Het water van de Great Lakes is onvervangbaar

De Grote Meren van Canada en de VS vormen het grootste reservoir van zoet water ter wereld. Beide landen verbieden het `leegpompen' van de meren.

Canada en de Verenigde Staten willen voorkomen dat de Grote Meren op de grens tussen de twee landen de volgende eeuw worden uitgebuit als waterput voor droge gebieden in andere delen van de wereld. Zowel in het Amerikaanse Congres als in het Canadese parlement komen dit najaar wetsvoorstellen aan de orde om grootschalige exporten van zoetwater uit de Grote Meren door ondernemingen te verbieden, nog voordat deze op gang komen.

Washington en Ottawa reageren daarmee op een tussentijds rapport van een Amerikaans-Canadese commissie die de gevolgen onderzoekt van onttrekking van water aan de meren op grote schaal. Deze Internationale Gezamenlijke Commissie is tot de voorlopige conclusie gekomen dat de Grote Meren, ondanks hun ontzaglijke omvang, geen onuitputtelijke bron van water vormen. De belangrijkste aanbeveling uit het rapport is dan ook geen vergunningen te verlenen aan bedrijven die de meren willen exploiteren om te voldoen aan vraag naar zoetwater in andere landen.

,,Het water van de Grote Meren is voor het overgrote deel onvervangbaar,'' luidt de voornaamste conclusie uit het rapport. Minder dan een procent van het water wordt jaarlijks bijgevuld door regen en sneeuw. Grotere hoeveelheden water die aan het ecosysteem worden onttrokken komen nooit meer terug en gaan daarom ten koste van het peil van de meren. ,,Zodra je voorbij gaat aan die een procent van het water dat vervangbaar is, heb je niet langer de kraan open, maar ben je de meren aan het leeghalen,'' verklaart Leonard Legault, een van de Canadese commissieleden.

Uitvoer van water uit de Grote Meren naar droge streken in de wereld ligt op het eerste gezicht voor de hand. De vijf meren in het hart van het Noord-Amerikaanse continent vormen het grootste reservoir van zoetwater ter wereld. Het Superior-, Huron-, Michigan-, Erie-, en Ontariomeer bevatten bij elkaar ongeveer twintig procent van het zoetwater op aarde. De meren, die alle vijf met elkaar in verbinding staan, vormen de basis van de leefbaarheid en welvaart in de regio, een van de meest dichtbevolkte streken in Noord-Amerika.

Bedrijven uit het gebied hebben in de afgelopen jaren hun oog laten vallen op de natuurlijke rijkdom van de meren. Plannen zijn gemaakt om voor veel winst miljoenen liters zoetwater te verschepen naar streken met een gebrek _ niet in flessen maar in containers. Zo wilde de Nova Groep uit de Canadese deelstaat Ontario per jaar 600 miljoen liter water uit het Lake Superior exporteren naar Azië. De onderneming kreeg er vorig jaar een vergunning voor van Ontario, maar die werd haastig weer ingetrokken in reactie op felle protesten van belangengroepen en het publiek.

Tegenstanders van het plan in Canada en de VS waarschuwden dat een precedent wordt geschapen zodra een eerste exportvergunning wordt verleend. Handelsverplichtingen onder het Noord-Amerikaans Vrijhandelsakkoord (NAFTA) en de Wereldhandelsorganisatie (WHO) maken het volgens hen moeilijk om andere ondernemingen gelijke exportrechten te ontzeggen. Bovendien zou het water uit de Grote Meren vanaf dat moment een verkoopbaar goed zijn. ,,Regels voor gelijke behandeling onder NAFTA zouden het zo goed als onmogelijk maken om de uitvoer van water te beperken zodra hij is begonnen,'' meent de Raad van Canadezen, een nationale belangengroep die een schrikbeeld schetst van een uitdroging van Canada. Het vurige debat rond de zaak-Nova vormde de aanleiding van de huidige studie.

Volgens de Internationale Gezamenlijke Commissie zijn de gevolgen van grootschalige onttrekking van water aan de meren te moeilijk te overzien om exportplannen als dat van Nova toe te staan. Ze zouden ,,de ongereptheid van het ecosysteem in gevaar brengen.'' Zelfs bij relatief hoge waterstanden wordt een natuurlijk doel gediend: natte delen van de oever komen dan onder water te staan en hun dieren- en plantenleven wordt ververst. Kortom, zo stelde de commissie, ,,er is nooit een `overschot' aan water in de Grote Meren.''

De Canadese minister van milieu, David Anderson, heeft de conclusies van het rapport toegejuicht. Hij wil deze maand een verdrag sluiten met alle Canadese deelstaten om de uitvoer van zoetwater te verbieden. Geen eenvoudige taak, want niet alle deelstaten zijn het eens over de noodzaak om waterexporten onder geen beding toe te staan.

Zo overweegt Newfoundland, een deelstaat aan de oostkust die met hoge werkloosheid kampt sinds het verval van de visserij, dreigt een vergunning te verlenen aan een onderneming die water wil exporteren uit het Gisborne Meer.

In Washington heeft een groep leden van het Huis van Afgevaardigden uit de regio van de Grote Meren een wetsvoorstel ingediend om de uitvoer van zoetwater voorlopig te verbieden. Volgens initiatiefnemer Bart Stupak, Democratisch Afgevaardigde uit Michigan, moet het rapport van de internationale commissie ,,een ieders ogen openen voor de bedreiging van dit ecosysteem door grootschalige verkoop van water.''