Leeg hier uw portemonnee

Oslo is veilig, zeggen de reisgidsen, om onmiddellijk enig voorbehoud te maken. Loop niet 's nachts door het oosten van het centrum of rond het treinstation! Overdag valt het inderdaad met die onveiligheid erg mee. Of men moet zich snel bedreigd voelen door toonbeelden van jeugdig drankmisbruik.

Voor het centraal station Oslo staat een halfnaakte, jongeman te tieren. Hij heeft een flesje bier vast en waggelt op een groepje groezelige leeftijdsgenoten af. Ofschoon de jongen voldoet aan het stereotype beeld van de dronken Scandinaviër, blijkt hij tegelijktertijd ook een anomalie in het stadsbeeld. Orde en netheid staan hoog in het nationale vaandel en als Noren iets uitstralen is het wel beheerstheid. Behalve op koopgebied.

Oslo komt van Às-lo en betekent zoveel als: Gods veld. Aardolievelden voor de kust hebben de Noorse economie echter zo laten boomen dat het land het Koeweit van het Noorden is geworden. Oslo betekent nu vooral winkelstad.

Iedere Noor weet waar `trendy' Oslo ligt. `Aker Brygge', roepen ze op begripvolle toon. Op het terrein van de voormalige scheepswerven zijn nu kooppaleizen van glimmend staal en blinkend glas verrezen. Daar gaan alle toeristen naartoe en daar vind je alles wat je nog niet hebt en wel graag zou willen bezitten. En waar gaan ze zelf naartoe als ze in Oslo uitgaan? Dat ligt geheel ergens anders, meer oostelijk van het centrum: `Grünerl⊘kka'.

Het eerste dat opvalt in Grünerl⊘kka zijn de groepjes absoluut on-Noors uitziende mannen. Afrikanen, Turken, Indiërs: Oslo blijkt veel internationaler dan ik had verwacht. En, na enig zoeken, ook minder ingetogen. 's Avonds laat klinkt een heftige beat uit de bars aan de Thorvals Meyer Gate. Blank en gekleurd zitten zij aan zij in rokerige gelegenheden. De internationale aanschijn van dit stadsdeel wordt verhoogd door de affiches op lantaarnpalen die Afrikaanse dans- en trommellessen aanprijzen of ons oproepen aan een Itjing-cursus deel te nemen.

Op het trottoir van de streng, recht toe recht aan gebouwde en goed onderhouden woonblokken zijn de terrasjes druk bezet. Het jonge volkje ziet er hip gekleed uit. Veel jonge mannen hebben werkmansbroeken aan en lopen op zware werkmanslaarsen. Vrouwen lopen vaak in strakke, satijnachtige pantalons, licht geëleveerd op plateauhakken. In Grünerl⊘kka worden winkels met eigentijdse mode en Punjabi fashion afgewisseld door take aways met `Pommes friten' voor 15/19 NoK en `kebab' voor 35/49 NoK (resp. ƒ3,90/ƒ4,90 en ƒ9,10/ƒ12,75). Veel jongelui prikken op straat een frietje weg en goedkoper voedsel dan in deze kebabi's – soms aangeduid met Viking Kebab – heb ik niet kunnen vinden. Voor het overige is Noorwegen duur: een glas bier in een gewone bar kost tien gulden.

Grünerl⊘kka is niet meer wat het was, zeggen twee eigentijds uitgedoste meisjes – naveltruitjes, neuspiercing, tatoeages op de arm. Te veel yuppen en te duur, zeggen ze. Had Grünerl⊘kka vroeger de naam het Greenwich Village van Oslo te zijn, nu valt die eer te beurt aan de buurt Gr⊘nland, zegt het ene meisje. ,,Maar daar kun je beter niet 's avonds lopen'', waarschuwt haar vriendin.

Meer nog dan Grünerl⊘kka, heeft Gr⊘nland, vlak achter het treinstation, een internationaal aanzien. Er zijn veel textielzaken met Indiase of Afrikaanse kledij. Vrouwen in sari betasten de op straat uitgestalde uitheemse groenten en vruchten. Mannen in lange gewaden zoeken de mooiste rode pepers uit (slechts ƒ1,20 voor één ons ). Het is een wijk waar de iets minder bedeelde Noor zijn waar haalt. Zo is in een enorme winkel het assortiment keukenaccesoires breed en matig geprijsd. Er is een aantal tweedehands kledingzaken en overal is kebab.

Internationaal, in de zin van `ver-Nikisering van de wereld', is de Karl Johans Gate. Kledingketens van H&M, Versace, Zenon en vele, vele andere merken zijn etalage aan etalage vertegenwoordigd. `Leeg hier uw portemonnee' roepen imaginaire banieren boven deze allee. Dat is niet moeilijk. In café Amsterdam, achter de universiteit, kost een stokbroodje mozzarella en tomaat, met een glas mineraal water ruim twintig gulden. Maar daar kunnen we dan ook de Volkskrant van een paar dagen terug lezen.

Net als overal in Oslo kunnen we ons ook in deze straat niet onttrekken aan het ergste exportproduct van dit land: trollen. Deze mismaakte tuinkabouters gluren ons op de meest ongelegen momenten aan. Vaak staan ze tussen kristallen voorwerpen van onbekend nut, naast een misschien net zo lelijk inheems product: Noorse truien. Wat Oslo ook biedt is een zeer ruime selectie winkels met vrijetijdsartikelen. Voor zeilen, jacht, visserij, bergsport en kamperen is hier – niet zo verwonderlijk in dit land dat voornamelijk uit bossen, bergen, meren en fjorden bestaat – alles te vinden. Een mooi afgewerkt en vlijmscherp mes van Helle, onderaan de prijsladder, komt op ƒ77.

Na een wandeling door de Karl Johans Gate biedt Aker Brygge meer van hetzelfde. Hier meren cruise schepen af en slenteren de echte big spenders. In de haven liggen onwaarschijnlijk futuristische jachten te pronken.

Oslo is één groot warenhuis. Dat is ook de Noorse premier opgevallen. Hij is oud-predikant en heeft onlangs een sermoen gehouden waarin hij het lege consumentisme van zijn landgenoten aan de kaak stelde. En hij heeft gelijk: Oslo is levensgevaarlijk voor wie aan koopdrift lijdt.

Oslo is klein genoeg om in een dag van oost naar west en van noord naar zuid te belopen. Leuk is dat niet, maar het kan. In ieder geval is op één dag te lopen van de Storgata, via Gr⊘nland en de winkelader Karl Johans gate naar Aker Brygge. Zeer aan te raden is het blad voor rugzaktoeristen: `Streetwise, your budget guide to Oslo'. Het blad wordt uitgegeven door `Use it', M⊘llergata 3, Oslo (47) 22415132. www.unginfo.oslo.no/useit