Lage straf voor Koerden wekt verbazing

De rechtbank heeft vorige week uitspraak gedaan in de zaak van de Koerden die in februari betrokken waren bij de bezetting van de Griekse ambassade in Den Haag. De opgelegde straffen zullen de internationaal opererende PKK-ers nauwelijks van verdere acties afhouden, meent Piet Buwalda.

Soms is het nuttig in het buitenland kennis te nemen van een bericht uit Nederland dat de internationale pers heeft gehaald. Men kan zich dan allicht beter dan in eigen land een voorstelling vormen van de indruk die dat bericht elders moet maken.

Zo verging het mij in Griekenland bij het lezen en horen van de uitspraak van de Haagse rechtbank, vrijdag j.l., in de zaak tegen de Koerden die op 17 februari de woning van de Griekse ambassadeur zijn binnengedrongen en daar drie mensen hebben gegijzeld. Daarvoor kreeg de man die kennelijk de leiding had gehad twee jaar met aftrek van voorarrest, waarvan ook nog zes maanden voorwaardelijk. Zijn vijf mededaders werd ieder een gevangenisstraf van een jaar opgelegd, eveneens met aftrek en zes maanden voorwaardelijk. Deze laatsten waren, gezien de te verwachten straf, al kort tevoren door de rechtbank in vrijheid gesteld.

De Haagse rechter vond het nodig de uitspraak persoonlijk tegenover de media toe te lichten. Hij had, zei hij, `begrip' voor de wens van de Koerden (ik citeer nu de Wereldomroep uit het hoofd) om te demonstreren tegen de arrestatie van hun leider Öcalan. Maar ze waren natuurlijk wel te ver gegaan door de Griekse residentie binnen te gaan en mensen te gijzelen en daarvoor moesten ze worden gestraft. Ik kon mijn oren nauwelijks geloven, toen ik hem dit hoorde zeggen. Wat de Grieken daarvan hebben gedacht, laat zich raden.

Het recht van demonstratie hoort tot de mensenrechten. Iedereen mag demonstreren tegen schendingen van de mensenrechten in eigen land. Sinds enkele decennia mag hij dat ook tegen schendingen in andere landen. Nog later werd ook aan in ons land wonende buitenlanders toegestaan hier te demonstreren tegen schendingen in hun land van herkomst. Zo mogen ook Koerdische Turken hier demonstreren tegen de helaas nog veelvuldig voorkomende schendingen van de mensenrechten in Turkije. Dat alles heeft mijn volle instemming.

Maar er was hier helemaal geen sprake van een demonstratie tegen een schending van de mensenrechten. In dit geval werd geprotesteerd tegen de arrestatie van de leider van de PKK. Vrijwel niemand houdt vol dat de PKK een democratische beweging is. Zij is een verzameling van extreme Koerden die met geweld een eigen staat willen vestigen op een deel van het Turkse grondgebied. Om haar doel te bereiken heeft zij ook in westelijke landen gewelddaden gepleegd, soms tegen landgenoten, Koerden, die weigerden tot de PKK toe te treden. Zij werd dictatoriaal geleid door Öcalan.

De demonstratie richtte zich bovendien op een totaal verkeerd doel. Als de Koerden langs de goed beschermde Turkse ambassade hadden willen trekken, zou er waarschijnlijk niets ernstigs zijn gebeurd. Maar zij kozen de residentie van de Griekse ambassadeur. De Griekse autoriteiten hadden in het geheim – heel onverstandig – Öcalan een soort asiel verleend, eerst in Griekenland zelf, daarna in hun ambassade in Kenia. Dat heeft overigens de Griekse minister van Buitenlandse Zaken Pangalos zijn baan gekost, wat, dit terzijde, door geen van zijn collega's in de EU werd betreurd. Maar in elk geval konden de Grieken het niet helpen dat Öcalan onder valse voorwendsels uit de immuniteit van hun ambassade werd gelokt en aan de Turken uitgeleverd.

Toch vond een Nederlandse rechter het nodig `begrip' uit te spreken voor deze demonstratie. Erger nog, dat `begrip' heeft kennelijk invloed gehad op de strafmaat. Drie mensen, onder wie een kind van acht jaar, werden vierentwintig uur gevangen gehouden, niet wetend wat hun boven het hoofd hing. De psychische uitwerking op moeder en kind kan men zich indenken. De grote – onnodig – aangerichte schade en de diefstal van juwelen laat ik dan nog buiten beschouwing. Bovendien, de bewoners van een ambassadeurswoning genieten onschendbaarheid. De lokale autoriteiten zijn daarvoor verantwoordelijk. Aan die diplomatieke immuniteit wordt in de hele wereld het grootse belang gehecht. Immers, al sinds de Griekse oudheid vormt de bescherming van de wederzijdse boodschappers de grondslag van de internationale betrekkingen. Schending ervan wordt overal streng gestraft.

Blijkbaar niet in Nederland. Een rechter die publiekelijk `begrip' meent te moeten uitspreken voor de demonstratie van de Koerden geeft de ringleider in feite maar anderhalf jaar, waar bij `goed gedrag' ook nog wel weer wat van af zal gaan. De anderen komen meteen vrij. Wat de voorwaardelijke straf van zes maanden voor nut heeft, mag Joost weten. De internationaal opererende PKK-ers zullen daardoor wel nauwelijks van verdere acties worden afgehouden.

Het is geen wonder dat men in het buitenland soms vreemd opkijkt over nieuws uit Nederland.

Piet Buwalda is oud-ambassadeur.