Het verlangen naar ijs

De natuur heeft vele aantrekkelijke kanten. De één trekt voor vogels het veld in, de ander zoekt in de bergen naar wat hij thuis te weinig krijgt: ijs en sneeuw. Deel 9 in een serie over wandelen in Europa.

Als kind zag ik elk jaar uit naar de winter. De koude kon niet vroeg genoeg invallen en het kwik kon niet diep genoeg dalen. Maar de echt barre tijden lijken definitief voorbij. Wat blijft zijn overvloedig en voor mijn gevoel oneerlijk besneeuwde kerstkaarten – een virtuele wereld avant la lettre – die me razend van onbevredigd verlangen kunnen maken.

Dat verlangen naar sneeuw en ijs dreef me een paar zomers geleden naar het Zwitserse Grindelwald. Daar werd de sneeuwbehoefte spectaculair bevredigd tijdens een tocht van de Mönchhütte naar het Jungfraujoch door hagel, sneeuw en plotseling opkomend onweer, waarbij de haren letterlijk en licht knetterend te berge rezen.

Het tegen de Italiaanse grens gelegen Zermatt, waar het gemak van benzine- en dieselmotoren het heeft moeten afleggen tegen het genot van frisse lucht – alles gaat elektrisch – was vorig jaar het reisdoel en de samenkomst van Gorner- en de Grenxgletsjers beantwoordde zó aan ons ijsgevoel, dat we weer terug wilden.

Met de Gornergrad-Bahn gaat het per tandradtrein naar Riffelberg, een goed uitgangspunt voor een voettocht. Driekwart van de vroege passagiers is Japanner (Zermatt is dol op hen; zelfs de stations worden in het Japans aangekondigd). Ze verdringen zich om de blinkende Matterhorn te filmen.

De berg maakt zijn reputatie als symbool en alles overheersend handelsmerk van Zermatt deze ochtend geheel waar. Hij toont zich in volle glorie. Meestal kruipen wolken langs zijn flanken zodat het lijkt alsof de berg `rookt'. Nu is hij onbedekt en staat hij er ongenaakbaar en uitdagend bij. Een `echte berg', zoals kinderen die graag tekenen, met de spits omhoog.

De gletsjers wachten. Van Riffelberg (2582 meter boven zeeniveau en drie graden boven nul) is het zo'n twee uur lopen tot de gletsjer. Een uur verder, na de oversteek, ligt stijl omhoog, het doel voor die dag: de Monte-Rosahütte. Een tocht langs een `herrlich' panorama, zoals een dame op leeftijd ons onderweg toevoegt, met de toppen van het Monte-Rosamassief - soms hoger dan de Matterhorn maar minder geliefd.

Na de Riffelsee, waarin we de Matterhorn achter ons kunnen zien weerspiegelen en waar we ons afvragen hoe de scholen voorbijflitsende jonge vissen de winter doorkomen, is er na een felle klim opeens het uitzicht op de gletsjers. Hoewel, vooral op een veld eindmorenen die grauw als cokesbergen afsteken tegen het decor van de witbesneeuwde bergtoppen. Eindmorenen doen vaker denken aan kolenmijnen of wegwerkzaamheden op grote schaal, maar de huidige omvang alarmeert ons. Natuurlijk, de gletsjers trekken zich al jaren terug, maar toch niet zó ver in één jaar? Of vergissen we ons en hebben we de uitgestrektheid van de gletsjers in onze ijsblindheid overdreven?

Bij de afdaling naar de gletsjer blijkt de route diep naar beneden, die we nog van vorig jaar kenden, met balken afgesloten. We moeten op een hoger punt het ijs op, maar proberen, eigenwijs, toch het oude pad te nemen. Waar de gletsjer een zomer geleden nog gemakkelijk betreden kon worden en via een gemarkeerd spoor overgestoken, bevindt zich nu echter een onoverbrugbare kloof, die je bijna onder de blauwige ijsmassa doet duiken. Hier is te zien dat het smelten in ijltempo doorgaat.

De afname is vijftig meter per jaar in lengterichting, zegt een waarnemer ter plekke en hij wijst aan hoe dik het ijs acht jaar geleden nog was: het scheelt zeker de hoogte van een flink huis. De gletsjer is niet alleen korter en smaller, maar ook flink dunner geworden.

Het nieuwe traject naar de overkant is slecht aangegeven. Een paar Zwitsers kijkt bezorgd, maar ook met enig leedvermaak, naar een groep ongeoefende wandelaars die onzeker hun weg proberen te vinden. Volgens de Zwitsers kan je bij een val in een gletsjerspleet meters ver onder het ijs schuiven.

Zonder stijgijzers en pickels is een oversteek onverantwoord. We moeten terug, de Matterhorn tegemoet, waartegen zich inmiddels een wolk als een pluim heeft gevleid - de berg `rookt' weer. We zijn teleurgesteld omdat het doel onbereikbaar bleek, en bezorgd over de toekomstige haalbaarheid van onze zomertochten naar sneeuw en ijs. Nieuwe bestemmingen lokken, desnoods richting Noordpool.