effectenbeurs, waar de meeste grote Nederlandse ondernemingen zijn genoteerd, zijn binnenvetters paria's. Beleggers willen groeiers. Koplopers, die expansie zoeken en bereiken. Ondernemen is overnemen. Een dooddoener misschien, maar voor talrijke topmanagers zijn die woorden het credo.

En overnemen betekent schulden maken. Aan het roer komen steeds meer managers voor wie spaarzaamheid een achterhaald begrip is. Ook in Nederland. De Europese eenwording, de komst van de euro, de val van de Berlijnse Muur en dramatische technologische veranderingen hebben een ongekende premie gezet op ondernemerschap. Op de beurzen heerst euforie en de meeste managers profiteren mee, dankzij hun aandelenopties.

Banken staan in de rij om expanderende ondernemingen geld te lenen. Want ook voor bankiers is groei hard nodig om voorop te blijven of voorop te komen. En geld lenen is de afgelopen vijftien jaar eigenlijk steeds goedkoper geworden: de rentetarieven daalden gestaag.

De effecten daarvan staan dagelijks in de krant. De eerste acht maanden hebben Nederlandse ondernemingen alleen al in Amerika voor zo'n 45 miljard gulden bedrijven opgekocht of zijn daarmee bezig.

Neem Numico, v/h Nutricia. Jarenlang stond het bedrijf bekend om zijn Chocomel en zijn babyvoeding. In een bestek van vijf jaar heeft het eerst een Europees bedrijf van zijn eigen omvang gekocht om nummer één te worden op de Europese markt voor babyvoeding. En afgelopen maand heeft het concern zijn omzet nog eens bijna verdubbeld van 3,5 naar 6,5 miljard gulden om marktleider in Amerika in vitamines en andere gezondheidsvoeding te worden. Van potentiële prooi voor koopgrage concerns is Numico dankzij een berg schuld zelf een opkoper geworden.